nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

24.05.2019 Nieuwe mestactieplan met terugwerkende kracht in voege

Op 22 mei werd het zesde mestactieplan voor de periode 2019-2022 goedgekeurd door het Vlaams Parlement. Het komt er nu op aan om landbouwers zo snel mogelijk duidelijk te maken wat dit voor hen betekent want MAP6 treedt meteen in werking, zelfs met terugwerkende kracht tot begin dit jaar. Eind mei zijn haast alle gewassen gezaaid en geplant, dus is een groot deel van de mest al op het land gebracht. Bij de beslissingen die boeren en tuinders deze zomer en dit najaar nog moeten nemen, zoals het zaaien van vanggewassen, kunnen en moeten ze wel rekening houden met het nieuwe beleidskader. Na een eerste infomoment voor landbouwconsulenten op 6 juni zullen de infosessies voor landbouwers in gans Vlaanderen op gang komen.

Met MAP 6 worden gerichte maatregelen genomen die cruciaal zijn om de waterkwaliteit in Vlaanderen te verbeteren en in lijn te brengen met de Europese doelstellingen. Het nieuwe mestactieprogramma legt de klemtoon op het uitvoeren van goede bemestingspraktijken volgens het 4J-principe: bemesten doe je met de juiste dosis, de juiste mestsoort, op het juiste tijdstip en met de juiste bemestingstechniek. “Goede bemestingspraktijken, volgens dat principe, zijn essentieel om lage nitraatresidu’s te realiseren en bij te dragen aan een verbetering van de waterkwaliteit”, aldus Toon Denys, gedelegeerd bestuurder van de Vlaamse Landmaatschappij.

Regionale en lokale verschillen in de waterkwaliteit vereisen verschillende maatregelen. In gebieden waar nog een grote verbetering van de waterkwaliteit moet gerealiseerd worden, zijn strengere maatregelen nodig dan in gebieden waar de waterkwaliteitsdoelstellingen bijna of al gerealiseerd zijn. Daarom wordt in MAP 6 de overstap gemaakt naar een nieuwe, meer verfijnde indeling van Vlaanderen in vier gebiedstypes. Dat begint bij gebiedstype 0, waar de waterkwaliteitsdoelstelling gehaald is, en loopt zo verder op. In gebiedstype 1 is de doelstelling in zicht, terwijl in gebiedstypes 2 en 3 de doelafstand (middel)groot is. Die nieuwe indeling in gebiedstypes vervangt de vroegere afbakening van de focusgebieden. Vanaf 14 juni kunnen landbouwers de nieuwe gebiedstypes raadplegen op het e-loket Landbouw en Visserij.

In de gebiedstypes 1, 2 en 3 moeten waar mogelijk tegen 15 september vanggewassen worden ingezaaid na de oogst. In de gebiedstypes 2 en 3, goed voor 40 procent van het totale areaal landbouwgrond, wordt dat nog wat scherper gesteld. Daar moeten landbouwers er voor zorgen dat het areaal waarop een vanggewas (of nateelt zoals graan met een gelijke positieve impact) geteeld wordt tussen nu en 2022 met 10 dan wel 20 procent toeneemt. Tezelfdertijd wordt de bemestingsnorm daar stapsgewijs verlaagd, tegen 2022 ook in de grootteorde van 10 (gebiedstype 2) en 20 procent (gebiedstype 3).

Het zesde mectactieplan gaat in met terugwerkende kracht zodat landbouwers zich nog dit jaar naar alle nieuwe regels moeten schikken. De Mestbank is er zich van bewust dat dit niet ideaal is, maar benadrukt dat de waterkwaliteit verder moet verbeteren. 2019 mag met andere woorden geen verloren jaar zijn. Landbouwers met percelen gelegen in gebiedstype 3 moeten rekening houden met een verlaging van de bemestingsnorm voor werkzame stikstof met 5 procent. Aangezien er bespaard moet worden op kunstmest, en niet op dierlijke mest, kan het bemestingsplan mogelijk nog bijgestuurd worden. Iets waar landbouwers zeker op kunnen anticiperen, is de verplichting om 5 procent meer vanggewassen te zaaien op percelen in gebiedstype 3. De Mestbank belooft zo snel mogelijk te communiceren over deze en andere maatregelen.

Een andere wijziging is bijvoorbeeld dat mesttransporten na 1 augustus moeten gebeuren door erkende mesttransporteurs die uitgerust zijn met AGR-GPS. Om innovatie te stimuleren, kunnen landbouwers in de toekomst ook kiezen voor equivalente maatregelen, als alternatief voor bovenstaande gebiedsgerichte maatregelen. Ook landbouwers die via een positieve evaluatie van het nitraatresidu op hun bedrijf aantonen dat ze goed werken, kunnen vrijgesteld worden van bepaalde maatregelen.

De bestaande generieke maatregelen worden versterkt door een doeltreffende handhaving. “Voor de Mestbank is een betere opvolging van het kunstmestgebruik prioritair. Daarnaast blijft de nitraatresidubepaling de belangrijkste indicator voor een oordeelkundige bemesting”, aldus Bart De Schutter, afdelingshoofd van de Mestbank. Daarom wordt een digitaal kunstmestregister ingevoerd voor landbouwers en kunstmesthandelaren. Uitbaters van mestverwerkingsinstallaties zullen debietmeters moeten installeren om hun werking te staven.

Verder zet de Mestbank in op de optimalisatie van de bestaande controleprocessen. Gerichte bedrijfsdoorlichtingen na risicoanalyse, terreincontroles en nitraatresiducontroles blijven belangrijk voor de Mestbank. Een goed toezicht op de naleving van de mestwetgeving, gekoppeld aan een proportionele sanctionering, is immers het sluitstuk van het mestbeleid.

Sensibiliseren rond oordeelkundig bemesten doet de Vlaamse Landmaatschappij op sectorniveau, maar hun dienst bedrijfsbegeleiding verdween. Landbouwers begeleiden en adviseren blijft vanzelfsprekend van belang, en is een taak waar coördinatiecentrum CVBB zich van kwijt en waar praktijkcentra en commerciële bedrijven ook hun bijdrage toe leveren. Om de kwaliteit van de bemestingsadviezen te verbeteren en de toepassing ervan door de landbouwers te verhogen, zal vanaf 2021 een certificering voor de bemestingsadvisering uitgerold worden.

Met de goedkeuring van MAP 6 ligt de weg open voor een verlenging van de derogatie voor de periode 2019-2022 door Europa. Dat is goed nieuws voor de landbouwers, melkveehouders vooral, die gebruik maken van de mogelijkheid om een groter aandeel van de gewasbehoefte in te vullen met dierlijke mest. Het tegendeel zou hen voor een onaangename verrassing geplaatst hebben want op maïsakkers wordt alle dierlijke mest voor het zaaien toegediend. Alleen op grasland wordt mest in meerdere fracties aangewend, en ligt de in totaal toegepaste dosis deze tijd van het jaar nog niet vast.

De Vlaamse Landmaatschappij stelt de tekst van het mestactieplan beschikbaar op zijn website. De rubriek over MAP6 wordt stelselmatig aangevuld, onder andere met antwoorden op veel gestelde vragen. Alle Vlaamse landbouwers ontvangen midden juni een e-mail of brief met meer informatie over wat het nieuwe mestactieplan voor hen concreet inhoudt. Op 6 juni worden de landbouwconsulenten ingelicht, waarna de informatieverspreiding richting landbouwers start.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via