Half april 2007 werden 3.200 enquêtes per post verstuurd naar dezelfde adressen die via een toevallige steekproeftrekking werden geselecteerd in 2002. Het grote voordeel is dat zelfs de kleinste verschillen tussen de meting in 2002 en die in 2007 daardoor significant kunnen zijn. Een nadeel dat werd gecreëerd door vijf jaar later een beroep te doen op dezelfde steekproef is dat al deze respondenten inmiddels vijf jaar ouder zijn geworden, een aantal mensen verhuisd waren of intussen waren overleden.

Uiteindelijk waren 646 enquêtes geschikt voor de analyse, 26 enquêtes kwamen niet in aanmerking wegens het onvolledig of blanco terugsturen van de vragenlijst. De respons bedroeg daarmee 20,2%. Die is iets lager dan bij de survey uit 2006, maar de uitval was dit jaar dan ook groter door het gebruik van dezelfde steekproef als vijf jaar geleden.

 
tot van 18 gevonden artikels

2 Beschrijvende analyse

2.10 Biologische landbouw

Sinds 2002 vinden iets minder mensen dat de landbouw volledig moet overschakelen op de biologische productiewijze. Het grootste gedeelte van de Vlaamse bevolking is hier niet mee akkoord. Wel zijn bijna de helft van de Vlamingen ervan overtuigd dat biologische landbouw gezonder is dan producten die afkomstig zijn uit de traditionele landbouw.

Toon de grafieken

2.1 Landbouwer en maatschappelijke status

De grafieken laten ons zien dat nagenoeg iedereen (86%) bewondering heeft voor de landbouwer, slechts drie percent van de mensen zijn hier niet van overtuigd. Dit is een stijging van 5% tegenover de resultaten uit 2002. Ruim een derde van de Vlamingen is ervan overtuigd dat de Vlaamse boer geen leven heeft en keihard moet werken terwijl hij in verhouding weinig verdient. Bovendien vindt 85% van de Vlamingen dat het uitoefenen van de boerenstiel steeds moeilijker wordt. Bijna alle Vlamingen zijn het ermee eens dat de boer een goed manager moet zijn om een landbouwbedrijf uit te baten (88%). Twee derde van de Vlaamse bevolking is de mening toegedaan dat een land- of tuinbouwer ondergewaardeerd wordt. Volgens 38% klaagt de boer veel te veel over allerhande zaken. Dit is zeker een negatieve eigenschap die de Vlaamse bevolking toeschrijft aan de landbouwer, maar als men de uitkomst van deze stelling vergelijkt met het onderzoeksresultaat uit 2002, zien we dat er een daling is met meer dan 12%. Dat de landbouwer zich niets zou aantrekken van wetten en regels blijkt dan volgens de meeste Vlamingen niet het geval te zijn, slechts 16% is het eens met deze stelling. Algemeen kunnen we stellen dat de Vlaming opkijkt naar de Vlaamse boer. Hoewel hij veel kan klagen, verdient zijn harde beroep meer respect en waardering. De bewondering voor de boer is gestegen. Daarenboven wordt de landbouwer minder als zeur aanzien, maar eerder als manager.

Toon de grafieken

2.11 Kwaliteit van lanbouwproducten

De Vlaming is niet 100 procent overtuigd van de veiligheid van de Vlaamse producten. Ongeveer vier op de tien respondenten vinden dat Vlaams vlees veilig is en onze Vlaamse producten veiliger en meer kwalitatief hoogstaand zijn dan producten die worden ingevoerd. Het is opvallend hoeveel mensen geen mening hebben of niet echt weten of onze producten veilig en kwalitatief zijn. Pesticiden zijn volgens de meeste respondenten niet nodig om groenten en fruit er mooier te laten uitzien (66%).

Toon de grafieken

2.12 Labels

De houding tegenover het gebruik van labels als kwaliteitsgarantie is grotendeels positief en gunstiger dan in 2002. Slechts 13% is van oordeel dat labels geen betrouwbare kwaliteitsgarantie zijn. Ruim driekwart van de Vlamingen is bereid meer te betalen voor een label met een kwaliteitsgarantie. Wel vindt meer dan de helft dat het moeilijk is om al die labels uit elkaar te houden, er zijn er teveel.

Toon de grafieken

2.2 Landbouwer en scholing

De Vlamingen hebben een positieve kijk op de scholing van de boer. Bijna drie vierde (74%) van de Vlamingen vindt dat landbouwers zeker geen laaggeschoolden zijn, slechts 13% beweert dat de boer een laaggeschoold persoon is. Vergeleken met de resultaten uit het onderzoek uit 2002 is dit een positievere uitkomst. Wel vindt de overgrote meerderheid van de Vlaamse bevolking (79%) dat de boer zich geregeld moet laten bijscholen.
Deze resultaten zijn veel beter dan deze die uit het onderzoek anno 2002 voortkwamen. In 2002 waren slechts 15% van de Vlamingen overtuigd dat de landbouwers hooggeschoold waren.

Toon de grafieken

2.3 Landbouw en dierenwelzijn

62% van de Vlamingen is overtuigd dat de landbouwer zijn dieren met het nodige respect behandelt. Dit percentage loopt parallel met de bevinding dat 64% van de Vlamingen de boer beschouwt als een persoon die dag en nacht in de weer is met zijn dieren. Opmerkelijker is dat een vierde van de Vlamingen meent dat de landbouwer vetmesten veel belangrijker acht dan de liefde voor zijn dieren.
Algemeen kunnen we zeggen dat ongeveer driekwart van de Vlaamse bevolking vertrouwen heeft in de landbouwer, voor wat betreft de omgang met zijn dieren. Toch is er een gedeelte van de bevolking overtuigd dat vetmesten nog steeds primeert op het welzijn van het landbouwdier. Deze resultaten weerspiegelen die uit 2002.
Onverdoofd biggen castreren kan niet volgens de Vlaming, slechts voor één op tien is dit toelaatbaar. Ongeveer driekwart van de respondenten is van mening dat dieren altijd verdoofd moeten worden voor ze geslacht worden, religieuze slachtingen vormen daarop geen uitzondering.

Toon de grafieken

2.4 Landbouw en milieu

De Vlaamse bevolking beoordeelt de landbouw op milieuprestaties veel positiever dan vijf jaar geleden. 66% van de Vlamingen is van oordeel dat de landbouw met steeds meer respect voor het milieu produceert. Dit is een stijging van meer dan tien procent. Vandaar dat er een lagere negatieve respons is op de stellingen dat de landbouw milieuvervuilend en een vijand van de natuur is.
Globaal genomen staan de meeste mensen sceptisch tegenover het gebruik van pesticiden. Volgens de meesten moet, niettegenstaande nieuwe technieken ervoor zorgen dat het pesticidengebruik wordt ingeperkt, de Vlaamse landbouwer zorgvuldiger omgaan met chemische gewasbeschermingsmiddelen.

Chart.
Chart.
Chart.
Chart.
Chart.

2.5 Belang van landbouw

De Vlamingen zien het belang in van de landbouw. De landbouw is volgens hen uiterst noodzakelijk (90%). Men is het er unaniem (98%) over eens dat de landbouw cruciaal is voor het produceren van ons voedsel. Bovendien vindt de Vlaamse bevolking de landbouw noodzakelijk in het kader van de autonomie (77%) en economie (81%) van een land.
Voor de rest menen de Vlamingen dat de landbouw waardevol is in de context van ontspanning (70%). Een coherent verband wordt dan gevonden bij de stelling dat de landbouwgebieden moeten worden beschermd (81%).
De stelling die poneert dat de natuur zou verdwijnen indien de landbouw verdwijnt, wordt slechts door 44% van de respondenten beaamd. Een bijna even groot aandeel van de Vlaamse bevolking gaat hier niet mee akkoord (43%).
Men kan stellen dat het belang dat aan de landbouw wordt toegeschreven hoger is dan in 2002. De Vlamingen hechten voornamelijk meer waarde aan de landbouw voor wat betreft de productie van voedsel en de draagwijdte van de landbouw in de autonomie en economie van een land.

Toon de grafieken

2.6 Duurzame landbouw

Het eerste dat opvalt, is dat vrij veel respondenten geen uitgesproken mening hebben over de stellingen. De resultaten zijn globaal gezien iets negatiever dan in 2002. De these dat groenten en fruit seizoensgebonden geteeld moeten worden, scoort het best: 80% van de Vlamingen is het hier mee eens. Ook verkiest meer dan tweederde van de Vlaamse bevolking producten te kopen uit Vlaanderen. Bovendien heeft het merendeel (55%) vooral vertrouwen in producten die ze rechtstreeks bij de boer kunnen kopen en vindt een even groot aandeel van de Vlamingen deze producten beter.
Treffend is dat, sinds 2002, veel minder Vlamingen vinden dat de landbouw kleinschalig moet blijven (38%). Meer dan de helft daarentegen vindt dat landbouwbedrijven binnen de wettelijke grenzen moeten kunnen groeien.

Toon de grafieken

2.7 Landbouw en industrialisatie

De helft van de Vlamingen denkt dat de trend van schaalvergroting zich zal doorzetten. 65% gaat akkoord dat de Vlaamse landbouwer zich daartoe verder moet specialiseren. Onze Vlaamse land- en tuinbouw moet in de mogelijkheid zijn om gebruik te maken van de modernste technologieën volgens 87% van de respondenten. Het antwoord op de vraag of de grootte van de landbouwbedrijven nog zal toenemen en de landbouwbedrijven dringend gemoderniseerd moeten worden, is voor veel mensen onduidelijk. Vaak hebben zij geen mening. 68% van de Vlaamse bevolking vindt de landbouw immers al heel erg tot relatief modern.
Deze resultaten zijn vergelijkbaar met de resultaten uit voorgaand onderzoek.

Toon de grafieken

2.8 Landbouw en overheid

Nagenoeg drie vierde van de Vlaamse bevolking vindt dat het de taak van de overheid is om de landbouw financieel te ondersteunen, zeker wanneer er een mislukte oogst is of er een ziekte uitbreekt. Dit is een duidelijk andere houding dan vijf jaar geleden. Toen was slechts 45% akkoord dat de overheid de land- en tuinbouwsector dient te financieren. Dat onze eigen overheid aan macht zou inboeten omwille van het landbouwbeleid op Europees niveau, lijkt voor velen een twijfelachtige of moeilijke vraag (39%).

Toon de grafieken

2.9 Landbouw en consumentenkloof

De vervreemding tussen de landbouwsector en de consument is duidelijk aanwezig. Volgens 70% van de Vlamingen beseffen we niet goed meer dat al ons voedsel uit de landbouw komt en is het beroep van de landbouwer ook steeds minder gekend (63%). Dat kinderen niet zouden weten dat voedsel van de landbouw komt, wordt slechts door 43% van de mensen verdedigd. Hoe dan ook moet het contact met de consument volgens de overgrote meerderheid (82%) versterkt worden.
De sector wordt door 43% van de Vlamingen aanzien als een gesloten sector. Het is dus nodig dat het onderwijs meer aandacht besteedt aan de land- en tuinbouw (76%), maar de sector zelf moet ook meer in dialoog treden met andere organisaties (60%). De interesse in de landbouw is er dus duidelijk wel, slechts 3.4% van de Vlaamse bevolking vindt de landbouw enorm saai.
Op vijf jaar tijd is de mening van de Vlaming over de vervreemding van de landbouwsector niet betekenisvol veranderd.

Toon de grafieken

3.1 Cluster 1: ‘Genuanceerde gedesinteresseerden’ (31,8%)

Personen uit deze cluster hebben een genuanceerd negatieve houding ten aanzien van de Vlaamse landbouw. Zij vinden de landbouw op esthetisch en ontspannend vlak niet belangrijk. Enkel de economische functie wordt naar waarde geschat. De Vlaamse producten zijn volgens dit segment zeker niet beter dan ingevoerde producten. De kwaliteit en de controle van de Vlaamse landbouwproducten vinden ze slechts gematigd. Daarom verkiezen deze mensen niet om producten uit Vlaanderen te kopen.

Ook op het vlak van duurzaamheid worden in deze cluster de slechtste gemiddelden behaald. Zowel voor seizoensgebonden productie als voor biologische landbouw is deze groep niet te overtuigen. Chemische bestrijdingsmiddelen vinden ze zelfs noodzakelijk opdat de groenten en het fruit er mooi zouden uitzien. Vandaar dat ook weinig aandacht gaat naar de biologische productiemethodes. Ze vinden de landbouw nogal milieuvervuilend en een redelijke vijand van de natuur.

De toenemende kloof tussen de landbouwsector en de Vlaamse consument, blijkt in hun ogen niet belangrijk. Ze merken niet veel op van een toenemende vervreemding, zouden niet weten waarom er een toenemende dialoog noodzakelijk is en nemen een afzijdige houding aan wanneer men het contact tracht te versterken tussen boer en niet-boer. Inspanningen om bijvoorbeeld hoeve- en plattelandstoerisme te doen stijgen, achten zij dus niet relevant.

Over de landbouwer zelf zijn ze niet echt positief. Dat de boer geen leven heeft, is volgens hen een verzinsel. Daarenboven is deze groep het minst overtuigd dat de boer een goed manager moet zijn. Wel is de boer volgens hen dag en nacht in de weer voor zijn dieren en is het een persoon die niet al te veel klaagt en zich redelijk weet te houden aan wetten en regels. Ze willen geen mestverwerkingsbedrijf in de omgeving en willen dus zo weinig mogelijk met de landbouw te maken hebben.

Toon de grafieken

3.2 Cluster 2: ‘Duurzame gematigde angsthazen’ (23,5%)

De tweede cluster heeft een genuanceerd beeld, maar is op bepaalde vlakken toch iets negatiever ingesteld dan de eerste cluster. Deze groep mensen hecht veel belang aan duurzaamheid en vindt de landbouw in grote mate een vervuiler en vijand van het milieu. Dit segment bevat mensen die de grootste tegenstanders zijn van pesticiden. Ze geloven niet dat er door nieuwe technieken al een daling van het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen bewerkstelligd werd. Deze personen zijn ervan overtuigd dat het niet nodig is producten te behandelen met chemische middelen. Zij gaan ervan uit dat bestrijdingsmiddelen enkel negatieve gevolgen hebben voor het product en de kwaliteit ervan doen afnemen.

Ze vinden het, voortgaand op vorige inzichten, ook het meest nodig om de biologische productiemethode binnen de sector meer ingang te doen vinden. Ook bio-energie vindt men een goed alternatief om de duurzame ontwikkeling binnen de land- en tuinbouw verder te zetten. Men staat weigerachtig, maar niet negatief, tegenover de verdere modernisering van de sector en nieuwe toepassingen. Maar men houdt vooral van kleinschalige bedrijfjes. Van genetisch gemodificeerde gewassen moet men niets weten.

Voorts is deze groep niet tevreden met de kwaliteit en de controle van de Vlaamse producten en zijn er volgens hen te veel labels. Producten rechtstreeks gekocht bij de boer beschouwen zij nog steeds als de beste. Men ziet het probleem van de vervreemding in en wil meer dialoog binnen de sector en met de consument. De boer is volgens hen laaggeschoold maar verdient wel meer respect. Zij voegen daaraan toe dat de boer veel te veel klaagt en dat hij de opgelegde wetten en regels niet respecteert. Ook behandelt hij zijn dieren niet met het nodige respect.

Hoewel deze cluster het meest negatief staat tegenover landbouw, vinden ze het toch een enorm belangrijke sector die de nodige steun van de overheid verdient.

Toon de grafieken

3.3 Cluster 3: ‘Nuchtere toekomstgerichte positivo’s’ (44,8%)

Deze cluster behaalt de beste resultaten en staat globaal positief tegenover de landbouw. De sector is in hun ogen enorm belangrijk zowel esthetisch als economisch. De financiële steun die de overheid verschaft is dus zeker niet overbodig, het is een noodzaak. Landbouw wordt niet als milieuvervuilend gezien en is geen vijand van de natuur. Chemische bestrijdingsmiddelen hebben wel een invloed op de kwaliteit van het product, maar nieuwe technieken zorgen ervoor dat ze met mate worden gehanteerd. Men heeft bijgevolg een gematigde visie over meer biologische landbouw in Vlaanderen en bio-energie. Wel zijn het voorstanders van een seizoensgebonden productie.

Over onze eigen Vlaamse landbouwproducten zijn ze vol lof, zowel op het vlak van kwaliteit als controle voldoen ze volgens hen aan de basisvereisten. Ze verkiezen, veel meer dan de twee vorige clusters, producten uit Vlaanderen.
Deze groep is enthousiast over onze Vlaamse boeren en bewondert hen enorm. Ze zijn van oordeel dat de landbouwers in Vlaanderen ondergewaardeerd worden en veel meer respect verdienen. Het is een moeilijk beroep, je moet een goed manager zijn en dag en nacht in de weer zijn voor de dieren op het erf. De boer behandelt zijn dieren met het nodige respect. Bovendien delen ze de mening dat de boer een hooggeschoold persoon is.

Men houdt niet vast aan traditionele landbouw en kleinschalige landbouwbedrijven, maar wil verder kijken in de toekomst. Verdere specialisatie, modernisering, vernieuwing en nieuwe toepassingen zijn codewoorden voor deze cluster. Zelfs genetisch gemodificeerde gewassen kunnen op hun steun rekenen.

Het besef dat de vervreemding toeneemt, is aanwezig. Men vindt het dan ook absoluut onontbeerlijk om het contact met de consument te versterken en meer in dialoog te treden. Deze groep lijkt geen probleem te hebben met een mestverwerkingsbedrijf in de ‘achtertuin’. Mestverwerking wordt gezien als een goede oplossing voor het mestprobleem.

Toon de grafieken

4 Conclusies en aanbevelingen

Wanneer we de resultaten van het imago-onderzoek uit 2007 vergelijken met die uit 2002, zien we heel wat positieve ontwikkelingen: de boer wordt veel minder aanzien als een zeurkous en veel meer als hooggeschoold bestempeld. De meeste mensen hebben bewondering voor de land- en tuinbouwers van vandaag en zijn ervan overtuigd dat je een goed manager moet zijn om een landbouwbedrijf te leiden.

De relatie tussen milieu en de landbouwsector is naar de mening van de Vlamingen heel wat verbeterd in vergelijking met vijf jaar geleden. Evenzeer het belang van de landbouw wordt hoger ingeschat dan in 2002. Men staat veel positiever ten aanzien van overheidssubsidies aan de landbouw. Het grootste gedeelte van de Vlamingen stelt dat dit een noodzaak is.

Er vonden ook een aantal negatieve evoluties plaats. Zo zijn tien procent minder mensen voorstander van een volledige overschakeling op de biologische productiewijze en ook kleinschalige landbouw wordt minder als een noodzaak gezien. Ook zijn de Vlamingen er iets minder van overtuigd dat producten die rechtstreeks bij de boer gekocht worden, beter zijn van kwaliteit.

We kwamen ook tot significante nieuwe inzichten. Zo ziet tachtig procent van de Vlamingen een enorme toekomst in nieuwe toepassingen zoals bio-energie, ed. Ook biobrandstoffen worden warm onthaald. Over genetisch gemodificeerde gewassen zijn de meningen gepolariseerd. Voor één op twee Vlamingen moeten landbouwbedrijven binnen de wettelijke grenzen onbeperkt kunnen groeien. Mestverwerking wordt als een goede methode gezien om het mestoverschot aan te pakken, maar slechts een kwart van de ondervraagden heeft geen problemen met een mestverwerkingsinstallatie in zijn omgeving.

De houding ten aanzien van landbouw correleert met een aantal socio-demografische gegevens. We kunnen deze als volgt samenvatten: zowel mannen als vrouwen zijn vrij positief tot positief over de landbouw. Ze hebben allebei hun eigen stokpaardje. Bij de vrouwen is dit duurzaamheid, voor de mannelijke Vlaamse bevolking is dit verdere specialisatie. Mensen die in landelijk gebied wonen, personen die een laag inkomen hebben, Oost-Vlamingen en mensen uit Vlaams-Brabant, de boeren zelf en mensen die interesse vertonen of affectief betrokken zijn bij de sector hebben een positief beeld van de landbouw. Dit stemt grotendeels overeen met de resultaten uit 2002.

Toon de grafieken