nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

07.07.2017 Nieuwe CEJA-voorzitter is jonge landbouwer uit Aalter

CEJA, de Europese koepel voor jonge landbouwers, heeft landgenoot Jannes Maes verkozen tot voorzitter. De jonge landbouwer uit Aalter is sinds 2015 internationaal vertegenwoordiger van Groene Kring, de vereniging voor jonge boeren en tuinders in Vlaanderen. Gelijktijdig nam hij al de functie van CEJA-vicevoorzitter waar. Het voorzitterschap is voor hem een nieuwe en belangrijke stap in de belangenverdediging voor jonge boeren in Europa. Gelet op de volgende hervorming van het Europees landbouwbeleid die zich snel aandient, staat Maes voor een hele uitdaging. Bij de vorige beleidswijziging in 2014-2015 hebben CEJA en toenmalig voorzitter Joris Baecke sterk hun stempel kunnen drukken. Het beste bewijs daarvan is het extraatje aan inkomenssteun dat jongeren sindsdien krijgen in de eerste vijf jaar nadat ze van start zijn gegaan als landbouwer.

Als internationaal vertegenwoordiger van Groene Kring volgde Jannes Maes het Europees landbouwbeleid op via CEJA, de Europese koepelvereniging voor jonge land- en tuinbouwers. Op de algemene vergadering van CEJA op 6 juli werd Maes verkozen tot voorzitter. “De stem en uitdagingen van Europese jonge boeren verder op de kaart zetten, is mijn eerste prioriteit. Daarvoor zal ik samen met het bestuur werken aan een duidelijke standpuntvorming, een versterkt netwerk en een goede interne werking. Het is namelijk van groot belang dat jonge boeren alle kansen krijgen”, laat hij in een eerste reactie optekenen.

Giel Boey, voorzitter van Groene Kring, is in zijn nopjes met de verkiezing en deelde het nieuws kort na de verkiezing op Twitter. “Wij zijn er van overtuigd dat we als vereniging voor jonge land- en tuinbouwers moeten inzetten op de Europese stem van jonge boeren. Jannes kan hier een belangrijke bijdrage aan leveren. Het is voor Groene Kring een eer en een kans om in de aanloop naar 2020 iemand als Jannes het voortouw te laten nemen.” Bij CEJA zijn jonge landbouwers niet rechtstreeks aangesloten, maar wel via hun belangenverenigingen uit eigen land. Groene Kring is één van de 32 jongerenorganisaties die lid is van CEJA. Op die manier vertegenwoordigt de koepelorganisatie de belangen van circa één miljoen jonge landbouwers uit 24 lidstaten. Zelf spreekt CEJA liever over twee miljoen leden, rekening houdend met de boeren van morgen.

Samen met Jannes Maes zijn ook Iris Bouwers uit Nederland, Christoph Daun uit Duitsland, Tomas Fénix uit Tsjechië en Sean Finan uit Ierland verkozen als vicevoorzitter. Ze hebben allemaal hun sporen in de belangenverdediging van jonge boeren al verdiend bij hun nationale federaties. En net zoals Jannes Maes zijn ze opgegroeid en nog altijd actief op een landbouwbedrijf. Ze vullen elkaar goed aan qua expertise in de verschillende deelsectoren. Bouwers helpt haar ouders op een akkerbouw-varkensbedrijf, naast haar politiek engagement voor CDA. Daun runt samen met zijn ouders en broer een melkveebedrijf. De Ier Finan baat zelfstandig een vleesveebedrijf uit en de Tsjech Fénix teelt samen met een zakenpartner biologische groenten en fruit.

Zelf is de 25-jarige Maes opgegroeid op een melkveebedrijf in het Oost-Vlaamse Aalter. Daar zal hij ook na zijn verkiezing de handen uit de mouwen blijven steken. “De voorbije drie jaar werkte ik naast mijn functie bij Groene Kring buitenshuis als manager op een melkveebedrijf. De komende twee jaar wil ik het CEJA-voorzitterschap combineren met het werk op het ouderlijk melkveebedrijf – mijn vader en broer kunnen op mij rekenen tijdens de weekends en bij arbeidspieken – en met een deeltijdse functie bij producentenorganisatie VPOV. Voor de aangesloten varkenshouders ga ik marktinformatie vergaren en verwerken.”

Op de vraag hoe hij dat allemaal gaat combineren, antwoordt Maes laconiek: “Het CEJA-voorzitterschap combineren met het werk op een landbouwbedrijf is voor geen enkele van mijn voorgangers eenvoudig geweest, dus zal het dat ook voor mij niet zijn maar dat wil niet zeggen dat het niet kan lukken. Flexibel zijn wordt de opdracht. Een groot voordeel dat ik heb in vergelijking met mijn voorgangers is dat ik maar op een uurtje van Brussel woon.”

Qua takenpakket verwacht de kersverse CEJA-voorzitter zich aan het dagelijks leiding geven aan de organisatie, maar vooral veel externe vertegenwoordigingen want hij wordt het uithangbord van de organisatie. Vrijdag is de volgende hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) goed en wel van start gegaan met de voorstelling van de resultaten van de publieksenquête. Het laat zich raden dat het nieuwe GLB de agenda van Jannes Maes gaat bepalen. “Gelukkig heb ik het dossier als onder voorzitter de voorbije twee jaar kunnen opvolgen. Twee maanden geleden is intern de visiebepaling afgerond door CEJA. Nu is het een kwestie van er voor te zorgen dat het sterke jongerenstandpunt door de EU-instellingen wordt opgepikt.”

Bij de vorige hervorming in 2014 heeft CEJA onder leiding van toenmalig voorzitter Joris Baecke, een Nederlandse akkerbouwer die inmiddels ook bestuursfuncties vervult bij LTO en ZLTO, de kaarten gunstig geschud voor jonge landbouwers. Het idee om hen extra inkomenssteun te geven tijdens de eerste, moeilijke jaren na de opstart van een landbouwbedrijf kwam namelijk van de koepelorganisatie. Sindsdien kunnen lidstaten maximaal twee procent van hun Europese enveloppe aan inkomenssteun reserveren voor een top-up aan jonge landbouwers. Die ontvangen ze de eerste vijf jaar na vestiging en alleen op de eerste 90 hectare van hun areaal, als dat al groter zou zijn. In Vlaanderen mag je rekenen dat een jonge landbouwer per hectare een kwart meer inkomenssteun ontvangt dan het gemiddelde.

“Jaren werk door CEJA zijn daar toen aan voorafgegaan, maar dat betekent niet dat we deze hervorming vrede nemen met het behoud van de top-up”, zegt Maes. “Vanwege de nog steeds spaak lopende generatiewissel is onze ambitie veel groter dan simpelweg behouden wat er is. Voor elke maatregel uit de eerste en tweede pijler van het landbouwbeleid zou Europa zich moeten afvragen wat het effect is op jonge landbouwers. En de tweede vraag die zich stelt, is wat het beleid extra kan doen voor jongeren. Gaat het bijvoorbeeld over risicomanagement, dan zou het GLB jonge landbouwers goedkoper kunnen laten aansluiten bij een weers- of inkomensverzekering. We vragen dus niet blind om meer geld voor de jonge ondernemers in de sector, maar opgeteld kan naar al die jongerenvoordelen uit de verschillende maatregelen in pijler I en II 20 procent van het totale landbouwbudget gaan.”

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Groene Kring

Volg VILT ook via