nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

02.03.2016 Natuurbeweging berust niet in poldergraslandcompromis

Naar het voorbeeld van de Klimaatzaak wil de natuurbeweging via een ingebrekestelling de Vlaamse regering bewegen tot meer doortastend beleid in het dossier van de historische poldergraslanden. Vogelbescherming Vlaanderen, Natuurpunt en de West-Vlaamse Milieufederatie blijven op hun honger zitten met het compromis dat in november vorig jaar definitief goedgekeurd werd. De Raad van State maakte al de bedenking dat de bescherming van 5.000 hectare poldergraslanden via de natuurwetgeving en 3.000 hectare via de landbouwwetgeving verantwoord moet kunnen worden in het licht van het gelijkheidsbeginsel. Dat onderscheid maakte de bescherming van de kustpoldergraslanden verteerbaar voor de landbouwsector maar is op de maag van de natuurverenigingen blijven liggen. Hun jongste zet ervaart Boerenbond als een slag in het gezicht van de betrokken polderboeren.

Toen de Vlaamse regering in november vorig jaar de kaart van de historisch permanente poldergraslanden definitief goedkeurde, leek het doek te vallen in een dossier dat al jaren voor verhitte politieke debatten zorgt. Op basis van terreinbezoeken door wel 100 Vlaamse ambtenaren was een kaart van 12.000 hectare kustpoldergraslanden samengesteld. Voor ongeveer 2.000 hectare werd een bezwaarschrift ingediend door eigenaars en gebruikers. De natuurbeweging hoopte dat de overige 10.000 hectare tegen scheuren beschermd zou worden.

Rekening houdend met economische overwegingen zoals het belang van graslandhernieuwing en de volwaardige uitbating van een huiskavel voor rundveebedrijven beperkte de Vlaamse regering het beschermingsregime tot 8.037 hectare kustpoldergrasland en werd 3.049 hectare uit de natuurwetgeving gehouden en via de landbouwregelgeving beschermd. Daarop zijn de verplichtingen (niet omvormen tot akker, nvdr.) maar ook de mogelijkheden (nieuwe graszode aanleggen, nvdr.) voor ecologisch kwetsbaar blijvend grasland uit het Europees landbouwbeleid van toepassing.

Vlaams minister Joke Schauvliege claimde een goed compromis tussen landbouw en natuur, maar de natuurorganisaties waren er nooit fan van. De landbouworganisaties konden wel vrede nemen met de beperkingen aan de graslanduitbating omdat landbouwers er rechtszekerheid voor in de plaats kregen. De onvrede over de nieuwe beschermingsregeling zit bij de natuurbeschermers echter zo diep dat drie organisaties hebben besloten om de Vlaamse regering via een aangetekende brief in gebreke te stellen. Zij zien dit als een “laatste redmiddel tegen een halfslachtige beslissing”. De maat is voor hen vol omdat de nieuwe regeling “na 20 jaar treuzelen van de overheid zo goed als niets lijkt te veranderen”.

Vogelbescherming Vlaanderen, Natuurpunt en de West-Vlaamse Milieufederatie zijn bereid om naar de burgerlijke rechtbank te stappen om de Vlaamse regering tot actie te bewegen. De drie natuurverenigingen vragen om de poldergraslanden die buiten natuurgebied liggen ook te beschermen via de natuurwetgeving, zoals aanvankelijk de bedoeling was. Krien Hansen van Natuurpunt verklaart dat ze niet uit zijn op de vernietiging van de regeringsbeslissing die gezien wordt als “een eerste stap in de bescherming van de poldergraslanden”. De reden dat het de natuurbeweging geen genoegdoening schenkt, is dat de bescherming die voor 3.000 hectare poldergraslanden uitgaat van de landbouwwetgeving niet weet te overtuigen.

Hansen herinnert aan het advies van de Raad van State waarin het onderscheid tegen het licht van het gelijkheidsbeginsel gehouden werd. Volgens de drie natuurorganisaties doorstaat het verschillend beschermingsregime die toets niet. “Een halfslachtige beslissing”, luidt het in een persbericht. “Wat beschermd was, blijft beschermd. 4.000 hectare wordt niet aangeduid op de kaart met poldergraslanden en 3.000 hectare krijgt een valse bescherming via de landbouwwetgeving.” In de praktijk zal er weinig veranderen, vrezen de natuurbeschermers. “Onkruidbestrijding blijft toegelaten. Ook frezen blijft mogelijk, wat het meest unieke aspect van graslanden, het reliëf, doet verdwijnen. Bovendien kunnen landbouwers ieder jaar opnieuw vragen om percelen te laten verwijderen van de poldergraslandenkaart.”

Essentieel voor een poldergrasland is dat het ter plekke bewaard blijft gelet op zijn unieke reliëf en biodiversiteit. Volgens Krien Hansen gaat de bescherming via de landbouwwetgeving voorbij aan het feit dat de natuurwaarde van een poldergrasland niet bestand is tegen een radicale ingreep als graslandverjonging. “Het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) is enkel gericht op de instandhouding van het areaal grasland. Bovendien valt een groeiende groep landgebruikers, onder andere de paardenhouders, niet onder deze landbouwregelgeving. Zij zullen de waardevolle graslanden nog altijd kunnen omzetten in vlakke, uniforme weides. Ook gelden de huidige bepalingen van het GLB maar tot 2020 en is het koffiedik kijken welke bescherming graslanden daarna genieten.”

De Vlaamse regering krijgt drie maanden de tijd om te reageren. Afhankelijk van de reactie van de regering beraden de drie organisaties zich over verdere juridische stappen. Voor Boerenbond is de ingebrekestelling een teken dat het “nooit genoeg” is voor de natuurbeweging. Voor de betrokken landbouwers is dit een slag in het gezicht. Het is door het decennialang beheer door landbouwers dat er zoveel duizenden hectaren waardevolle graslanden in de Polders aanwezig zijn. “Landbouwers onderhouden deze graslanden gratis terwijl natuurverenigingen voor het beheer van hetzelfde soort graslanden zwaar gesubsidieerd worden”, reageert Boerenbond gepikeerd.

In dat opzicht vindt de landbouworganisatie het eigen pleidooi voor een beschermingsregeling die een economisch rendabele graslanduitbating toelaat niet meer dan logisch. De Vlaamse regering is daar deels, enkel voor de graslanden buiten beschermde gebieden, op ingegaan. Daarvoor is gewerkt met de regeling voor ecologisch kwetsbaar blijvend grasland omdat de vraag van de landbouwsector binnen de natuurwetgeving niet gehonoreerd kon worden. Op die manier werd het compromis, hoewel een zware dobber voor de sector, aanvaardbaar.

Boerenbond vraagt al heel lang dat beleidsmakers en natuurorganisaties mee naar oplossingen zoeken voor het feit dat landbouwers die natuurwaarden creëren of onderhouden in het agrarisch gebied, zoals in de Polders, hiervoor beloond worden en niet afgestraft door steeds meer eisen of beperkingen te stellen. Natuurdoelstellingen in landbouwgebied mogen volgens Boerenbond geen “moving target” zijn waarbij er steeds meer gevraagd wordt. “Dat is een belangrijke randvoorwaarde voor de realisatie van nog meer biodiversiteit in het landbouwgebied, waar de natuurbeweging sterk vragende partij voor is. Met de ingebrekestelling maken de natuurverenigingen duidelijk hoe zij hier tegenover staan.”

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Wim Dirckx

Volg VILT ook via