nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

09.12.2018 Neonics in suikerbieten bieden niet altijd een uitkomst

Het vooruitzicht dat neonicotinoïden alleen nog toegelaten zijn in serres bezorgde de landbouworganisaties klamme handen. In de bietenteelt betekende dit type van insecticiden immers een grote sprong voorwaarts want een zaadomhulling biedt langdurig bescherming tegen bijna alle schadelijke insecten die de bieten belagen. Nu zou het opnieuw zonder moeten maar het aantal alternatieven is beperkt, evenals de ervaringen daarmee. Dat waren voor de FOD Volksgezondheid voldoende redenen om een noodtoelating voor neonicotinoïden af te leveren. Ter bescherming van de bijen worden aan die toelating allerlei voorwaarden gekoppeld wat betreft de nateelten. Onder meer voor akkerbouwers met industriegroenten (erwten en bonen) in de teeltrotatie zijn die niet haalbaar zodat de firma Belchim uit Londerzeel de aandacht vestigt op een alternatieve beschermingswijze.

Jarenlang was de bestrijding van bladluizen en andere insecten bietentelers niet tot zorg omdat de behandeling van het bietenzaad met neonicotinoïden langdurig bescherming bood tijdens het groeiseizoen. Het quasi-totaalverbod dat Europa afkondigde voor dit type insecticiden, vanwege hun schadelijkheid voor bestuivers, veroorzaakte dan ook grote onrust. Ook in de industriegroenteteelt dreigt er een probleem, maar het zou toch vooral de teelt van suikerbieten zijn die ernstig bemoeilijkt kan worden. Bietentelers zijn namelijk erg op hun hoede voor bladluizen want virulente exemplaren kunnen het bladvergelingsvirus overbrengen. Een erge aantasting van een bietenperceel door de vergelingsziekte kan een opbrengstverlies van 40 procent veroorzaken. Schade door bodeminsecten kan de opbrengst nog eens met 7 procent doen dalen. Daar bovenop komt nog de mogelijke opbrengstderving door bovengrondse belagers zoals de bietenvlieg en bietenkever.

Gelet op het grote risico op opbrengstverlies en het kleine risico voor bijen wanneer neonicotinoïden gebruikt worden op een bietenveld, is het Belgisch bieteninstituut KBIVB altijd achter de toepassing ervan blijven staan. Wat niet wegneemt dat de zoektocht naar alternatieven ingezet is. De directeur van het bieteninstituut zei begin dit jaar aan VILT: “Die zoektocht vraagt tijd, een vijftal jaar in het geval van chemische middelen en nog langer voor de andere bestrijdingsmethoden zoals het inbrengen van resistentie in de plant. Samen met de toeleveranciers van de landbouw en de onderzoeksinstituten in de buurlanden zoeken we naar alternatieven, maar op korte termijn zie ik geen oplossing wanneer neonicotinoïden zouden verdwijnen.”

Afgelopen week werd duidelijk dat federaal minister van Landbouw Denis Ducarme en de FOD Volksgezondheid van mening zijn dat neonicotinoïden als zaadomhulling voorlopig onmisbaar zijn. Zij zien niet meteen een volwaardig alternatief dat op een voor boeren efficiënte manier de bieten kan beschermen. Pyrethroïden zijn dat ook niet gezien hun niet te beste milieuprofiel en de problemen met resistente insecten tegen deze middelen. In augustus raakte bekend dat het insecticide Teppeki een toelating kreeg voor bladluizenbestrijding in bieten, en daarmee kan zorgen voor een veiliger, zij het dan gedeeltelijk alternatief. Dat gewasbeschermingsmiddel op basis van de actieve stof flonicamid wordt verdeeld door Belchim, een firma uit Londerzeel (Vlaams-Brabant) die volop meewerkt aan de zoektocht naar alternatieven.

“Teppeki staat al jarenlang bekend als een insecticide met een gunstig profiel. Het bestrijdt alleen bladluizen en spaart nuttige insecten en bijen”, legt Jan Vermaelen (Belchim Crop Protection) uit. “Met dit middel zijn afgelopen jaar voor de bestrijding van bladluizen zeer goede ervaringen opgedaan in de proeven van de bieteninstituten in België en de omliggende landen. Voor andere schadelijke insecten zoals ritnaalden moet men enerzijds het bietenzaad laten behandelen met het middel Force (zonder neonicotinoïden) en zal anderzijds monitoring van bietenkever, bietenvlieg en andere insecten belangrijk zijn na de opkomst van de bieten. Eventueel zal een behandeling met een pyrethroïde nodig blijken in een vroeg stadium. Die (oude) middelen zullen zal men niet meer inzetten tegen bladluizen omdat ze wegens resistentieproblemen nog beperkt werken tegen bladluizen en bovendien ook alle nuttige insecten afdoden. Maar voor andere insecten is er nog geen alternatief.”

Ook nu de noodtoelating voor neonicotinoïden een feit is, ziet Belchim nog een markt voor Teppeki in de bietenteelt. Vermaelen: “De noodtoelating is slechts voor 120 dagen geldig en dus momenteel enkel voor seizoen 2019. Bovendien zijn er allerlei beperkingen aan verbonden voor wat betreft de nateelten die volgen op de suikerbieten.” Tot vijf jaar na de uitzaai van suikerbieten behandeld met neonicotinoïden mag een akkerbouwer geen voor bijen aantrekkelijke gewassen (o.a. bonen, erwten en koolzaad) telen op dat perceel. Groenbedekkers zoals gele mosterd en phacelia staan bekend voor hun aantrekkingskracht op bijen. Die kunnen nog gezaaid worden, maar dan moet een akkerbouwer vermijden dat het gewas in bloei komt door de groenbedekker tijdig te klepelen of onder te werken.

Voor bloeiende gewassen die zelden het bezoek krijgen van bijen en andere bestuivers – denk aan aardappelen en maïs – geldt een teeltverbod voor de twee jaren die volgen op de bietenteelt. Zeker in de regio’s waar akkerbouwers naast bieten ook groenten zoals erwten en bonen telen, verwacht Belchim dat er interesse zal zijn in het gebruik van Teppeki. “De informatie over de alternatieve schema’s voor een zaadomhulling via de noodtoelating zal dus ook verspreid moeten worden onder suikerbietentelers. Voor voederbieten is er momenteel geen goede alternatieve behandeling want in deze teelt is Teppeki niet erkend. In afwachting van een definitieve toelating gaan we een nooderkenning aanvragen voor volgend seizoen.”

Meer info over de noodtoelating voor neonicotinoïden en de toelaatbare nateelten kan je terugvinden op Fytoweb.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Belchim Crop Protection

Volg VILT ook via