nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

11.02.2019 Nieuw en vrijwillig dierenwelzijnslabel in Duitsland

In Duitsland heeft minister van Landbouw Julia Klöckner een nieuw en vrijwillig staatsdierenwelzijnslabel voorgesteld. Voorlopig is het enkel van toepassing in de varkenshouderij. Het label kent drie niveaus waarbij er steeds hogere eisen worden gesteld. Al bij het laagste niveau gelden bovenwettelijke eisen voor de hele keten, tot en met het slachthuis. Om het label te krijgen, is er bijvoorbeeld minimaal 20 procent meer ruimte per varken nodig en is ruwvoeder altijd verplicht. “De deelname aan het dierenwelzijnslabel is vrijwillig”, zei Julia Klöckner, “maar de bedoeling is dat een groot deel van de sector gaat deelnemen, daar wordt momenteel aan gewerkt.”

De Duitse varkenssector heeft er een nieuw staatsdierenwelzijnslabel bij. Het label, met criteria opgelegd door de Duitse overheid werd eerder deze maand voorgesteld door federaal landbouwminister Julia Klöckner. Doel van het Duitse dierenwelzijnslabel is dat de consument duidelijkheid krijgt en de zekerheid dat de criteria ook worden gehandhaafd. Het label bestaat uit drie niveaus die elk de hele levensloop van het varken omvatten, van geboorte tot slacht.

De eisen in het eerste niveau beginnen in het kraamhok. Zeugen moeten voor de geboorte nestbouwmateriaal krijgen en de speenleeftijd is minimaal 25 dagen. Staarten couperen mag nog, maar er moeten maatregelen worden genomen om staartbijten te verminderen. Het proces wordt intensief begeleid en gemonitord. Bij het tweede en derde niveau is couperen van staarten al direct niet meer toegestaan en loopt de zoogtijd op naar minimaal 28 en 35 dagen. Castreren zonder verdoven is niet toegestaan. Beren houden mag uiteraard wel, net als vaccineren tegen berengeur.

Om te voldoen aan het eerste niveau, moet er per varken 20 procent meer ruimte voorzien worden dan wettelijk verplicht. Bij niveau twee loopt dat op tot bijna 50 procent extra en bij niveau drie 100 procent meer, waarvan een deel buitenuitloop voor varkens vanaf 30 kilo. Beschikbaarheid van ruwvoeder is bij alle niveaus verplicht met daarnaast organisch afleidingsmateriaal waar de varkens mee kunnen woelen en dat eetbaar/ kauwbaar is. Er gelden geen eisen voor de groepsgrootte, wel moeten de varkens het hok in verschillende functiegebieden (eten, slapen, bewegen) kunnen indelen.

Ook de transporttijd is opgenomen in het label. Bij alle niveaus is de maximale transporttijd van de varkens 8 uur. Bij transporten langer dan 4 uur is strooisel en watervoorziening verplicht. Daarnaast gelden er extra eisen bij aankomst in het slachthuis, zoals bescherming tegen hitte en koude als de varkens op de vrachtwagen moeten wachten, drinkgelegenheid in de wachtruimte en extra eisen aan de verdoving voor het slachten.

Volgens Julia Klöckner zal het wetgevingsproces tegen het einde van 2019 voltooid zijn, zodat het eerste vlees van het label in 2020 in de winkel verkrijgbaar zal zijn. De minister hoopt dat het staatsdierwelzijnslabel de prijs van het varkensvlees met 20 procent zal verhogen, vergelijkbaar met Nederland en Denemarken, die tot nu toe de enige landen in Europa zijn die een staatsdierwelzijnslabel hebben.

De meerkost voor de varkenshouder om te voldoen aan de eisen, wordt geschat op 10 tot 12 euro per varken. “Enerzijds moet deze extra inspanning via de markt worden gefinancierd, anderzijds moet er overheidsfinanciering zijn”, aldus Julia Klöckner. Voor varkenshouders die willen voldoen aan de eisen van niveau twee en drie komen er subsidies. Volgens de minister is 70 miljoen euro gereserveerd voor de introductie van het label en de bijbehorende informatiecampagne.

Bron: Agrarheute / AgriHolland

Beeld: Agrarheute

Volg VILT ook via