nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

08.07.2013 Met aflatoxines besmette maïs mag niet naar vergister

Afvalstoffenmaatschappij OVAM waarschuwt de exploitanten van biogasinstallaties dat zij partijen met aflatoxines verontreinigde maïs niet mogen verwerken. Dit voorjaar werd een grote partij Oost-Europese maïs ingevoerd in ons land die met de natuurlijke gifstof besmet bleek. De Belgische mengvoederindustrie stuurde niets daarvan richting vergister gelet op de strikte afspraken met het Voedselagentschap.

Aflatoxine is een natuurlijk gif afkomstig van schimmels. Het nestelt zich op landbouwgewassen zoals maïs, noten, granen en peulvruchten en op afgeleide producten. Wanneer koeien met aflatoxine verontreinigd veevoeder eten, kunnen er ook in de melk sporen gevonden worden van het toxine. Op lange termijn kan aflatoxine een kankerverwekkend effect hebben. De maximumnormen die Europa hanteert, bijvoorbeeld in veevoeder en in melk, zijn daarom erg laag.

Volgens OVAM worden met aflatoxines verontreinigde partijen maïs - die dus ongeschikt zijn als voedsel en voeder - aangeboden aan biogasinstallaties. De openbare afvalstoffenmaatschappij heeft evenwel geen sluitende garanties omtrent de veiligheid van die praktijk. “Het digestaat komt uiteindelijk op het land en dus in de voedselketen terecht”, verduidelijkt OVAM het risico. Net daarom past OVAM het voorzorgsprincipe toe, wat ervoor zorgt dat besmette partijen niet naar de vergister kunnen.

OVAM vraagt de exploitanten om hun biogasinstallatie als een “goede huisvader” te beheren. Als de exploitant weet heeft van andere verontreinigingen of besmettingen dan de genormeerde parameters, moeten de risico's zorgvuldig afgewogen worden, eventueel met bevestiging van OVAM. Wat moet er dan gebeuren met maïs die besmet is met aflatoxines? Verbranding is een optie, evenals de productie van biobrandstoffen. Bij dat laatste is extra aandacht nodig voor eventuele nevenstromen waarin zich aflatoxines kunnen bevinden. Nevenstromen van biobrandstoffabrieken worden namelijk ingezet als eiwitrijk veevoeder en gaan zo ook deel uitmaken van de voedselketen.

We contacteerden BEMEFA en vroegen de Belgische beroepsvereniging van mengvoederfabrikanten naar de bestemming van duizenden tonnen Servische en Roemeense maïs die inclusief aflatoxines dit voorjaar in de veevoederketen terechtkwamen. “De afspraken tussen het Voedselagentschap en de veevoederindustrie waren duidelijk en strikt. De maïs kon opnieuw geëxporteerd worden omdat de Verenigde Staten een aflatoxinenorm hanteert die tien keer hoger is”, vertelt Yvan Dejaegher.

Dat ontlokt de directeur-generaal van BEMEFA de bedenking dat er in de wereld twee snelheden van voedselveiligheid bestaan. Nog volgens Dejaegher eiste het FAVV garanties opdat de maïs via een omweg niet opnieuw in België zou terechtkomen. Biobrandstofproductie leek in eerste instantie ook een mogelijke uitweg voor de besmette maïs, maar het FAVV zette vervolgens het licht niet op groen.

FEBIGA, de federatie van Belgische biogasinstallaties, vindt het logisch dat OVAM van de exploitanten verwacht dat zij als een ‘goede huisvader’ waken over de veiligheid van hun grondstoffen. Het kennisplatform Biogas-E is op zijn beurt vragende partij voor onderzoek naar het effect van vergisting op met aflatoxines besmette grondstoffen. Alleen door meer onderzoek te doen naar afbraak van aflatoxines is een juiste risico-inschatting mogelijk. Vandaag wordt noodgedwongen het voorzorgsprincipe toegepast.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via