nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

07.09.2017 "Niet meer, maar betere regels tegen sociale dumping"

In het Europees Parlement hebben de europarlementariërs van de landbouwcommissie met grote interesse geluisterd naar de bevindingen omtrent sociale dumping van Chris Botterman, voorzitter van werkgeversorganisatie GEOPA. Samen met zijn Europese collega’s bundelde Botterman een hele resem aanbevelingen om sociale dumping in de land- en tuinbouwsector zo efficiënt mogelijk tegen gaan. Essentieel daarbij is voldoende rechtszekerheid voor de werkgever en een betere regelgeving. “Niet meer, maar betere regels”, benadrukt Botterman.

Zwartwerk en sociale dumping zijn in de Vlaamse land- en tuinbouw, maar ook in de rest van Europa, een nog steeds vaak voorkomend probleem. In een lijvige studie brengt de Employers’ Group of Professional Agricultural Organisations (GEOPA), de werkgeversorganisatie van de Europese landbouwkoepel COPA, de problematiek in Europa in kaart. Het goede nieuws is volgens GEOPA-voorzitter Chris Botterman dat sociale dumping geen natuurwet hoeft te zijn en dat er heus wel oplossingen bestaan die bovendien in verschillende lidstaten hun effectiviteit al hebben bewezen.

“Onze belangrijkste aanbeveling is om in alle landen te streven naar een eenvoudigere wetgeving”, aldus Botterman. “Dat wil zeggen dat er niet meer, maar betere regels moeten komen. Als werkgeversorganisatie nemen we heel duidelijk positie in tegen sociale dumping. Waar we wel oog voor moeten hebben, is de rechtszekerheid voor de werkgever. De toepassingsregels van de arbeidswetgeving en de sociale zekerheid zijn te ingewikkeld, en te complexe regelgeving leidt tot een mindere naleving. Je mag nooit uit het oog verliezen dat land- en tuinbouwbedrijven nog steeds voor het overgrote deel familiale bedrijven zijn zonder een permanente personeelsdienst.”

“Daarnaast moet er samengewerkt worden via de tripartite tussen werkgevers, werknemers en overheid”, gaat Botterman verder. “Samen moeten zij werken aan oplossingen op maat. Daarnaast moeten alle lidstaten meer leren van elkaar door goede praktijken uit te wisselen. In België heb je bijvoorbeeld het voorbeeld van de champignonsector waar de duidelijk afspraken die met de vakbonden zijn gemaakt, geleid hebben tot een sociaal label.”

Hoe is het verder trouwens gesteld met de situatie in ons land? “In België zijn we er de afgelopen 15 jaar denk ik wel in geslaagd om een degelijk antwoord te bieden op de uitdagingen van de sector”, aldus Botterman. “Er mag in de piekperiodes tot 11 uur per dag gewerkt worden en tot 50 uur per week, inclusief weekendwerk. Als je dat vergelijkt met bijvoorbeeld Frankrijk, waar ze nog steeds vastzitten aan de 35-uren week, dan denk ik dat we hier niet mogen klagen. Dat wil niet zeggen dat ons werk af is. Eerder dit jaar ondertekenden de landbouworganisaties en verschillende ministers een nieuw plan voor eerlijke concurrentie, toch een belangrijke stap voorwaarts.”

Wat gebeurt er verder nog met dit rapport? “Wel, het is in de eerste plaats bemoedigend dat de studie heel positief is ontvangen in het Europees Parlement”, aldus nog Botterman. “Vorig jaar werd op Europees niveau een platform opgericht tegen zwartwerk, onder meer in samenwerking met Eurocommissaris Marianne Thyssen. Daarbij zijn alle lidstaten betrokken, net als de verschillende sociale partners. Verschillende sectoren staan in de kijker: onder meer transport, bouw en land- en tuinbouw. Nog tot volgend jaar loopt er een actieprogramma rond transport en bouw. We dringen er met dit rapport nadrukkelijk op aan om vanaf 2019 te focussen op land- en tuinbouw. Het is belangrijk dat we dit thema Europees op de agenda zetten.”

Lees het volledige rapport hier.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via