nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

17.01.2017 "Nieuw GLB moet ruimte laten voor maatwerk"

In 2020 krijgt het Europese landbouwbeleid een grondige update. De eerste verkennende gesprekken daarover zijn al volop aan de gang, en dus is het voor de Europese landbouwministers belangrijk om al vanaf dit vroege stadium duidelijk te maken waar voor hen de prioriteiten moeten liggen. Ook Vlaams landbouwminister Joke Schauvliege maakte die denkoefening al en formuleerde tijdens een gesprek met Boerenbond-voorzitter Sonja De Becker tijdens landbouwbeurs Agriflanders haar belangrijkste strijdpunten: verjonging, performante marktinstrumenten en de ruimte om regionale accenten te leggen. 

Om de onderhandelingen over het nieuwe gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) niet onvoorbereid te starten, heeft Vlaams minister Joke Schauvliege alvast enkele prioriteiten geformuleerd voor de hervorming van het landbouwbeleid in 2020. Dat zei de minister tijdens het Boerenbond-praatje op dag vier van landbouwbeurs Agriflanders in Gent. In de eerste plaats moet er nog meer aandacht gaan naar verjonging om de vergrijzing in de sector een halt toe te roepen, zo vindt Schauvliege. Ten tweede moeten er meer instrumenten gecreëerd worden die voldoende kunnen ingrijpen in de markt. “In 2016 is opnieuw gebleken dat het GLB onvoldoende in staat is om een antwoord te formuleren op crisissituaties.”

Daarnaast hoopt minister Schauvliege ook dat het nieuwe GLB genoeg ruimte laat voor maatwerk. “Vlaanderen is Vlaanderen”, aldus de minister, die daarbij volmondig werd bijgetreden door Boerenbond-voorzitter Sonja De Becker. “We willen niet dat het beleid eenheidsworst serveert. We moeten vanuit het beleid de mogelijkheid krijgen om eigen regionale accenten te leggen.” Iets verderop heeft De Becker het in dezelfde Europese context over het belang van een gelijk speelveld.

Een ander pijnpunt aan de Europese onderhandelingstafel is de relatie met de collega’s uit Wallonië. Want landbouw mag dan wel een regionale bevoegdheid zijn, het is wel degelijk federaal landbouwminister Willy Borsus die ons land vertegenwoordigt op het Europese toneel, waardoor Vlaanderen en Wallonië voor elke landbouwraad tot een gemeenschappelijk standpunt moeten komen. “We begrijpen elkaar”, aldus Schauvliege. “Kijk maar naar de verdeling van de Europese crisissteun: dankzij een snel akkoord tussen Vlaanderen en Wallonië hebben we de steunbijdrages heel erg snel kunnen uitbetalen.”

“Ik ben iets minder optimistisch”, aldus De Becker. “De richting die het Waalse landbouwbeleid wil uitgaan verschilt fundamenteel van waar wij met de landbouw in Vlaanderen naar toe willen. Uiteraard praten we met onze collega’s van de FWA, maar niet zelden verschillen we daarbij van mening.” Vervolgens kwamen de verschillende standpunten omtrent biggencastratie ter sprake. Vanuit de dierenwelzijnsorganisaties en verschillende politieke partijen klinkt de vraag om een verbod steeds luider. Maar zowel De Becker als minister Schauvliege klinken vastberaden: “We doen wat Europa vraagt en dat is voldoende.”

Daarmee zinspelen de voorzitter en minister op het zogenaamde ‘gold plating’, waarbij regels strenger of strikter worden gemaakt dan Europa voorschrijft. “Het is al moeilijk genoeg om de huidige Europese regels om te zetten”, aldus Schauvliege. De Becker vult aan: “We weten dat Vlaams minister voor Dierenwelzijn Ben Weyts de neiging heeft om verder te gaan dan wat Europa vraagt. Wel, Vlaanderen mag pionier zijn wat mij betreft, maar de regels moeten wel voor iedereen gelden. Anders worden we uit de markt geconcurreerd.”

Schauvliege kwam tenslotte ook nog eens terug op de netelige natuurdossiers die ze tijdens haar legislatuur krijgt voorgeschoteld. Ze verwees onder meer naar het dossier van de permanente graslanden waarin ze vorig jaar een knoop doorhakte. “Het is de landbouw die de poldergraslanden in het verleden steeds in stand heeft gehouden. Ik vind het dan ook jammer dat de discussie daarover zo gepolariseerd is. In mijn ogen gaat het om een tegenstelling die er geen hoeft te zijn. Natuur en landbouw moeten zo veel mogelijk in dialoog gaan met elkaar, zonder daarbij al te fanatiek te zijn.” 

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via