nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

Panelgesprek: "Nichemarkten als gangmaker"
19.01.2010  Alternatieve eiwitbronnen

Panelgesprek: "Nichemarkten als gangmaker"
Niet iedereen loopt even hard van stapel om alternatieve eiwitbronnen te introduceren. Zeker niet in deze moeilijke tijden. Of juist wel? We vroegen het aan Daniël De Brabander (ilvo), An Schellekens (Centrum voor Voedergewassen) en Patrick De Ceuster (Wervel).

Is het haalbaar om in deze tijden over te schakelen naar duurzamere eiwitbronnen?
pdc: Economisch wel, maar ik heb er alle begrip voor dat boeren momenteel niet staan te springen om te experimenteren. Men gebruikt nu liever een standaardvoeder om het op z’n minst even goed te doen als de collega’s. Terwijl er wel mogelijkheden zijn om je dieren goedkoper te voederen. En je vooral ook op andere vlakken een meerwaarde kunt realiseren door het over een andere boeg te gooien.
ddb: Ik heb mijn vragen bij die lagere kostprijs. Mocht dat zo zijn, dan hadden de voederfabrikanten de soja al met veel plezier vervangen. Op sommige bedrijven zijn misschien goede resultaten geboekt, maar de opbrengst van erwten, bonen of lupine blijft toch wisselvallig. Het is vandaag ook nog niet evident om voedertechnisch een evenwichtig rantsoen met alleen alternatieve eiwitbronnen samen te stellen.

De biosector heeft toch ook ervaring met evenwichtige en zelfgeteelde voeders?
as: Dat klopt, maar aan biologisch voeder hangt onder meer door de andere teeltwijze wel een meerkost vast. En biologische veehouders gebruiken ook een ander rantsoen, waarbij ze bijvoorbeeld relatief meer melk halen uit ruwvoeder.
pdc: Wij hebben kennis van proeven en experimenten waaruit blijkt dat kempkuil rendabel was: de meerkost van het zaaizaad werd gecompenseerd door de besparing op sproeistoffen en krachtvoer. Je moet ook verder kijken dan de kostprijs van je voeder per kilo. Zeker in deze tijden. Sommige gewassen kunnen de lactatieperiode verlengen. Het hoge gehalte omega 3 in je melk kan een meerprijs opleveren. Hennep of kemp lijkt ook een ontstekingsremmende werking te hebben en het draagt bij tot een betere vacht die schurft bij Belgisch witblauw mogelijk helpt bestrijden. Kemp verhoogt de biodiversiteit, wat niet alleen leuk is voor natuurliefhebbers, maar ook je bodemleven ten goede komt. En bovendien kun je de kempzaad persen en als olie voor menselijke consumptie verkopen.
as: Omega 3, kempolie of lupine voor menselijke consumptie blijven wel nicheproducten. Die kunnen fungeren als gangmaker, maar als je die markten te veel promoot, storten ze zo in elkaar. Voorts is het wel jammer dat de huidige mestwetgeving de teelt van gras-klaver afremt. En als we het over ruwvoeder voor herkauwers hebben, benadruk ik graag dat gras tot nader order de goedkoopste eiwitbron blijft.

Een andere piste is het behandelen van eiwitgrondstoffen zodat ze efficiënter worden benut?
ddb: Er bestaan inderdaad behandelingen waardoor herkauwers tot de helft minder sojaschroot nodig zouden hebben. Ik heb het dan over een product als xylose, maar er zijn ook andere procédés waardoor sojaschroot veel efficiënter wordt opgenomen. Een aantal fabrikanten is daarmee aan bezig en met dat soort technieken kan eventueel nog meer worden gedaan.

Wat zijn de mogelijkheden bij varkens of pluimvee?
pdc: Ook daar liggen kansen. Je kunt koolzaad persen en de koek, aangevuld met bonen aan varkens voederen. Ik ken een landbouwer die dat doet en een mooie meerprijs voor zijn vlees krijgt. Voor hem is de perskoek belangrijker dan de olie die hij perst. Maar voor wie voeder inkoopt is het natuurlijk moeilijker. Ik begrijp dat je als akkerbouwer kiest voor het vertrouwde graan met zekere opbrengst.
ddb: Hoever je met de eiwitvoedering tegenover de behoeftenormen mag gaan, hangt mee af van wat je voor het eindproduct krijgt. Nu de vleesprijzen zo schandalig laag zijn, is het niet verantwoord om duurdere eiwitbronnen te gebruiken. Er is bijvoorbeeld geen marge om 170 euro per ton erwten te betalen. In die zin is duurzaam voeder ook een maatschappelijke uitdaging. Voedertechnisch zijn er meer mogelijkheden dan wat we van die alternatieve gewassen ooit in Vlaanderen kunnen telen.

Op welke termijn verwachten jullie dat gewassen als kemp of lupine de onderzoeksfase ontgroeid zullen zijn?
pdc: Ik denk twee jaar. Er zijn nu al mogelijkheden voor wie een beredeneerd risico wil nemen en een complexere teelt durft te managen. Maar we moeten ook niet te rap willen gaan. Als er iets fout loopt, bestaat de kans dat men het kind met het badwater weggooit.
as: Dat hangt ervan af hoe sterk in onderzoek geïnvesteerd wordt. Niet alleen op het vlak van de teelt, maar vooral ook op het vlak van opname en voederwaarde. Op korte termijn verwacht ik persoonlijk veel van de bijproducten van biobrandstoffen die op de markt komen. Maar ik ben wel zeer nieuwsgierig naar de resultaten van nieuwe studies over dit onderwerp.

 

Yvan Dejaegher van Bemefa moest door onvoorziene omstandigheden het panelgesprek aan zich voorbij laten gaan. We vroegen hem wel naar een reactie achteraf:

‘Ik denk dat het toch allemaal wat moeilijker is dan wat sommigen laten uitschijnen. In de veevoedersector gaat het altijd om kwaliteit en prijs. Mocht er een rendabele sojavervanger zijn, dan waren we die al lang aan het gebruiken. Je kunt geen enkel gewas zomaar in de plaats van een ander zetten. Dat zorgt altijd voor verschuivingen omdat je het nutritionele evenwicht moet garanderen. We zullen dus nooit een totaaloplossing vinden. Intussen kunnen we alleen maar op verschillende sporen verder werken.
Op de eerste plaats verwacht ik veel van ons lastenboek voor gecertificeerde soja. België is niet toevallig een voortrekker op dat vlak. Wij gaan dit jaar al 100.000 ton duurzame soja invoeren en het is de bedoeling dat binnen de 5 jaar de volledige Europese import gecertificeerd is. Daarnaast zou het mooi zijn als we de komende jaren de reststromen van alle Europese biobrandstoffabrieken kunnen valoriseren. We hopen ook dat we tegen 2011 opnieuw diermeel mogen gebruiken.
En de sector experimenteert met technieken zoals het bestendigen van sojaschroot zodat het efficiënter wordt opgenomen. Dat zijn allemaal pistes die volgens mij sneller resultaat zullen opleveren dan de lokale teelt van eiwitrijke gewassen. Wat niet wegneemt dat we zeker vragende partij zijn voor meer onderzoek op dit vlak zodat deze teelten alle kansen krijgen.’

Bron: Landgenoten

Beeld: Jansen & Janssen

Volg VILT ook via