nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

14.02.2018 Ontvangt België na 2020 nog geld uit EU-steunfondsen?

De kans bestaat dat België na 2020 niet meer kan rekenen op geld uit de Europese steunfondsen. Dat meldt De Tijd. Door een kleiner EU-budget na de brexit en nieuwe prioriteiten ziet het er naar uit dat het geld dat bestemd is voor economische en sociale steun aan de lidstaten niet langer naar bemiddelde landen gaat. Dat betekent onder meer dat België samen met een reeks andere lidstaten niet langer kan rekenen op middelen uit het fonds voor plattelandsontwikkeling.

De Europese steunfondsen omvatten onder meer het Europees Structuurfonds en Investeringsfonds dat bestaat uit vijf hoofdfondsen die samen de economische ontwikkeling in alle EU-landen ondersteunen, conform de doelen die zijn vastgelegd in de Europa 2020-strategie. Het gaat daarbij onder meer om het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) , het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) en het Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij (EFMZ). Ook het Solidariteitsfonds van de EU dat hulp biedt bij grote natuurrampen is één van de Europese steunfondsen.

Volgens De Tijd zijn het subsidiepotten die de inkomensongelijkheid in de Europese Unie proberen te verminderen. Die grote verschillen tussen regio’s vormen immers een probleem, want Europa is nu eenmaal één grote interne markt. Maar omdat die steunfondsen bijvoorbeeld ook een treinstation in Nederlands Limburg, een fietspad in het zuiden van Beieren of een folkloremuseum in Bergen financieren, worden er vragen bij geplaatst. Politici in elk land vinden het echter belangrijk om aan te tonen aan hun burgers dat er geld uit het Europees budget terugvloeit naar de eigen regio.

Maar nu de gesprekken over het nieuwe Europese meerjarenbudget voor de periode vanaf 2021 volop lopen, moeten er fundamentele keuzes worden gemaakt. Bovendien zal de brexit ervoor zorgen dat het budget krimpt met 12 tot 13 miljard euro op een totaalbudget van ongeveer 150 miljard. Heel wat Europese leiders schuiven ook nieuwe taken naar voor die Europa op zich moet nemen, zoals grensbewaking, defensie of steun aan Afrika.

Met cijfers poogt de Commissie intussen al klare wijn te schenken over hoe realistisch sommige plannen en voorstellen zijn. Zo is er sprake van een verdriedubbeling van het Erasmusprogramma voor de uitwisseling van studenten, wat zo’n 60 miljard euro zou kosten over zeven jaar. De Europese grens- en kustwacht zou de komende zeven jaar vier miljard euro kosten, of 0,46 procent van het EU-budget, maar sommige lidstaten sturen aan op een stevigere Europese federale grenswacht. Die zou 150 miljard euro kosten, evenveel als de jaarlijkse EU-begroting nu en driemaal het budget voor landbouw.

De Tijd verwacht echter dat vooral de steunfondsen ter discussie zullen komen te staan. Er zouden twee discussiepunten zijn over die fondsen. Zo zoeken verschillende West-Europese landen een middel om dwarsliggers als Polen en Hongarije in de pas te laten lopen door uitbetaling van EU-subsidies te koppelen aan het eerbiedigen van de rechtsstaat en de democratie of aan het doorvoeren van hervormingen. De tweede discussie gaat over de vraag of de steun niet beter geconcentreerd wordt in landen en regio’s die het echt nodig hebben. Om de armste regio’s op het EU-gemiddelde te brengen is 350 tot 400 miljard euro nodig.

Vandaag gaat alles samen nu 100 miljard euro naar de rijkere regio’s van West-Europa. België kon in de periode 2014-2020 bijvoorbeeld rekenen op 2,7 miljard euro uit zowel het regionaal als het sociaal fonds. Maar als de Europese subsidiepot krimpt, is er volgens simulaties van de Commissie geen ruimte meer voor steun aan de Scandinavische landen, de Benelux, Duitsland, Oostenrijk en Frankrijk. Bij een inkrimping met 30 procent van de pot krijgen ook Spanje en Italië geen subsidies meer. Enkel bij een status quo zit er na 2020 nog wat geld in de pot voor Wallonië, niet voor Vlaanderen, zo stelt De Tijd.  

Bron: De Tijd/eigen verslaggeving

Volg VILT ook via