nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

15.03.2017 Nieuw wettelijk kader voor bestrijding voedselfraude

Vier jaar na het paardenvleesschandaal heeft Europa een nieuw wetgevend kader voor voedselinspecties “van boer tot bord” klaar. De voorstellen die het Europees Parlement woensdag definitief goedkeurde, moeten de opspoorbaarheid verbeteren, fraude bestrijden en het vertrouwen van de consument in de integriteit van de voedselketen herstellen. Voor het eerst worden alle verordeningen en richtlijnen over controles doorheen de voedselketen gebundeld in één geïntegreerd wetgevend kader. Het gaat dan zowel over controles op voedingswaren en diervoeder, als over fytosanitaire normen, gewasbeschermingsmiddelen, de gezondheid van planten, dierenwelzijn, geografische aanduidingen, enz.

Sinds de dioxinecrisis gaat Europa er prat op dat ons voedsel van riek tot vork gecontroleerd wordt of traceerbaar is. Met de pas gestemde nieuwe wetgeving wil de Europese Commissie de inspecties van de verschillende nationale voedselveiligheidsagentschappen beter op elkaar afstemmen, maar ook consumentenfraude controleren. Bart Staes, Europarlementslid voor Groen, weet: “Na het paardenvleesschandaal was daar nood aan. De lasagnes toen waren niet schadelijk voor de gezondheid, maar bevatten niet de ingrediënten die op het etiket stonden: goedkoop paardenvlees in plaats van duurder rundsvlees. Dat dergelijke consumentenfraude nu ook gecheckt wordt, is een goede zaak.”

“De agrovoedingsindustrie is almaar complexer geworden. De controles moeten dus efficiënter en soepeler”, licht Marc Tarabella, Europarlementslid voor PS, toe. Het wetsontwerp dat scherpere controles in de voedselketen nastreeft, werd woensdag goedgekeurd door het Europees Parlement. De gestemde wet wordt onmiddellijk van kracht aangezien deze het eindpunt is van een lang onderhandelingsproces tussen het Europees Parlement en de lidstaten. Uitgangspunt is dat de inspecties in de lidstaten vaker onaangekondigd moeten gebeuren, op basis van risico-analyses die niet enkel rekening houden met de volksgezondheid, maar bijvoorbeeld ook met fraude en bedrog. De verordening gebiedt de lidstaten bescherming te verlenen aan klokkenluiders, strenge sancties voor fraudeurs te voorzien en de onafhankelijkheid van de nationale inspectiediensten te garanderen.

De nieuwe wetgeving breidt de bestaande veiligheidscontroles op voedsel, diervoeders, dierenwelzijn en gezondheid van dieren uit naar controles op de gezondheid van planten, residuen, ggo’s en gewasbeschermingsmiddelen. Verder regelt het ook onaangekondigde controles in alle sectoren, betere wetshandhaving tegen frauduleuze of misleidende praktijken, importvoorwaarden voor dieren en producten uit derde landen en, tot slot, controles vanwege de Europese Commissie in EU-lidstaten en derde landen.

De groene fractie in het Europees Parlement heeft volgens Bart Staes zijn stempel kunnen drukken op het eindresultaat.  Hij stipt aan dat het een goede zaak is dat de controle op zaadgoed helemaal en de biologische landbouw grotendeels uit de verordening is gebleven. Staes: “Niet alleen zijn er voor biologische landbouw aparte certificeringsorganisaties die zorgen voor goede praktijken bij de boeren. De logica van biolandbouw is bovendien anders dan die van conventionele landbouw, waardoor een continue en totale controle over het gehele productieproces is verzekerd. Het federale Voedselagentschap controleert enkel het eindproduct en dat zegt niet noodzakelijk iets over de kwaliteit van de producten of het productieproces.”

Staes: “Ook positief is dat de onafhankelijkheid van de inspectiediensten beter is geregeld, dat er meer transparantie komt, bijvoorbeeld door de jaarlijkse verplichte publicatie van alle controles en de uitkomst ervan, dat er striktere boetes komen en dat er – op vraag van de groenen – een clausule voor klokkenluiders is opgenomen.” Minder positief in de ogen van het Belgische Europarlementslid die de onderhandelingen voerde voor de groenen, is dat controles in slachthuizen voortaan ook door ambtenaren kunnen gebeuren, en niet langer de exclusieve bevoegdheid zijn van dierenartsen. Hij vindt het ook een gemiste kans dat het checken op de aanwezigheid van ggo’s enkel geldt voor de toegelaten ggo’s voor import en teelt in voeding en diervoederproductie, en niet voor producten in het algemeen.

Wat betreft de financiering van de kost van controles krijgt elke lidstaat de vrijheid om de methode te kiezen (effectieve kost of een vast bedrag), of uitzonderingen vast te stellen. Staes: “We zullen er op moeten blijven toezien dat de lidstaten voldoende investeren in controles want daar staat of valt de geloofwaardigheid van het hele systeem mee.”

Bron: Belga / eigen controle

Volg VILT ook via