nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

24.01.2018 Natuurbeweging in ongelijk gesteld over poldergrasland

Toen de Vlaamse regering in het najaar van 2015 voorzag in een betere bescherming van de kustpoldergraslanden, was de manier waarop niet naar de zin van de natuurbeweging. Zij vormden een ‘Polderfront’ en vochten de beslissing aan, omdat volgens hen meer poldergraslanden dan de afgebakende 8.037 hectare bescherming verdienden maar vooral ook omdat de landbouwregelgeving niet zou volstaan als beschermingsregime voor de poldergraslanden buiten natuurgebied. De rechtbank van eerste aanleg in Brussel boog zich over de kwestie, en ziet geen graten in het verschil in behandeling van graslanden naargelang hun ligging in natuur- of in landbouwgebied.

Is het verschillende beschermingsregime voor kustpoldergraslanden, naargelang ze gelegen zijn in natuur- dan wel in landbouwgebied, een schending van het Natuurdecreet of van het gelijkheids- en non-discriminatiebeginsel uit de Grondwet? Over die vraag moest de rechtbank van eerste aanleg in Brussel zich buigen op verzoek van het ‘Polderfront’. In het dossier van de kustpoldergraslanden hebben drie natuurorganisaties een gezamenlijk front gevormd uit onvrede met de aanpak van de Vlaamse overheid. Die drie zijn Natuurpunt, Vogelbescherming Vlaanderen en de West-Vlaamse Milieufederatie.

Het heeft veel voeten in de aarde gehad vooraleer de Vlaamse regering in september 2015 toekwam aan de definitieve vastlegging van de kaarten met beschermde kustpoldergraslanden. Een jaar eerder gebeurde een voorlopige afbakening van 12.000 hectare historisch permanente graslanden in de landbouwstreek de Polders. Tijdens het openbaar onderzoek dat daarop volgde, werden een massa bezwaren ingediend door natuurorganisaties, grondeigenaars, landbouwers, gemeenten, enz. Van de 12.000 hectare die voorlagen, werd er uiteindelijk een goeie 8.000 hectare in bescherming genomen. Te weinig volgens de natuurbeweging, en felle kritiek kwam er uit die hoek ook op het verschil in behandeling tussen 4.988 hectare kustpoldergraslanden die onder het Natuurbesluit vallen en 3.049 hectare in agrarisch gebied.

Het ‘landbouwspoor’ dat gevolgd werd voor de bescherming van percelen in landbouwgebied boezemde Natuurpunt en co weinig vertrouwen in. De aanduiding als ‘ecologisch kwetsbaar blijvend grasland’ beperkt een landbouwer in zijn doen en laten, maar niet in die mate dat het perceel zijn landbouwkundige waarde verliest. Zonder verbod op vegetatiewijziging, of het vergunningsplichtig maken daarvan, kan een rundveehouder nog altijd de graszode met herbiciden spuiten of vernieuwen wanneer onkruid de overhand neemt. Dat vernieuwen moet dan wel gebeuren zonder het grasland te ploegen of anderszins te scheuren, en zonder het perceel te nivelleren. Ook onder de landbouwwetgeving mag het typische reliëf van een poldergrasland dus niet omgezet worden in een biljartvlak perceel zonder sloten, greppels en poelen.

In die zin sprak minister Joke Schauvliege destijds over “een goed compromis tussen landbouw en natuur”. De eisers voor de rechtbank in Brussel zien dat anders, en vinden dat de Vlaamse regering de historisch permanente graslanden in agrarisch gebied ten onrechte heeft onttrokken aan een bescherming op basis van de natuurwetgeving. Nadat hun vordering ontvankelijk werd verklaard, boog de rechter zich over de inhoudelijke argumentatie. Niet de natuurbeweging, maar de Vlaamse overheid krijgt over de ganse lijn gelijk. Van een inbreuk op het Natuurdecreet is volgens het vonnis geen sprake want de decreetgever heeft de regering wel degelijk de vrijheid gegeven om te bepalen voor welke graslanden vegetatiewijzigingen beteugeld moeten worden, en voor welke niet.

De rechter maakt ook duidelijk dat de Grondwet zich niet verzet tegen een verschillende behandeling als daar een redelijke verantwoording voor is. Of een grasland door zijn ligging al dan niet valt onder de bijzondere bescherming van de natuurwetgeving is een objectief onderscheid en kan dus door de beugel. Dat het beschermingsregime op grond van het Europees landbouwbeleid minder verregaand is, wordt niet betwist. Dat is gewoon zo, zowel op het vlak van de verboden of aan een vergunning onderworpen handelingen, het toepassingsgebied (b.v. niet op particulieren die een paard houden op poldergrasland), de handhaving en de toepassing in de tijd. Maar de rechter vindt het logisch dat de graslanden in natuurgebied beter beschermd worden omdat de nood daar groter is. Het vonnis vervolgt dat de verschillen tussen beide beschermingsregimes niet overdreven groot zijn, en er sowieso een flinke stap vooruit is gezet in de bescherming van de natuur- en landschapswaarden. Voor 2015 bestond er immers geen enkel bijzonder beschermingsregime voor de blijvende graslanden buiten natuurgebied.

Namens het Polderfront reageert Krien Hansen van Natuurpunt op de uitspraak: “We zijn teleurgesteld. Poldergraslanden vormen eeuwenoude landbouwlandschappen met een enorme waarde voor de natuur, waterberging en toerisme. Daarom verdienen ze een degelijke bescherming, of ze nu in natuurgebied gelegen zijn, of in landbouwgebied. Momenteel is de bescherming te vrijblijvend: zo kan bijvoorbeeld nog gif gesproeid worden op poldergraslanden die beschermd worden onder de landbouwwetgeving. Die gebrekkige bescherming heeft desastreuze gevolgen voor insecten, planten, en unieke weidevogels als de grutto. Dit is een erg complex dossier. We beraden ons met het Polderfront over verdere stappen. Maar we hopen in elk geval op een uitkomst die de natuurwaarden verzoent met het landbouwgebruik, en landbouwers stimuleert die zorg dragen voor dit unieke landschap.”

Voor het Algemeen Boerensyndicaat hoeft er daarentegen niets te veranderen aan de bescherming zoals goedgekeurd in 2015. “Een discussie van meer dan 20 jaar kende daarmee een einde en zorgde voor meer duidelijkheid bij het gebruik van poldergraslanden aan de kust”, zegt voorzitter Hendrik Vandamme. Daarmee wil hij niet gezegd hebben dat de regeringsbeslissing pijnloos was, integendeel zelfs: “Het kapitaalverlies door de bescherming is onmiskenbaar en zit reeds op de grens van het aanvaardbare.” Heel wat rundveehouders kwamen in de knel met hun bedrijfsvoering, en moeten sindsdien extra kwaliteitsvol ruwvoeder aankopen als ze niet ruim in grond zitten in verhouding tot hun koeienaantal. “Er zijn grenzen aan de wensen van wie alleen oog heeft voor bloemetjes en bijtjes”, alsnog Vandamme.

Ook minister van Natuur Joke Schauvliege reageert op de uitspraak, waarmee ze natuurlijk tevreden is. “We hebben een juridisch robuust systeem ontwikkeld waarbij er meer poldergraslanden beschermd worden en voelen ons uiteraard gesterkt door deze uitspraak. Dit geeft rechtszekerheid aan alle betrokkenen en een betere bescherming aan de natuur.”

Bron: eigen verslaggeving / Belga

Volg VILT ook via