nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

01.06.2012 "Biobrandstoffen putten de fosfaatvoorraad uit"

Bij de productie van gewassen als tarwe, maïs, palmolie en suikerbieten voor biobrandstoffen – de zogenaamde eerste generatie biobrandstoffen – zijn de kosten van fosfaatuitputting groter dan de baten van de verminderde CO2-uitstoot, beweren onderzoekers van de Universiteit van Wageningen. Zij pleiten daarom voor een herziening van de beleidsdoelstellingen voor het bijmengen van biobrandstoffen.

Uit het onderzoek van de Nederlandse universiteit blijkt dat voor biobrandstoffen momenteel twee procent van de wereldproductie aan fosfaat nodig is. Het probleem is echter dat de fosfaatvoorraden eindig zijn, terwijl deze stof essentieel is voor de wereldvoedselproductie. “De komende jaren zal het percentage dat gebruikt wordt nochtans snel toenemen door de bijmengplicht van biobrandstoffen in benzine en diesel”, klinkt het.

Een belangrijke reden voor de Europese Unie om het bijmengen van biobrandstoffen verplicht te maken, is het feit dat deze hernieuwbaar zijn en dat het gebruik ervan zou leiden tot een lagere CO2-uitstoot. Nochtans is de productie van de huidige eerste generatie biobrandstoffen controversieel vanwege de mogelijke effecten op de prijs van voedsel en de milieu-effecten.

Dit vormde de aanleiding voor het onderzoek van de Wageningse universiteit. “Net als andere landbouwgewassen vraagt de productie van deze biobrandstoffen immers de input van fosfaat via kunstmest. Omdat de fosfaatvoorraden eindig zijn en de uitputting ervan dramatisch is voor de wereldvoedselproductie, moet de vraag gesteld worden of fosfaat gebruikt mag worden voor de productie van biobrandstoffen”, klinkt het.

Daarom gingen de onderzoekers na hoe de positieve invloed van biobrandstoffen op de klimaatverandering zich verhoudt tot de negatieve invloed op de uitputting van fosfaat. Daaruit blijkt dat ook bij een optimistische aanname over de hoeveelheid nog beschikbare fosfaat de negatieve effecten van de fosfaatuitputting de positieve effecten van verminderde CO2-uitstoot ruimschoots overtreffen. Alleen voor suikerriet zijn beide effecten vergelijkbaar bij een optimistische aanname over de wereldfosfaatvoorraden.

“Dit betekent dat de positieve effecten van de eerste generatie biobrandstoffen door de verminderde klimaatverandering in de toekomst niet opwegen tegen de negatieve effecten op de toekomstige wereldvoedselvoorziening. Zeker omdat er betere alternatieven zijn voor duurzame energie, zoals zon, wind of biogas, zouden de beleidsdoelstellingen voor het bijmengen van biobrandstoffen opnieuw herbekeken moeten worden”, concluderen de onderzoekers.

Meer info: The Impact of First-Generation Biofuels on the Depletion of the Global Phosphorus Reserve

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via