nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

"Erfgoedbeleid is er niet om elke verandering tegen te houden"
27.06.2019  Onroerend erfgoed

Landbouwers hebben het landschap gekneed tot wat het vandaag is. Een mooi voorbeeld daarvan is de Voerstreek, waar de weilanden op de heuvelflanken omzoomd zijn met meidoornhagen en houtkanten en je vanop de plateaus kan genieten van prachtige vergezichten. Om dat te vrijwaren voor toekomstige generaties beschermde de Vlaamse minister bevoegd voor onroerend erfgoed de Voer- en Gulpvallei als landschappen met een grote cultuurhistorische waarde. Gezien de vele raakvlakken tussen erfgoed en landbouw en de vragen die daaromtrent rijzen bij eigenaars en gebruikers kloppen we aan bij het agentschap Onroerend Erfgoed. “De reeks van handelingen waarvoor een toelating nodig is in een erkend landschap of beschermd pand creëert de perceptie dat er niets meer mag. Dat klopt niet”, stelt het agentschap gerust, “want we werken heus wel oplossingsgericht.” Het systeem van toelatingen gaat samen met de zorg voor erfgoed en is er naar verluidt niet om elke verandering tegen te houden.

“Zowel esthetisch als historisch een erfgoedparel”, zo omschreef Vlaams minister van Onroerend Erfgoed Geert Bourgeois Voeren bij de bescherming als cultuurhistorisch landschap. De bescherming werd ingegeven door de bezorgdheid dat het uitzicht van de Gulp- en Voervallei verloren zou gaan voor toekomstige generaties. Bij onroerend erfgoed leg je spontaan de link met monumenten, maar bovenstaand voorbeeld toont aan dat erfgoed ruimer begrepen moet worden. Een blik op hun website leert dat het agentschap Onroerend Erfgoed van de Vlaamse overheid bevoegd is voor bouwkundig, archeologisch, landschappelijk en varend erfgoed. Een handig geoportaal brengt alle onroerend erfgoed in Vlaanderen samen op één kaart. De inventaris onroerend erfgoed lijst op zijn beurt alles op wat erfgoedwaarde heeft.

“In de databank staat al het erfgoed dat het agentschap inventariseert. Alleen de meest waardevolle sites gaan we beschermen”, zegt Birgit Van Damme, woordvoerder van het agentschap Onroerend Erfgoed. “Inventarisatie en bescherming zijn twee verschillende zaken. Het eerste is een wetenschappelijk en het tweede een juridisch instrument. De wetenschappelijke inventaris vormt de basis voor verder erfgoedonderzoek. Hieruit kunnen later onder meer beschermingen, of andere juridische bepalingen zoals vaststellingen, voortkomen. Als eigenaar van een beschermd of vastgesteld object heb je een aantal rechten en plichten. Zo is er de zorgplicht en het recht op bepaalde financiële steun, maar bijvoorbeeld ook het recht op een afwijking van de energieprestatienormen en de optie dat zonevreemde gebouwen gemakkelijker een nieuwe functie krijgen.

loods.landschap.roodrund.WestVlaanderen_OnroerendErfgoed.fotoKrisVandevorst.jpg

Inventarisatie dan wel bescherming van erfgoed leidt tot belangrijke verschillen bij de belangenafweging in het vergunningenbeleid. Van Damme: “Is een oude hoeve beschermd erfgoed, dan overleggen we met de landbouwer in kwestie om een nieuwe stal of loods naast de oude site vergund te krijgen.” Volgens het agentschap zijn nieuwe constructies naast een beschermd gebouw niet uitgesloten, maar dient er bijvoorbeeld rekening te worden gehouden met hun schaal en architectuur. Specifiek voor landbouwbedrijven die actief zijn in beschermd erfgoed publiceerde de administratie een afwegingskader dat inzicht geeft in de criteria die meespelen bij hun advies. Beheer van onroerend erfgoed is immers keuzes maken. Het uitgangspunt is dat het verderzetten van de agrarische activiteiten in vele gevallen de beste garantie biedt op het behoud van de erfgoedwaarden.

Gemeentebesturen geven het erfgoedbeleid vorm
Als vergunningverlener zijn de gemeenten een onmisbare partner van het erfgoedbeleid in Vlaanderen. Zij moeten bijvoorbeeld motiveren waarom een pand met erfgoedwaarde al dan niet gesloopt mag worden. “De lokale overheid maakt de afweging tussen wat er stond en het belang van wat er nieuw komt”, legt Van Damme uit. “Met het nieuw decreet Onroerend Erfgoed werd in 2015 de mogelijkheid voorzien dat gemeenten zelf meer verantwoordelijkheid opnemen voor het erfgoedbeleid. Ook gemeenten die niet erkend zijn als ‘onroerend-erfgoed-gemeente’ kunnen via een intergemeentelijke dienst onroerend erfgoed samenwerken met andere gemeenten in een vergelijkbare situatie.”

Dat gebeurt bijvoorbeeld in Haspengouw, waar meerdere gemeenten de bezorgdheid delen dat hoogstamboomgaarden uit het landschap zouden verdwijnen. Een heleboel partners, van Vlaamse overheidsadministraties tot belangengroepen en eigenaars, schaarden zich achter een langetermijnvisie die neergeschreven werd in een richtplan. Dat is een nieuw instrument om onroerend erfgoed te behouden en te ontwikkelen voor de toekomst. Bijna 2.000 mensen namen deel aan de verschillende inspraakmomenten. Via het online participatieplatform hoogstamdroomgaard.be kon ook het grote publiek ideeën inbrengen. Momenteel werkt het agentschap in samenspraak met de betrokkenen aan concrete acties.

AldenBiesen.Limburg.hoogstamboomgaard.landschap_OnroerendErfgoed.fotoKrisVandevorst.jpg

“Zo’n richtplan is een andere manier om zorg te dragen voor erfgoed dan de klassieke bescherming. In de jaren ’80 en ’90 werden in Kuttekoven, een deelgemeente van Borgloon, enkele hoogstamboomgaarden beschermd. Bij de eigenaars was het draagvlak beperkt zodat het bij die enkele boomgaarden bleef. Ondertussen bleef het areaal wel achteruitgaan. Omdat hoogstamboomgaarden maar in één regio in Vlaanderen zo talrijk voorkomen, zijn ze een landschapselement dat tussen wal en schip valt”, zegt de woordvoerder van het agentschap Onroerend Erfgoed. Er bestaat bijvoorbeeld geen beheerovereenkomst die landbouwers vergoedt voor de instandhouding van hoogstamboomgaarden. In het kader van de vergroening van het landbouwbeleid komen ze evenmin voor in de opties om het ecologisch aandachtsgebied in te vullen. In dat laatste komt mogelijk op vrij korte termijn verandering. Na 2020 krijgen de lidstaten immers meer vrijheid bij het invulling geven aan de door Europa geformuleerde doelstellingen van het landbouwbeleid.

In het decreet Onroerend Erfgoed dat op 1 januari 2015 in werking trad, werd het instrument beheerovereenkomsten ingeschreven, maar nog niet geactiveerd. Het agentschap is daarover in gesprek met de Vlaamse Landmaatschappij die voor milieu- en natuurdoelen reeds beheerovereenkomsten afsluit met landbouwers. “Momenteel zijn het altijd landbouwers die zich gedurende vijf jaar ergens toe verbinden. Voor de beheerovereenkomst onroerend erfgoed streven we naar een uitbreiding van het instrument richting particulieren”, zegt Birgit Van Damme.

hoogstamboomgaard.bloesem_OnroerendErfgoed.fotoKrisVandevorst.jpg

Het zou niet voor het eerst zijn dat particulieren in Vlaanderen aanspraak kunnen maken op landbouwsubsidies. Tot 2014 ondersteunde het Vlaamse plattelandsontwikkelingsbeleid (PDPO) de genetische diversiteit in de fruitteelt met een subsidie voor het behoud van hoogstamfruit. Het bereikte daarmee vooral niet-landbouwers. De complexe administratie als gevolg van Europese verplichtingen bleek destijds een hinderpaal. Ook voor een nieuwe subsidieregeling is de complexiteit ervan een valkuil. Hoogstamboomgaarden zitten immers op het snijvlak van verschillende beleidsdomeinen, wat bijvoorbeeld van het vrijmaken van budget en de controle op de besteding ervan een moeilijke opgave maakt. De partijen die meewerken aan het erfgoedrichtplan in Haspengouw beogen een zo uniform mogelijk systeem.

Nog meer groen erfgoed
In Haspengouw heb je nog meer ‘houtig’ erfgoed dat het werk is van mens en natuur. Van Damme: “Een beplanting heeft voor ons erfgoedwaarde als ze een idee geeft van hoe iets vroeger gebruikt werd, bijvoorbeeld een haag die dienstdeed als veekering. Of een hoekboom die de perceelgrens markeert en dat beter doet dan een grenspaal die zich laat verplaatsen.” Toen de Eerste Wereldoorlog 100 jaar na datum herdacht werd, ging het agentschap op zoek naar herdenkingsbomen en vredesbomen die vlak na de oorlog zijn aangeplant. Bij die zoektocht hielpen de gemeenten, en maakte het agentschap gebruik van oude kaarten en foto’s, boringen in de boom, herinneringen van buurtbewoners, …

Het decreet maakt de keuze om vaker rond een bepaald thema te werken. Een andere mogelijkheid is dat de inventarisatie of bescherming ‘ad hoc’ gebeurt. Dit kwam vroeger vaker voor. Van het bestaan van een historische boom kreeg het agentschap pas lucht door een enthousiaste particulier, een heemkundige kring of een gemeentebestuur. In een aantal gevallen kwam men er pas achter wanneer de boom in kwestie het voorwerp uitmaakt van een burenruzie, of verloren dreigde te gaan voor de aanleg van een verkaveling of weg.

boom.landschap_AldenBiesen.Limburg.hoogstamboomgaard.landschap_OnroerendErfgoed.fotoKrisVandevorst.jpg

Een boom kan samen met andere erfgoedelementen deel uitmaken van een ‘ankerplaats’. Op vlak van erfgoed zijn dat de meest waardevolle landschappelijke gehelen in Vlaanderen. Ze zijn opgenomen in de Landschapsatlas, een databank waarin je alle relicten terugvindt van traditionele landschappen. Naast ‘landschappelijke gehelen’ – de term ‘ankerplaats’ is afgedankt – staan daarin ook de afzonderlijke landschapselementen, zoals holle wegen en poelen.

De aanduiding als ankerplaats volgens de procedure uit het oude Landschapsdecreet creëerde al rechtsgevolgen zoals de zorgplicht. Die zorgplicht moet je zien als een instrument voor bewustmaking. Het verlangt van een overheid de reflex om bij elke beslissing na te denken over de impact op het aanwezige geïnventariseerde erfgoed en daar de nodige zorg voor dragen. Het decreet Onroerend Erfgoed, dat een 70-tal aangeduide ankerplaatsen in bescherming nam, koppelt aan die zorgplicht een motiveringsplicht. De vergunningverlenende overheid moet bijvoorbeeld motiveren hoe de erfgoedwaarden in acht zijn genomen bij kap van een boom of sloop van een gebouw in een beschermd landschap.

Beheerplan veruitwendigt langetermijnvisie op erfgoed
In de inleiding verwezen we al naar de bescherming van het Voerense landschap. Die ingreep was ook bedoeld ter versterking van het toerisme en de familiale melkveehouderij die onlosmakelijk verbonden is met dat landschap. Toch vreesden de lokale landbouwers dat ze belemmerd zouden worden in hun bedrijfsvoering. Het statuut van grasland bleek een belangrijk knelpunt want ‘historisch permanent grasland’ laat geen ruimte tot het omploegen van gras met het oog op vruchtafwisseling of het vernieuwen van de graszode.

Birgit Van Damme: “In een beschermd landschap geldt voor graslanden die onder het Natuurdecreet vallen een verbod op vegetatiewijziging. Vanuit de landschapsbescherming is er enkel een toelatingsplicht met betrekking tot het scheuren van graslanden die langdurig als hooi- of graasweide worden gebruikt. Het Natuurdecreet nuanceren, bleek niet mogelijk zodat de oplossing komt van een beheerplan voor de Voerstreek dat zal verduidelijken hoe er met de graslanden moet worden omgegaan.”

Voeren.landschap_OnroerendErfgoed.fotoKrisVandevorst.jpg

Zo’n beheerplan met een gebiedsgerichte visie voor een landschap wordt opgesteld voor 24 jaar. In Voeren acht de overheid het verdwijnen van grasland en meidoornhagen onwenselijk wanneer dat op grote schaal zou gebeuren. Door deze handelingen aan een toelating te onderwerpen, houdt de overheid de vinger aan de pols. “Elke aanvraag wordt afgewogen in functie van de erfgoedwaarde en de bedrijfsvoering van de landbouwer. Als erkende erfgoedgemeente verleent Voeren toelating, maar je kan ook een generieke toelating inschrijven in het beheerplan”, legt woordvoerder Birgit Van Damme uit.

Een beheerplan voor een landschap is niet nieuw in Vlaanderen. Hetzelfde instrument wordt ook gebruikt voor andere types onroerend erfgoed, onder meer voor monumenten die al dan niet deel uitmaken van een beschermd dorps- of stadsgezicht. In het geval van de Voerstreek kan de bescherming als onroerend erfgoed en het bijbehorende beheerplan een financiële hefboom zijn voor landschapsonderhoud en -verbetering. Er kan immers een erfgoedpremie aangevraagd worden voor het vergoeden van het onderhoud aan hagen, voor het behoud van erfgoed zonder economisch nut, enz.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Onroerend Erfgoed - foto: Kris Vandevorst

Volg VILT ook via