nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

24.04.2015 Ondernemersgeest is springlevend in Limburgse landbouw

In de nasleep van de Rusland-crisis werd, zeker in het hart van de fruitstreek in Limburg, duidelijk hoe belangrijk marktgericht ondernemen is. Daarom lag de focus in de vijfde editie van de Innovatie-Award van de provincie Limburg op het verwerken en vermarkten van landbouwproducten. Goede ideeën aan de oppervlakte brengen, de bedenkers deskundige begeleiding beloven, hen een financieel duwtje in de rug geven en alle innovatieve geesten samenbrengen tijdens een netwerkmoment. Daar was het gedeputeerde van Landbouw Inge Moors bij de bekendmaking van de laureaten om te doen. De kwaliteit van de ingediende projecten lag hoog. Bij de vijf gelukkigen die 5.000 euro ontvangen voor de realisatie van hun idee zijn er vier hoeveproducenten: de bedenkers van geitenkaas op basis van plantaardig stremsel, van Haspengouwse mosterd met honing, een procedé om melk te ontkiemen zonder warmtebehandeling en de semi-automatisatie van de productie van walnoten- en hazelnotenolie.

Vrijdag werden in het Provinciehuis in Hasselt de laureaten van de Innovatie-Award 2015 bekendgemaakt. Over de kwaliteit van de 15 ingediende projecten en het feit dat de indieners vooral landbouwers zijn, is gedeputeerde Inge Moors erg te spreken. Daaruit heeft een jury van experten, waar onder meer het Innovatiesteunpunt, het Ondernemersplatform en VLAM in zetelden, vijf laureaten gekozen. “Zij krijgen elk een projectsubsidie van 5.000 euro. In combinatie met de professionele begeleiding en opvolging door een vakkundige jury moet dat een ruggensteun zijn om een concept of idee tastbaar te maken”, zegt gedeputeerde Moors.

Gelet op het vernieuwend karakter van de bekroonde ideeën gelooft ze in een hefboomeffect voor de ganse Limburgse en mogelijk zelfs Vlaamse land- en tuinbouw. De projectvoorstellen die de top-vijf niet haalden maar wel erg vernieuwend zijn, zullen dezelfde begeleiding krijgen van de organisaties die in de vakjury zetelen. Over de laureaten zelf dan, Guido De Snijder van kaasmakerij Karditsel in Lummen wil zich als kaasproducent onderscheiden door procesinnovatie. In de plaats van dierlijk of microbieel stremsel te gebruiken, verkiest hij plantaardig stremsel. Het doel is een halfzachte geitenkaas maken die zich van alle andere kazen op de markt onderscheidt door plantaardig stremsel op basis van de kardoenplant.

Hugo Jacobs van Fruitbedrijf Jacobs in Sint-Truiden mikt met zijn project op toegevoegde waarde en het sluiten van kringlopen. Gele mosterd is bij ons, voorlopig althans, enkel gekend als groenbedekker. “Belgische fabrikanten van mosterd importeren mosterdzaad uit het buitenland. De traditie om inlandse mosterdzaden te gebruiken, verdween”, weet Luc Van Belleghem van marketingorgaan VLAM. Fruitbedrijf Jacobs tracht dat economisch potentieel opnieuw aan te boren. Door water, azijn en kruiden toe te voegen aan het zaad kan je mosterd bereiden. Jacobs voegt daar nog een vleugje honing aan toe in de wetenschap dat de bloemen van de mosterdplant een belangrijke voedingsbron voor bijen zijn. Het eindproduct wil hij vermarkten als Haspengouws streekproduct met meerwaarde voor het landschap.

Catherinadal, gelegen in het Noord-Limburgse Achel, is een kaasboerderij die zelf de hele productieketen beheert. Dit klein ambachtelijk bedrijf beschikt door zijn beperkte schaalgrootte niet over de middelen om te investeren in dure machines. Om op ambachtelijke wijze kazen te kunnen produceren die aan alle kwaliteitseisen voldoen, dient de melk ontdaan te worden van bacteriën. Projectindienener Peter Boonen zal in het kader van zijn project een courante (goedkope) centrifuge ombouwen om melk te kunnen ontkiemen zonder warmtebehandeling. Zo kunnen op een veilige manier rauwmelkse kazen geproduceerd worden. Bij een goed resultaat kan dit procedé een alternatief zijn voor tal van kleinschalige thuisverwerkers.

Nia Ponsaerts en Jan Gelders leggen zich toe op hoogstamboomgaarden in een biologische uitbating. Hun bedrijf Den Boogerd perst en verkoopt op kleine schaal walnotenolie. Om deze activiteit op te schalen en ook de productie van hazelnootolie mogelijk te maken, is de ontwikkeling van een gemechaniseerd systeem om noten te kraken noodzakelijk. Nu wordt meestal voor het intensieve handwerk (kraken en sorteren) beroep gedaan op sociale tewerkstelling. Bij een uitbreiding moet er gezocht worden naar een automatisering van de werktuigen, met een verhoging van comfort, veiligheid en efficiëntie, maar zonder afbreuk te doen aan de inbreng van de mensen op de werkvloer. Hiervoor werd een samenwerking aangegaan met de Provinciale Technische School Maasmechelen die zal instaan voor de ontwikkeling en bouw van semi-geautomatiseerde werktuigen.

De vijfde en laatste laureaat is ‘haspencubes’, het project van Bart Dooms en Erik Meylemans. Zij trachten een meerwaarde te creëren voor versleten appelboomgaarden die gerooid dienen te worden. Een haspencube is een vierkante kaars bestaande uit paraffine en vermalen appelhout ter vervanging van de traditionele paraffine potten die bij kersentelers gebruikt worden voor vorstbestrijding. Een haspencube bespaart de boer tijd en geld en door de samenstelling zijn ze sneller aan te steken. De haspencubes zijn bovendien ook bijzonder ecologisch: eens opgebrand moet je ze niet opruimen. De overgebleven assen vormen een goede bodemverbeteraar. Het project bevindt zich momenteel in de testfase. De eerste veldproeven zullen begin volgend jaar kunnen plaatsvinden.

Na de uitreiking van de awards spraken we Ann Detelder van het Steunpunt Hoeveproducten (KVLV) aan omdat vier van de vijf laureaten actief zijn in de korte keten. Ook zij merkt in de hulp- en begeleidingsvragen aan het adres van het Steunpunt een grotere belangstelling in hoeveverkoop. “Vroeger kwam de belangstelling voor de korte keten vooral vanuit de melkveehouderij, nu tonen alle subsectoren interesse. In crisistijd neemt dat nog toe, wat bewijst dat de eerste motivatie van de producent economisch is.”

Vorig jaar heeft het Steunpunt Hoeveproducten een 250-tal hoeveproducenten begeleid, een aantal dat elk jaar licht stijgt. Detelder: “De markt voor hoeveproducten is zeker nog niet verzadigd. Aan de afzet wordt nog voortdurend gewerkt, bijvoorbeeld door hoeveproducten beter vindbaar en beschikbaar te maken.” Binnen de korte keten komt het er op aan om innovatief te zijn want een consument wil alleen een (extra) verplaatsing maken voor wat hij in de supermarkt niet vindt. Hoeve- en streekproducten spelen overigens een sleutelrol in de multifunctionele landbouw waar de provincie Limburg in haar landbouwbeleid op inzet.

De winnaars van de Innovatie-Award hebben nu één jaar de tijd om hun projecten uit te werken met behulp van de 5.000 euro die ze elk ontvangen en de expertise van de vakjury waarop ze beroep kunnen doen. Het Innovatiecentrum, het Innovatiesteunpunt, VLAM, de provinciale landbouwkamer, de Food Pilot en het Ondernemersplatform zullen instaan voor de begeleiding van de laureaten. “De projectresultaten zullen verspreid worden via de website van de provincie Limburg”, kondigt Moors aan. Zij hoopt dat dit de creatieve ondernemersgeest kan inspireren. Stilstaan is immers achteruitgaan in de moeilijke omgeving waarin landbouwers ondernemen.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via