nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

28.03.2017 Nee tegen ggo's krijgt duidelijk de overhand in Europa

Precies één week nadat de milieucommissie van het Europees Parlement neen zei tegen de import van een reeks genetisch gewijzigde maïssoorten van Syngenta was er maandag ook een meerderheid van de experten van de 28 lidstaten tegen de door de Europese Commissie voorgestelde vergunningen voor een hele reeks ggo’s. Op tafel lagen toelatingen voor de teelt van drie ggo-maïssoorten en voor de import van een ggo-maïs waarachter meerdere variëteiten schuilgaan. Europarlementslid Bart Staes (Groen) ontfermde zich in de milieucommissie over het dossier. Hij reageert tevreden, drukt de hoop uit dat “de Europese Commissie het signaal stilaan begrepen heeft” maar vreest tezelfdertijd dat Brussel de toelatingen zal doordrukken.

Het voorstel van de Europese Commissie dat tegenwind kreeg van het Europees Parlement en evenmin de experten van de lidstaten kon overtuigen, gaat over de teelttoelating van drie genetisch gemodificeerde maïsvariëteiten en de importtoelating van een ggo-maïs van Syngenta die nog in de ontwikkelingsfase zit. Bart Staes, Europees parlementslid voor Groen, spreekt niet over een importtoelating voor één ggo-maïs maar voor 20 nieuwe soorten genetisch gemodificeerde maïs. En hij hekelt dat slechts enkele daarvan reeds door EFSA onderzocht werden.

Staes legt uit hoe dat precies in elkaar zit: “De ggo-maïs van Syngenta vertoont vijf genetisch gewijzigde kenmerken, voornamelijk herbicidentolerantie voor glyfosaat en glufosinaat en resistentie tegen de maïsstengelboorder, en kan onderling sub-combinaties maken. Met één enkele goedkeuring hiervan zouden meteen 20 verschillende maïssoorten ingevoerd kunnen worden voor gebruik in (dier)voeding.” Voor de politicus betekent dit zoveel als “niet-geteste genetisch gewijzigde spookplanten” importeren in de wetenschap dat de meeste van die 20 mogelijke variëteiten nog niet eens ontwikkeld zijn.

Het is Bart Staes niet ontgaan dat één van de ggo-panelleden via een minderheidsstandpunt kanttekeningen plaatste bij het (positief) wetenschappelijk advies van EFSA. In de resolutie van de parlementaire milieucommissie wordt diens opinie eruit gelicht: “De aanvrager (Syngenta) bezorgde geen specifieke gegevens voor geen enkele van de 20 combinaties, en motiveerde ook niet waarom die data er niet bij waren of waarom hij ze niet nodig achtte voor de risicoanalyse.” Dezelfde minderheidsopinie bekritiseert ook de controversiële ‘bewijskracht’-benadering, die meer gewicht geeft aan studies uit de industrie die geen peer-review ondergingen.

Het voorstel van de Europese Commissie botste eerst op zware tegenkanting van de milieucommissie van het Europees Parlement. Afgelopen maandag bleek dat ook de lidstaten er niet voor te vinden zijn. Zij struikelen wel vaker over voorstellen in verband met ggo’s. Eind januari was het bevoegde expertencomité er al niet in geslaagd om een advies te formuleren over de nieuwe teelt- en importtoelating voor ggo’s. In de beroepscommissie trokken de tegenstanders opnieuw aan het langste eind. Zij waren qua aantal lidstaten duidelijk in de meerderheid. Rekening houdend met het ‘soortelijk gewicht’ van iedere lidstaat haalden zij nog steeds afgescheiden de meerderheid met 43 tot 47 procent van de stemmen.

België heeft zich onthouden bij de stemming over de teelttoelating voor ggo’s – wat bijna traditie is – maar stemde wel in met de import van de nieuwe Syngenta-maïs. De drie maïssoorten waarvoor de Europese Commissie een teelttoelating op Europees grondgebied voorstelt conform het wetenschappelijk advies van EFSA zijn eigenlijk allemaal oude bekenden. Dat kan je vooral van MON810 zeggen want dat is de tot dusver enige ggo-maïs die in de EU geteeld wordt, meer bepaald in landen waar de maïsstengelboorder de maïsteelt bedreigt.

Bt11 is een ggo-maïs van Syngenta met als speciale eigenschap dat hij bestand is tegen schadelijke insecten. Deze soort wordt reeds geïmporteerd voor gebruik als diervoeder en is ook toegelaten voor voedingsdoeleinden (suikermaïs). Naar een teelttoelating in Europa hengelt Syngenta al jaren maar tot dusver altijd zonder succes. Hetzelfde verhaal gaat op voor de insectenresistente en herbicidentolerante 1507-maïs, een product van het voormalige Pioneer nu Dow-DuPont. Deze soort mag geïmporteerd worden als veevoedergrondstof, maar slaagt er maar niet in om een teelttoelating te bemachtigen.

Voor Bart Staes is het duidelijk dat een meerderheid van zowel Parlement als lidstaten deze technologie niet op de eigen akkers wil, noch wil importeren in de vorm van veevoeder. Hij wijst op de tekortkomingen in de risico-analyses. “Zolang niet alle wetenschappelijke informatie beschikbaar is, mogen we dit soort aanvragen niet goedkeuren”, zegt hij kordaat. Op het Europese toneel spreekt dat minder vanzelf want hoewel een meerderheid van de lidstaten zich uitsprak tegen de ggo’s ontbreekt het aan een gekwalificeerde meerderheid. Om de impasse te doorbreken, zouden 16 van de 28 lidstaten die samen minstens twee derde van de Europese bevolking vertegenwoordigen zich moeten uitspreken voor of tegen ggo’s.

“Nu is die meerderheid er niet en ligt de beslissing in handen van de Europese Commissie”, zegt Staes. Vanwege het positieve EFSA-advies voorziet hij dat de Commissie de ggo’s alsnog zal goedkeuren, “zonder de steun van de lidstaten en tegen de wil in van een politieke meerderheid in het Europees Parlement”. Het Belgische Europarlementslid verwijst naar het bezwaar dat hij indiende tegen de teelttoelating van de drie ggo’s. In de plenaire zitting van het Europees halfrond schaarde zich telkens een erg ruime meerderheid achter de bezwaren. Bart Staes houdt rekening met een vrij laconieke reactie van de Europese Commissie, die vermoedelijk zal wijzen op de mogelijkheid voor lidstaten om te kiezen voor een ‘opt-out’ op hun grondgebied. Voor Staes is dat een duidelijk voorbeeld van een “democratisch deficit” in de besluitvorming.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via