nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

27.07.2017 Natuurlijk rif moet zandstranden beschermen bij storm

Voor de Belgische kust wordt volgende maand een kunstmatig rif aangelegd dat ervoor moet zorgen dat onze stranden niet meer wegspoelen bij stormweer. Staatssecretaris Philippe De Backer (Open Vld) heeft zijn fiat gegeven voor het proefproject. Het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO), één van de wetenschappelijke partners van het project, zal onderzoeken hoe schelpkokerwormen kunnen ingezet worden om de zandbodem te stabiliseren.

De Sinterklaasstorm van 2013 en storm Dieter eind vorig jaar veroorzaakten grote schade aan onze stranden. Storm Dieter bijvoorbeeld nam één miljoen ton zand mee in de zee. Een nieuwe lading moest worden aangevoerd met een totaal kostenplaatje van 17 miljoen euro. Omdat elke storm zo’n stukje strand wegvreet, willen baggeraars DEME en De Nul, textielfabrikant Sioen, milieuconsultant eCoast en ILVO een natuurvriendelijke buffer in de vorm van een rif onder de waterlijn bouwen. 

Concreet gaan de partners een rif van 100 vierkante meter aanleggen op 1,2 tot 1,6 kilometer voor de kust van De Panne. Het rif, dat de naam Coastbusters draagt, moet als het ware gaan duwen tegen het losse zand dat anders bij zware stormen vrijkomt en wegspoelt. Dat is belangrijk, want zolang dit zand niet beweegt, zal ook het strand niet bewegen. “We hebben onze kust altijd beschermd met harde structuren, zoals golfbrekers of dijken”, zegt Marc Huygens, milieumanager bij DEME en coördinator van het project, in De Morgen. “Vandaag zoeken we naar duurzame manieren om onze kust te beschermen en die vind je in de natuur zelf.”

Het natuurlijke rif wordt opgebouwd uit drie delen. In eerste instantie wordt zeewier of -gras geplant. De firma Sioen heeft textiel ontwikkeld waarop algen gemakkelijk en snel kunnen groeien. Die matten worden binnenkort, met de algen erop, vastgemaakt op de zeebodem. Ze worden op grote stalen frames gespannen zodat de algen een stabiel draagvlak krijgen.

De tweede buffer wordt een mosselrif. Onder het wateroppervlak zal een touw worden gespannen, zoals men dat nu al gebruikt om mosselen te kweken. Daaraan zullen zich mossellarven hechten die uitgroeien tot een mossel met schelp. Na een tijdje vallen de mosselen van de draad en zullen ze zich hechten aan de zeebodem. Op de bodem komt een geotextielzak die de hechting moet bevorderen. Op die manier klitten de mosselen samen en vormen ze een natuurlijk rif met hun schelpen.

In derde instantie gaat ILVO onderzoeken of er een rif kan gecreëerd worden met schelpkokerwormen op 300 à 400 meter voor de kust. Deze wormen nestelen zich in het zand en maken een kalken kokertje om zich te beschermen. Zo stabiliseren ze de bodem. Die wormen zullen hun kokertje steeds hoger bouwen waardoor een rif ontstaat. ILVO bestudeert momenteel de diertjes en hun gewoonten opdat het een omgeving kan creëren waarin de diertjes zich goed voelen. “Daarnaast willen we ook nagaan of de wormen kunnen gekweekt worden in zee of op het strand. Want er zijn heel veel schelpkokerwormen nodig om een rif te vormen”, zegt Hans Polet van ILVO.

België is niet het enige land dat experimenteert met artificiële riffen. Wat wel nieuw is, is dat de natuur zelf aan het werk wordt gezet. “Als het zeewier ook effect het zand blijkt vast te houden, dan is het een wereldprimeur”, klinkt het. Bijkomend pluspunt voor de overheid is dat het project dat over drie jaar loopt, volledig wordt gefinancierd door de projectpartners.  

Bron: De Morgen

Volg VILT ook via