nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

"De lobby van het bedrijfsleven domineert Europese politiek"
14.11.2016  Nina Holland (Corporate Europe Observatory)

Corporate Europe Observatory (CEO) bestaat bijna 20 jaar. De organisatie is in 1997 ontstaan vanuit de vaststelling dat het bedrijfsleven een dikke vinger in de pap had bij het sluiten van de grote EU-verdragen. De belangen van bedrijven werden keer op keer bevoordeeld in de besluitvorming van de Europese Unie, “iets wat we vandaag nog altijd zien”, zegt Nina Holland van CEO. “Multinationals trekken aan het langste eind. Hun lobby is heel goed georganiseerd en beschikt over grote budgetten, zodat milieu of sociale belangen het onderspit delven.” Samen met 14 collega’s bijt Nina zich vast in het getouwtrek in de Europese wandelgangen. Ze vullen hun dagen niet met spannend detectivewerk, wel met onderzoeksjournalistiek. Rapporten van CEO krijgen steeds meer weerklank in de pers, wat volgens Holland mede te danken is aan de heisa rond vrijhandelsakkoorden als TTIP en CETA.

De lezers van VILT zijn welbekend met de ngo’s van Belgische origine, maar Corporate Europe Observatory verdient voor hen een woordje uitleg.
Nina Holland: CEO onderzoekt de lobbypraktijken van het bedrijfsleven en we voeren ook campagne met duidelijk politieke doelstellingen. Zo eisen we van de Europese Commissie regels om de lobby aan banden te leggen. Een ander belangrijk deel van ons werk is de media en het grote publiek informeren. We brengen rapporten en andere publicaties onder de aandacht en organiseren ook ‘lobby tours’ voor iedereen die met eigen ogen wil zien hoe kort de looplijnen zijn tussen ‘lobby firms’ en ‘law firms’ die vaak hetzelfde werk doen, sectorfederaties zoals Business Europe en Copa-Cogeca, grote bedrijven genre BASF en Bayer en de EU-instellingen. De deelnemers aan die lobby tours door Brussel zijn studenten, academici, politici, leden van ngo’s, journalisten, enz.

Vat het woord ‘lobbywaakhond’ jullie rol goed samen? Is dat spannend detectivewerk of ploeteren jullie heel de tijd door dikke dossiers?
Lobbywaakhond is zeker een leuke bijnaam voor CEO, maar het gaat voorbij aan het andere werk dat we doen. In het campagne voeren profileren we ons met sterk onderbouwde standpunten. Of het spannend werk is? Detective spelen is er niet bij, daarvoor zijn de 15 medewerkers van CEO te bekend hier in Brussel. Hoe meer je weet over een onderwerp, hoe spannender het wel vaak wordt. Ik zou het durven omschrijven als ‘spannend ploeteren in dikke dossiers’. Dikwijls start dat met een verzoek om informatie gericht aan de Europese Commissie, een zogenaamde ‘freedom of information request’. Tot voor een paar jaar was CEO één van de weinigen die van dit informatierecht gebruikmaakte, maar intussen heeft het aan bekendheid gewonnen en maken ook politici zoals jullie landgenoot Bart Staes er gebruik van. De website AsktheEU.org maakt het alle burgers heel eenvoudig om documenten op te vragen bij de Europese Commissie.

briefwisseling.Europa_CEO.geVILT.jpg

Op basis van het recht dat elke EU-burger heeft om informatie op te vragen, verwerven we inzage in bijvoorbeeld alle mails die een directoraat-generaal van de Europese Commissie over een bepaald onderwerp gedurende een bepaalde tijdspanne uitwisselde. Als de medewerkers van de Commissie op een correcte manier hun mailbox uitpluizen, dan krijgen we zo toegang tot alle stukken die lobbyisten toesturen. Soms duurt het maanden voor je antwoord krijgt, en vaak zijn er grote delen van de tekst onleesbaar gemaakt maar je haalt er altijd wel nuttige informatie uit.

We baseren ons ook op informatie uit het EU Lobby Register, en Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker heeft ervoor gezorgd dat ook de ontmoetingen van het hogere kader online worden gezet. Om het voor mensen makkelijker te maken om deze informatie te doorgronden, heeft CEO de website LobbyFacts.eu gebouwd. Deze website geeft weer welke organisaties en bedrijven het vaakst over de vloer komen bij de EU-instellingen, en hoeveel zij officieel spenderen aan lobbywerk. De cijfers moeten we met een grove korrel zout nemen want bedrijven zoals Monsanto laten sectororganisaties en beroepslobbyisten voor hen het werk doen. De bijdragen die ze betalen, rapporteren ze niet.

Door het getouwtrek van het bedrijfsleven rond bijvoorbeeld glyfosaat en TTIP bloot te leggen, lijkt het alsof CEO zelf standpunt inneemt en schouder aan schouder optrekt met milieu- en burgerorganisaties. Is dat een juiste indruk?
Wij zijn ontstaan uit de beweging die in de jaren ’90 ijverde voor anders-globalisme en alliëren ons nog steeds met de milieu- en sociale beweging. Een CEO-onderzoek dat de lobby van het bedrijfsleven onthult, sluit dikwijls naadloos aan bij de strijd die andere ngo’s leveren. In het dossier van de klimaatverandering kunnen ngo’s bijvoorbeeld ruchtbaarheid geven aan onze vaststelling dat oliereus BP via een project in Groot-Brittannië de emissiehandel als klimaatoplossing introduceerde in de EU, als alternatief voor de belasting op CO2-uitstoot die indertijd overwogen werd. Daarom hebben we nog steeds geen effectief Europees klimaatbeleid.

EU.protest.vrijhandel_CEO.jpg

Als de Europese instellingen goed zouden functioneren, dan zou een organisatie als CEO geen bestaansreden mogen hebben. Waar gaat het dan mis?
Het loopt al fout bij het bepalen van de agenda. De Europese Commissie heeft zich ‘better regulation’ tot doel gesteld, maar dat heeft in de praktijk vooral geresulteerd in het verwijderen van 140 wetsvoorstellen die een bijdrage zouden hebben geleverd aan een meer duurzame samenleving. Bij de voorstellen die sneuvelden, zijn bijvoorbeeld de afvalrichtlijn, de bodemrichtlijn en de richtlijn circulaire economie. ‘Better regulation’ zien wij dan ook als een barrière om vooruitgang te boeken, net zoals vrijhandelsakkoorden genre TTIP. Andere barrières zijn de combinatie eenheidsmarkt en -munt. Die laten het landen niet meer toe om een eigen koers te varen en hun markt af te schermen. Lidstaten zoals Griekenland, Spanje en Portugal komen daardoor ernstig in de problemen. Europa trekt steeds meer macht naar zich toe, en beweegt lidstaten tot privatisering en deregulering.

Brussel is een droom voor lobbyisten want de vrij kleine Europese administratie is er makkelijk te bewerken en kritische media die nationaal verslag uitbrengen zijn er veraf. De EU-wetgeving wordt voorbereid in expertgroepen waar het bedrijfsleven mee aan tafel zit. Hoe kan je verwachten dat je een goed advies krijgt omtrent het reguleren van de banksector als de banken dat advies mee mogen schrijven? Een grote boosdoener is het fenomeen ‘revolving doors’, met als bekendste voorbeeld oud-Commissievoorzitter Barroso die aan de slag ging bij investeringsbank Goldman Sachs. Daar hebben EU-ambtenaren zelf een petitie tegen gelanceerd omdat ze dit zo’n grote blamage vinden voor het imago van Europa.

lobby.tabak_CEO.geVILT.jpg

Je kan van duizenden ambtenaren niet bijhouden wat hun professionele achtergrond is en waar ze na hun Europese carrière naar toe trekken. In de praktijk wordt daar misbruik van gemaakt, en zie je iemand van Business Europe aan de slag gaan bij het directoraat-generaal Energie om vervolgens weer zijn plaats in te nemen bij Business Europe. Dat is geen carrièreplanning, daar zit een strategie achter. Lobby firms headhunten medewerkers van het Europees Parlement en de Europese Commissie. Hun loon is blijkbaar nog niet hoog genoeg om hen te beschermen tegen de verleiding. Een EU-commissaris ontvangt na zijn afzwaaien nog drie jaar lang 60 procent van zijn loon, en toch proberen ze zo snel mogelijk in het bedrijfsleven aan de bak te komen.

Werd de EU-wetgeving niet evenwichtiger nu het Europees Parlement het laken meer naar zich toetrok in de beslissingsprocedure?
Soms helpt het, maar vaak blijkt het Europees Parlement gewoon onderdeel te zijn van het spel der lobbyisten. Alle belanghebbenden maken een analyse van het ‘veld’ en kijken wie hun ‘vriend’ kan zijn. De conservatieve en liberale fractie in het Europees Parlement doen vaak niet veel anders dan bepaalde economische belangen vooropstellen. Akkoord, er worden ook goede resoluties aangenomen in het Europees Parlement en het halfrond slaagt er al eens in om iets aan te passen of tegen te houden, maar het is bijvoorbeeld niet in staat gebleken om het landbouwbeleid écht groener te maken. De onderhandelingen tussen Commissie, Raad en Parlement zijn heel complex, en het is niet makkelijk voor de onderhandelaars van het Europees Parlement om het been stijf te houden. Verder heeft het Parlement nog altijd het recht niet om zelf een wetgevend initiatief te nemen en merken we dat de Europese Commissie de macht weer meer naar zich toe trekt door de budgetcontrole die het uitoefent op de lidstaten.

democratie_CEO.geVILT.jpg

Het bedrijfsleven heeft geld om lobbyisten voor zijn kar te spannen maar beleidsmakers leven bij de gratie van het volk dat voor hen stemt. Waar moeten we dan bang voor zijn?
In Brussel gaat die redenering niet op want de Europese Commissie wordt niet verkozen. De Europarlementsleden worden rechtstreeks verkozen, maar de kiezer is te weinig op de hoogte van wat er zich in ‘Brussel’ afspeelt. Dat is voor een stuk de schuld van depolitieke partijen zelf want zij voeren campagne met nationale in plaats van Europese thema’s. Mensen weten niets af van de investeringsverdragen die de EU sluit, van de onderhandelingen die de Europese Commissie achter gesloten deuren voert, enz. Wie kan met zekerheid zeggen dat de Commissie in het algemeen belang onderhandelt over TTIP als dat niet in alle openheid gebeurt?

Is het naïef om te denken dat Europa een weloverwogen beslissing kan nemen indien alle betrokken partijen in een dossier lobbyen?
Die redenering gaat voorbij aan het zwaar onevenwicht in de beleidsbeïnvloeding en de manier waarop er gelobbyd wordt. Vakbonden en ngo’s die werken met beperkte middelen leggen zich toe op een aantal specifieke thema’s. Denk bijvoorbeeld aan het klimaatthema, en zelfs daar slagen ze er niet in om de vooruitgang te boeken die nodig is. Terwijl ngo’s beleidsmakers proberen te overtuigen dat een grotere reductie van de broeikasgasuitstoot nodig is, worden ze alweer met een nieuw probleem in de vorm van schaliegaswinning geconfronteerd. Beleidsmakers zien het als politieke zelfmoord om een reductie van de broeikasgasuitstoot met meer dan 50 procent te opperen, dus blijven ze liever pragmatisch. Op heel wat andere thema’s ervaart het bedrijfsleven geen tegenspraak en dat verklaart bijvoorbeeld de deregulering van de bankensector. De controle die het Europees Parlement zou moeten uitvoeren, loopt bovendien mank.

lobby_CEO.geVILT.jpg

Het alternatief voor je laten beïnvloeden door lobbyisten is niet beslissen uit een ivoren toren. De Europese Commissie beschikt over een massa aan onafhankelijke expertise in de 28 lidstaten, alleszins meer dan voldoende om de verschillende comités en expertgroepen van onafhankelijke doch bekwame mensen te voorzien. Alleen stellen we vast dat de Commissie steeds rekruteert bij het bedrijfsleven. In het geval van voedselveiligheidsautoriteit EFSA is het ook een budgettair probleem. Een jaarbudget van 80 miljoen euro is waanzinnig weinig, wat als resultaat heeft dat experten op vrijwillige basis de EFSA-panels bevolken naast hun gewone job. Om die vrijwilligers te vinden, hanteert EFSA te slappe regels om belangenconflicten tegen te gaan (lees ook: Klein jaarbudget dwingt EFSA volgens ngo tot haastwerk).

Welke organisaties drukken hun stempel op de besluitvorming in landbouwdossiers? Is dat in het geval van Copa-Cogeca niet legitiem als je weet dat de boerenkoepel erg representatief is gelet op de leden-landbouworganisaties?
Copa vertegenwoordigt een bepaald landbouwmodel, en verdedigt niet per se het belang van het merendeel van hun leden. De Europese boerenkoepel haakt zijn wagonnetje bijvoorbeeld consequent aan dat van ECPA, de Europese federatie van de pesticidenindustrie. In dossiers als glyfosaat en hormoonverstorende stoffen trekken ze samen op. Ook FoodDrinkEurope is een bondgenoot van Copa in de lobby voor TTIP, terwijl die organisatie als belangenverdediger van de voedingsindustrie net lage prijzen voor landbouwproducten wil. Cogeca verdedigt de belangen van landbouwcoöperaties zoals FrieslandCampina en Agrifirm, dat is de agribusiness. Copa en Cogeca zijn in feite één lobbygroep, dan moet je er dus niet vreemd van opkijken dat de Europese boerenkoepel pro TTIP is.

TTIP.CETA.vrijhandel.lobby_CEO.jpg

In Nederland hebben de varkenshouders zich afgekeerd van de handelsverdragen met de VS (TTIP) en Canada (CETA). Zij hebben een ongewone coalitie gevormd met melkveehoudersvakbond DDB en met Milieudefensie. Ook de Franse rundveehouders zijn tegen TTIP gekant. Bij Copa heb ik de stemming een half jaar geleden zien keren en hoorde ik hoe negatief de Franse vertegenwoordiger was over TTIP. Volgens mij kan je niet oprecht hoeveverkoop bepleiten en tegelijk pro-TTIP zijn. Met zo’n vrijhandelsverdrag wordt een gediversifieerde landbouw nooit een serieus alternatief. Net zoals bio nooit een serieus alternatief zal worden voor gangbaar zolang de Vlaamse overheid veel meer geld pompt in het biotechnologie-instituut VIB dan in onderzoek ter ondersteuning van de biolandbouw.

In landbouw-gerelateerde dossiers zoals glyfosaat, ggo’s en TTIP weten de tegenstanders de media het best voor hun kar te spannen. Biedt dat voldoende tegengewicht voor het meer slinkse lobbywerk achter de schermen?
De strijd van ngo’s tegen de genetisch gemodificeerde (herbicidetolerante) gewassen van Monsanto & co is succesvol geweest, al moet ik er meteen bijzeggen dat ze er beter in geslaagd zijn om ggo-teelt te bannen dan import en verwerking van ggo’s want dat loopt gewoon door. Waarom ngo’s in dit dossier wél winnen van het bedrijfsleven? Omdat het over voeding gaat en omdat de aanwezigheid van ggo’s geëtiketteerd moet worden. De voedingsindustrie wil ‘ggo’ niet op de verpakking zien staan, dus stellen ook boeren zich terughoudend op.

Een andere reden zijn de geslaagde publiekscampagnes en protesten tegen veldproeven. Er is veel weerstand tegen het idee dat ggo’s voor een verdere concentratie van de zadenindustrie zullen zorgen en patenten de boeren tot slaaf maken. Als het aantal grote zaadhuizen in de Verenigde Staten door fusies gereduceerd wordt van zes naar drie, dan kunnen Amerikaanse boeren straks enkel nog kiezen tussen gepatenteerde rassen. In Europa is het al bijna niet meer mogelijk om zaai- en pootgoed te ruilen. Enkel hobbytuinders kunnen dat omdat het niet commercieel mag worden. Kwekersrecht conform het UPOV-verdrag geeft steeds meer rechten aan de zadenfirma’s en beperkt de rechten van de gebruikers van de zaden. Boeren zou het bijvoorbeeld wel toegestaan moeten worden om zaden te ruilen. Zo kunnen ze selecteren op goede eigenschappen en rassen ontwikkelen die aangepast zijn aan de lokale omstandigheden.

glyfosaat.protest_CEO.jpg

Vergis je niet, het is ook bij ons in de toekomst mogelijk dat een zadenfirma een rechtszaak aanspant tegen boeren omdat ze zaden gebruiken die onder een octrooi van een multinational vallen. In Europa liet Monsanto een octrooi vastleggen voor een bepaalde soort klassiek veredelde broccoli zodat geen enkele andere veredelaar of boer de genetica van deze soort mag verfijnen. Een rechtszaak zal daar niet meteen van komen omdat geen enkele teler in onze contreien zelf zijn broccolizaad vermeerdert, maar het probleem zal zich wel stellen wanneer variëteiten van de grote akkerbouwgewassen beschermd worden door een octrooi. Dan gaat immers het probleem spelen dat bestuiving door de wind mogelijk is, en uit de Verenigde Staten weten we dat een firma als Monsanto er niet voor terugdeinst om boeren voor de rechter te slepen als op hun veld sporen van een beschermde variëteit worden gevonden. Voor bioboeren in Spanje, waar Bt-resistente ggo-maïs wordt geteeld door gangbare boeren, is het reeds onmogelijk om maïs te telen. De afnemers willen het niet vanwege het risico op kruisbestuiving.

Journaliste Stéphane Horrel haalde samen met CEO zwaar uit naar het parcours dat Europa aflegde inzake hormoonverstorende stoffen…
Het besluit over hormoonverstoorders dat de Europese Commissie in juni publiceerde, stond in geen enkel scenario geschreven. Mijn eerste reactie was: wie heeft dit verzonnen en wat was de inspiratiebron? Duidelijk is dat de industrie alles uit de kast heeft gehaald, inbegrepen het beïnvloeden van groepen wetenschappers, om te voorkomen dat hormoonverstorende chemische stoffen verboden worden. De lat om te bewijzen dat een chemische stof de hormoonhuishouding verstoort, is problematisch hoog gelegd. Je mag 15 studies hebben die aantonen dat er een schadelijk effect is op dieren, toch zal je één-op-één het verband moeten aantonen bij de mens. Dat is zeer moeilijk, want je kan natuurlijk niet testen op mensen, en dus geen grote groepen mensen vergelijken met een controlegroep, nog los van de bijkomende moeilijkheid dat ziekten vaak pas optreden op latere leeftijd, of bij de volgende generatie. Bisfenol A kan je met de nieuwe criteria niet bannen uit babyflesjes terwijl Europa in 2011 wel overtuigd was van de noodzaak van een verbod. Is het niet vreemd dat fabrikanten de veiligheid van ggo’s en pesticiden mogen aantonen met dierstudies (bv. ratten 90 dagen het product voederen) terwijl je bewijzen van de impact op mensen moet kunnen voorleggen om aan te tonen dat een stof onveilig is?!

Wanneer voormalig Commissievoorzitter José Manuel Barroso adviseur wordt bij Goldman Sachs is dat groot nieuws. Ongetwijfeld zijn er meer maar minder bekende voorbeelden?
Een ander relatief bekend voorbeeld van ‘revolving doors’ is Diana Banati van EFSA. Zij werkte voor het International Life Sciences Institute (ILSI) dat gesponsord wordt door firma’s als Monsanto en McDonalds en verkaste naar de management board van de voedselveiligheidsautoriteit. Wat later werd ze weer directeur van ILSI. Ze moest toen bij EFSA vertrekken, maar ze wist op deze manier precies hoe EFSA van binnen werkt. Zo zijn er nog voorvallen. De mensen die voor ECPA werken en het gebruik van pesticiden verdedigen, hebben bijna allemaal een carrière bij de EU-instellingen achter de rug. Een screening van alle EFSA-panels door CEO leerde dat er bij 60 procent van de experten sprake is van belangenverstrengeling vanwege banden met de agrovoedingsindustrie. Dit zijn geen wordt geen ‘revolving doors’ genoemd omdat deze wetenschappelijke experten niet in dienstverband voor Europa werken. Het gaat bijvoorbeeld om de onderzoeker van Wageningen Universiteit die projectfinanciering kreeg van Nestlé en dan door EFSA gevraagd wordt om zich uit te spreken over aspartaam. Een belangenconflict als je het mij vraagt want Nestea wordt gezoet met aspartaam.

EuropeseCommissie.DGGezondheid_CEO.geVILT.jpg

In één dossier claimen voor- en tegenstanders hun gelijk door te zwaaien met wetenschappelijke studies, al dan niet in opdracht van. Kan je dat oplossen met een EU-orgaan dat niet anders doet dan literatuurstudies?
Momenteel kan een orgaan als EFSA zijn werk niet goed doen. Het is in de EU (en elders) zo bepaald dat de bedrijven zelf hun veiligheidsstudies uitvoeren. Daarnaast is er geen geld om onafhankelijke experten te betalen. Private onderzoeken zijn bovendien vaak niet reproduceerbaar, want vaak worden de gegevens geheim gehouden. Vanuit die vaststellingen bepleit CEO de oprichting van een fonds dat onafhankelijk onderzoek financiert dat aan de basis ligt van de Europese besluitvorming. Je laat het bedrijfsleven wel financieel bijdragen, maar het labo dat het onderzoek uitvoert mag geen enkel belang hebben bij een markttoelating. Alle onderzoeksresultaten worden publiek gemaakt. Vandaag zijn het de fabrikanten die bepalen wat er gepubliceerd wordt, en wat niet. Ik zou graag de studies kunnen inkijken die de buitenwereld nooit te zien krijgt…

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: CEO

Volg VILT ook via