nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

20.05.2019 Nervositeit in de aanloop naar late goedkeuring MAP6

Als alles goed gaat, keurt het Vlaams Parlement op de valreep nog het nieuwe mestactieplan goed. De oppositie heeft zich op alle mogelijke manieren tegen het decreetvoorstel verzet. Bij de meerderheidspartijen overheerst nu het besef dat de tijd op is en landbouwers hoognodig moeten weten waar ze aan toe zijn. Ook Vlaams parlementslid Wilfried Vandaele (N-VA), die eerder aangaf het mestactieplan van Joke Schauvliege niet goed te zullen keuren, zegt heel wat verbeteringen te zien in de hertekende versie. In de laatste rechte lijn doet Greenpeace nog een poging om met een interactieve kaart duidelijk te maken dat je de waterverontreiniging niet los kan zien van de omvang van de veestapel. Naast de kwestie, vindt Boerenbond, “want niet de productie van dierlijke mest, maar wel het gebruik van meststoffen bepaalt de waterkwaliteit.”

Het nieuwe mestactieplan (MAP6) is opnieuw een stuk strenger dan het vorige. Voor landbouwers is dat allesbehalve evident. Nog vervelender dan strengere regels is blijvende onzekerheid over de mestwetgeving, met als gevaar dat Vlaanderen geen derogatie krijgt van Europa. Dat zou de mestbalans van een groot aantal (melk)veebedrijven ernstig verstoren. Zij kunnen nu meer stikstof uit dierlijke mest op hun bedrijfsareaal aanwenden dan de gebruikelijke 170 kilo per hectare. Onder de strikte randvoorwaarden van de derogatie brengt dat de waterkwaliteit geen schade toe.

Boerenbond heeft in eerste instantie scherpe kritiek geuit op de aanpassingen waartoe in laatste instantie nog werd besloten om alle meerderheidspartijen te overtuigen van de effectiviteit van MAP6. Nu we enkele dagen voor de verkiezingen zijn, overheerst de vrees dat het mestactieplan misschien niet goedgekeurd geraakt want dan is het probleem met de waterkwaliteit niet van de baan maar wel de mogelijke oplossing. Vanuit de oppositie zijn bij de bespreking in de milieucommissie van het Vlaams Parlement alle mogelijke vertragingsmanoeuvres toegepast. Groen en sp.a vroegen een tweede lezing van het decreetsvoorstel en kondigden ook een reflectienota aan.

“MAP6 niet goedkeuren, brengt ons niet tot een verbetering van de waterkwaliteit.” Dat probeert Boerenbond diets te maken. De organisatie is niet opgezet met de pogingen vanuit verschillende hoeken om het decreetsvoorstel onderuit te halen. Meest recente voorbeeld daarvan, is een interactieve kaart van Greenpeace waarin de overschrijdingen van de nitraatmetingen gekoppeld worden aan de omvang van de veestapel op het niveau van een gemeente. “Het verband tussen die twee maakt nog eens duidelijk welke impact de intensieve veeteelt heeft op onze waterkwaliteit”, klinkt het. De milieuorganisatie wil dat het probleem ten gronde wordt aangepakt, en ziet behalve in de grote veestapel ook een oorzaak in de intensieve groenteteelt in West-Vlaanderen.

In het debat rond het mestactieplan vindt Boerenbond de discussie over een afbouw van de veestapel achterhaald. “Uit een wetenschappelijke studie in opdracht van VLM blijkt dat niet de productie van dierlijke mest, maar wel het gebruik van alle soorten mest (inclusief kunstmest) de waterkwaliteit bepaalt. Hoe men bemest, hoeveel en wanneer men bemest is immers cruciaal. Het aantal dieren in de veestapel staat daar los van. MAP6 dat woensdag 22 mei gestemd wordt, legt uitgerekend de criteria voor bemesting vast om te komen tot verbeterde meetresultaten.” Boerenbond betreurt naar eigen zeggen dat “het voor sommigen nooit voldoende zal zijn en dat men zelfs bereid lijkt om MAP 6 op te blazen”.

Als concrete bezwaren tegen het nieuwe mestactieplan wijst Greenpeace nog op maatregelen die niet ver genoeg gaan en een aanpak voor fraudehandhaving die hen onduidelijk is. Ook de wijziging van doelstelling en methodologie in MAP6 krijgt kritiek omdat het beleidsevaluatie over langere termijn lastig maakt. Over de correlatie tussen veestapel en nitraatvervuiling zegt Greenpeace zelf dat die duidelijk maar niet perfect is. Ter illustratie zit in het mediadossier een lijstje van de gemeenten met de grootste varkensstapel (Hoogstraten, Ardooie, Diksmuide, Staden, enz.) en een soortgelijke top-10 van gemeenten met de hoogst gemeten nitraatwaarden. Typische tuinbouwgemeenten als Sint-Katelijne-Waver en Lier niet te na gesproken, komen tegenvallende meetresultaten meestal uit gemeenten met veel veebedrijven op hun grondgebied. Greenpeace baseert zich overigens op het slechtste meetresultaat, op een piekmeting dus en niet op een jaargemiddelde nitraat in een meetpunt.

Minister Koen Van Den Heuvel, die Schauvliege opvolgde, vindt de kritiek al te makkelijk: “Met een vingerknip de veestapel reduceren, zal niet lukken. Al die radicale voorstellen brengen ons geen stap dichter bij een effectief beleid. Het MAP zorgt voor een duidelijke verstrenging. Niet alleen Greenpeace, maar ook de landbouw is ongerust: dat toont dat er een goed evenwicht is.” Waar Natuurpunt binnen de adviesraden SALV en Minaraad mee naar een (constructief opbouwend doch kritisch) consensusadvies zocht, klinkt Greenpeace onverzettelijk: “Als het mestactieplan in zijn huidige vorm toch zou worden goedgekeurd, dan zullen we onze bezwaren formeel aankaarten bij de Europese Commissie en bekijken welke juridische opties er zijn om de beslissing aan te vechten.” Boerenbond van zijn kant vindt het cruciaal dat MAP6 er komt. “Wij nemen onze verantwoordelijkheid op en rekenen erop dat anderen dat ook doen”, zegt voorzitter Sonja De Becker.

Bron: eigen verslaggeving / De Morgen

Volg VILT ook via