nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

27.09.2017 "Nieuwe regels moeten hernieuwbare energie boost geven"

Drempels voor grote zonnepaneelinstallaties wegwerken, groenestroomcertificaten voor windmolens spreiden over 20 jaar en extra steun voor projecten waarin burgers mee kunnen investeren. Met de "optimalisering" van deze ondersteunende maatregelen wil de Vlaamse regering hernieuwbare energie "een boost geven. We gaan dus voluit voor een groenere energie-toekomst, maar zonder de fouten uit het verleden te herhalen", klinkt het in een persbericht van minister van Energie Bart Tommelein (Open Vld).

Uit de laatste cijfers blijkt dat al er reeds 300.000 zonnepaneelinstallaties zijn geïnstalleerd door burgers. Om ook middelgrote en grote installaties aan te moedigen, heeft de Vlaamse regering een aantal ondersteuningsmaatregelen geoptimaliseerd. Voor grote zonnepanelenprojecten (meer dan 10 kWp) zal de steun via groenestroomcertificaten verkort worden van 15 naar 10 jaar. "Dat is een belangrijke stimulans voor derdepartijfinanciering, waarbij iemand anders het project financiert en de investering wordt terugbetaald met wat men bespaart op de energiefactuur", luidt de persmededeling. Het verplichte percentage zelfafname wordt voor deze middelgrote en grote installaties teruggebracht van 65 tot respectievelijk 60 en 55 procent.

Nieuwe windmolens zullen daarnaast 20 jaar lang groenestroomcertificaten krijgen. Vandaag is dat 15 jaar en vóór 2013 was dat zelfs maar 10 jaar. Nochtans hebben windmolens een levensduur van 20 jaar. “Na die eerste 10 of 15 jaar kan de steun verlengd worden, maar die is soms zo beperkt dat het risico bestaat dat eigenaars oudere windmolens afbreken en opnieuw opbouwen in het buitenland. Dat gebeurde eerder al in Nederland en zou onze Vlaamse winddoelstellingen in gevaar brengen”, aldus minister Tommelein. Het rendement van de nieuwe windmolens wordt wel teruggebracht naar 7,5 procent in plaats van acht. Op die manier blijft de kost gelijk. Ook de regels voor verlenging van de steun worden aangepast.

Tot slot zet Vlaanderen meer in op burgerparticipatie. De minister wil grote projecten die minstens 200 burgers laten participeren, belonen. Een windmolenproject zal zo'n 1.000 euro per jaar via groenestroomcertificaten extra krijgen, een groot zonnepanelenproject 150 euro. “Het is opvallend hoe burgerparticipatie het noodzakelijke draagvlak voor de energieomslag verhoogt. Daar mag wat extra ondersteuning tegenover staan”, aldus de minister. Tommelein benadrukt dat hij op deze manier de bedrijven wil stimuleren om te investeren in hernieuwbare energie, "zonder te oversubsidiëren".

In het windplan ‘Windkracht 2020’ dat de Vlaamse regering eind 2016 goedkeurde, wordt ook het pad geëffend voor de toepassing van windenergie door KMO’s en landbouwbedrijven in landelijk gebied. “Zeker middelgrote windmolens kunnen interessant zijn in de energievoorziening en bedrijfsvoering van een landbouwbedrijf”, zo concludeert het Innovatiesteunpunt. “Windmolens leveren in tegenstelling tot zonnepanelen een vrij constante productie en kunnen afhankelijk van het verbruikersprofiel van elektriciteit op het bedrijf het eigen gebruik geheel of gedeeltelijk dekken.” Minister Tommelein beloofde alvast de implementatie van windmolens op landbouwbedrijven te vergemakkelijken en de regels voor kleine en middelgrote windmolens te versoepelen.

Terwijl grote windturbines met vermogens groter dan 300 kW zich ondertussen rendabel bewijzen, moeten landbouwbedrijven zich voor de invulling van de eigen energiebehoefte eerder focussen op middelgrote windturbines, zo meent het Innovatiesteunpunt. Dat zijn turbines met een minimale ashoogte van 15m en een vermogen kleiner dan 300 kW. De rendabiliteit van een investering in dergelijke middelgrote windturbine kan niet zo eenduidig als rendabel of niet-rendabel worden bestempeld. De jaarlijkse elektrische opbrengst van een windturbine en dus ook het rendement varieert met de jaarlijkse gemiddelde windsnelheid. Om een aanvaardbaar rendement te halen, is een jaarlijkse gemiddelde windsnelheid van 5,5 m/s nodig.

Ook het verbruiksprofiel van het land- of tuinbouwbedrijf speelt een rol. “Een rendabele implementatie van een middelgrote windturbine is mogelijk bij landbouwbedrijven met een jaarverbruik van minimaal 150.000 kWh en die voor hun bedrijfsactiviteiten heel het jaar door iedere dag eenzelfde grote elektrische verbruikslast hebben”, weet het Innovatiesteunpunt. Denk daarbij aan varkens-en kippenbedrijven met een grote ventilatiebehoefte of tuinbouwbedrijven met een grote behoefte aan belichting en koeling iedere dag van het jaar. Zij moeten in staat zijn om dergelijke investering op een aanvaardbare termijn van 10 jaar terug te verdienen. 

Meer informatie: Innovatiesteunpunt (Selecteer duurzame energie bij 'Kies een thema')

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Engie

Volg VILT ook via