nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

14.09.2018 Omvang veestapel overstijgt zijn 'safe operating space'

“De Europese veestapel is veel te groot en moet halveren om de Europese milieu- en klimaatdoelstellingen te halen”, schrijft Laurens De Meyer van Bond Beter Leefmilieu in Knack. Hij hamert er al langer op dat de omvang van de veestapel geen taboe mag zijn in het licht van het klimaatbeleid, en voor Vlaanderen ook in het kader van het mestbeleid. Bevestiging vindt hij in een baanbrekend rapport van de RISE Foundation, een Europese landbouw-denktank. Voor het eerst wordt onderzocht wat de ‘safe operating space’ is voor de veehouderij. Die is veel kleiner dan de veestapel nu groot is, zo blijkt. “Met innovatie alleen los je de milieudruk niet op”, citeert professor Erik Mathijs (KU Leuven) uit het rapport.

Het door de RISE Foundation voorgestelde rapport onderzoekt wat de ‘safe operating space’ voor veeteelt in Europa is. Anders gezegd: welke omvang van de veestapel is nodig en tegelijk houdbaar? Hierbij wordt gewerkt met ondergrenzen: hoeveel vlees hebben we nodig om ons te voeden en hoeveel grasland moet er begraasd worden? De bovengrenzen zijn de broeikasgasemissies en de stikstofuitstoot. “Voor het eerst worden al die aspecten meegenomen in de vraag naar de omvang van de veestapel. Dat is de grote verdienste van dit rapport. Zie het als een goede aanzet uit neutrale hoek om de discussie vorm te geven”, zegt professor Erik Mathijs (KU Leuven), die de ‘safe operating space’ van de veehouderij met berekeningen hielp onderbouwen.

“De resultaten zijn sterk en geven een duidelijke richting waar de dierlijke sector heen moet”, schrijft Laurens De Meyer (Bond Beter Leefmilieu) in een opiniestuk in Knack. “Gemiddeld eten Europeanen dubbel zo veel vlees dan wordt aangeraden vanuit gezondheidsoogpunt. Het meest prangende probleem blijft de uitstoot van broeikasgassen. Om aan het klimaatakkoord van Parijs te voldoen, moeten de lidstaten 37 tot 80 procent van hun aan veeteelt gerelateerde broeikasgasuitstoot reduceren tegen 2050. Een bijkomend probleem is de mestproductie. Die zorgt voor teveel stikstof in het milieu, met nefaste gevolgen voor de waterkwaliteit en biodiversiteit.”

Herkauwers zoals koeien zijn interessant voor het omzetten van grasland naar hoogwaardige eiwitten. “Dat is een vaak gehoord argument om de rundveestapel in stand te houden. Blijvend grasland slaat immers koolstof op en haalt hiermee CO2 uit de lucht”, aldus De Meyer. “Toch doorprikt het rapport dit argument, en wel omdat in 23 van de 28 lidstaten veel meer koeien zijn dan het aantal beschikbare hectaren grasland. In België zou men het aantal koeien kunnen halveren om het af te stemmen op het graslandareaal.”

Het onderzoeksteam onder leiding van de Britse landbouweconoom Alan Buckwell erkent dat het verduurzamen van de veehouderij mogelijk is door verdere technologische innovaties. Innovatie vindt echter langzaam ingang in de sector, terwijl de milieu- en klimaatproblematiek prangend is. Om aan de vooropgestelde doelstellingen te voldoen, is een jaarlijkse efficiëntiestijging van 3,5 procent nodig. Dergelijke stijgingen zijn ongezien en worden onmogelijk geacht.

Laurens De Meyer maakt het bruggetje naar het klimaatplan van minister Joke Schauvliege. “Aan productiezijde wordt geen enkel vraagteken geplaatst bij de veestapelgrootte. Ondanks alle wetenschappelijke bewijzen die het tegenspreken, zeggen Vlaanderen en Europa in koor: technologie – die we nog niet hebben – zal alles oplossen. Deze aanpak is de kortste weg naar een grootschalige crisis. En die zal in de eerste plaats de landbouwers zelf treffen. Het rapport is geen discours tegen de veeteelt. Het is net een oproep om de veeteelt in Europa te redden van de afgrond waar de huidige beleidsmakers de sector naar toe gidsen.”

Over de mogelijke beleidsimpact van het rapport zegt voormalig EU-commissaris Janez Potocnik, in zijn functie van voorzitter van de RISE Foundation, het volgende: “Verandering is onvermijdbaar. Met dit rapport willen we beleidsmakers oproepen om de noodzakelijke transitie van de veehouderij te ondersteunen. Met de status quo te beschermen, bewijzen ze de sector geen dienst. De omvang van de veestapel is de kern van veel uitdagingen waar landbouw vandaag mee worstelt. Je kan niet langer negeren welke impact de sector heeft op de broeikasgasuitstoot en op nutriëntenverliezen naar lucht en water.”

Technologische innovatie zal een deel van de oplossing zijn, maar is niet genoeg. “Daarvoor is de noodzakelijke lange termijn milieu-inspanning simpelweg te groot. Zelfs al zou de technologie voorhanden zijn om bijvoorbeeld de broeikasgasuitstoot van de veehouderij te doen dalen, dan kamp je nog met het probleem dat alle landbouwers die ook effectief moeten toepassen.” Niet alle heil verwachten van technologie en innovatie is volgens professor Erik Mathijs één van de belangrijkere boodschappen uit het rapport.

De landbouweconoom van KU Leuven twijfelt er niet aan dat de rapportinhoud zal aankomen bij beleidsmakers. De Rise Foundation heeft met Janez Potocnik een voormalig Europees milieucommissaris als invloedrijk voorzitter. Bovendien is een andere gewezen EU-commissaris de stichter van de landbouwdenktank. De Oostenrijker Franz Fischler was in drie opeenvolgende commissies bevoegd voor landbouw en platteland, van 1995 tot 2004. De hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid die de naam ‘Agenda 2000’ kreeg, was zijn werk. Fischler had een meer marktgerichte en duurzame landbouw voor ogen, en gaf het plattelandsbeleid vorm.

Meer info: RISE Foundation

Bron: Knack / eigen verslaggeving

Volg VILT ook via