nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

04.08.2014 Nederlandse boeren telen aardappelen op verzilte grond

Op het Nederlandse Texel experimenteren boeren met zouttolerante aardappelrassen. Omdat de zeespiegel wereldwijd stijgt en rivieren opdrogen door klimaatverandering, is de bodem van landbouwgebieden her en der ter wereld aan het verzilten. Enkele boeren maken van de nood een deugd en ontwikkelen onder meer aardappelrassen die gedijen op een verzilte bodem. Er wordt ook gewerkt aan aangepaste teeltmethoden voor sla, wortelen en spinazie.

In heel wat kustgebieden wereldwijd, waar de landbouw zich ontwikkeld heeft aan de monding van rivieren, rukt het zoute zeewater op, verplaatst het zich door de diepere grondwaterlagen en komt het in poldergebieden omhoog. Terwijl de reguliere landbouw er vooral op gericht is om die verzilting tegen te gaan, proberen Nederlandse boeren rassen te ontwikkelen die het zoute water verdragen. De Standaard-journaliste Dorien Knockaert trok naar Texel en schreef er een reportage over.

Proefbedrijf Het Zilt is gevestigd op Texel en slaagde er in om een zouttolerant aardappelras te ontwikkelen, dat sindsdien door een groeiend aantal Nederlandse boeren geteeld wordt en vanaf half september in de Nederlandse supermarkt ligt. "Anders dan je zou denken, smaken die aardappelen niet zout" zegt Marc van Rijsselberghe van het Zilt Proefbedrijf. "Maar wel heel intens, zoals aardappelen vroeger smaakten. Dat komt ook doordat we ze bemesten met zeewier."

Van Rijsselberghe experimenteert ook met andere groentesoorten: enerzijds wilde groenten die altijd al in een zilte omgeving gedijden, zoals zeekool, maar anderzijds ook met gewone groenten als sla, wortelen en spinazie. "Anders dan verwacht werd, vinden we daarvoor variëteiten die overleven op een zilte akker. Sommige verliezen daarbij wel hun smaak, maar met andere is het resultaat prima."

Hoewel Nederland nog over meer dan voldoende niet-verzilte grond beschikt, zijn er wereldwijd heel wat gebieden waar de nood aan zouttolerante voedingsgewassen hoogdringend is, aldus Van Rijsselberghe: "China heeft een verzilt gebied ter grootte van Frankrijk: daar groeit momenteel niets meer. En binnenkort leveren we met het Zilt Proefbedrijf duizend kilo aardappelpootgoed aan Pakistan. Ook daar zijn al gebieden waar zo'n zoutbestendig gewas het verschil maakt tussen overleven en niet overleven."

Ook met zeeplanten als algen en wier wordt in Nederland duchtig geëxperimenteerd. Op hetzelfde Texel leidt Klaas Timmermans het Zeewiercentrum van het NIOZ, het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee. Timmermans ziet in het zeegewas mogelijkheden voor onder meer de veehouderij: "Het zeewier dat we in het wild oogsten, bevat al twintig procent eiwit. Door selectief te kweken, kunnen we dat gehalte nog opdrijven. Als we het op grotere schaal zouden kunnen telen, kunnen we minder afhankelijk worden van boskapsoja."

De enorme hoeveelheid meststoffen die via de Rijn in de Noordzee vloeien, zouden de perfecte voeding kunnen vormen voor een zeewierplantage, en het zeewater bovendien van extra zuurstof voorzien. Maar de teeltmethodiek staat nog lang niet op punt: zeewier heeft een aanhechtingspunt nodig, en dat is op de zanderige bodem van de nogal woelige Noordzee niet evident. Toch liggen er plannen op tafel om een tiental kilometer voor de kust van Texel een Noordzeeboerderij te bouwen. Concreet lijkt vooral de combinatie met mossel-, oester- of zalmkweek interessant.

Bron: De Standaard

Beeld: Zilt Proefbedrijf

Volg VILT ook via