nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

19.09.2014 Onweerschade niet te na gesproken lijkt de oogst goed

Bij de oogstverwachtingen voor dit seizoen springt de suikerbietenoogst er in gunstige zin uit: de suikerbietencampagne van 2014 kan de op twee na beste campagne ooit worden. Behalve voor de bieten liggen de verwachte opbrengsten van maïs en aardappelen ook hoger dan het gemiddelde van de voorbije vijf jaren, uitgezonderd voor de percelen die door hevig onweer getroffen werden. Sommige aardappelpercelen kampen met kwaliteitsproblemen. Dat blijkt uit de Agrometeorologische Berichten van het KMI, het VITO, de universiteit van Luik en het Waalse Centrum voor Landbouwonderzoek in Gembloux.

De vele regen in juli en vooral in augustus stuurde de oogst van de wintertarwe danig in de war. Het relatief koude weer in augustus zorgde er dan weer voor dat de groei van de zomergewassen licht afgeremd werd. De oogst van de wintergerst werd rond half juli afgerond. De opbrengsten waren goed tot zeer goed. De wintertarweoogst daarentegen verliep eerder moeizaam, omdat hij in augustus onderbroken moest worden omwille van de regen. In de oogstmaand werden vele tarwevelden getroffen door windvlagen.

De suikerbietencampagne van 2014 zou de op twee na beste campagne ooit kunnen worden. Volgens het bieteninstituut (KBIVB) ligt de geschatte suikeropbrengst momenteel zo'n twee ton per hectare hoger dan het gemiddelde van de voorbije tien jaren. De huidige schattingen benaderen de recordwaarden van 2009 en 2011. De opbrengstverwachtingen voor maïs zijn gunstig. De ontwikkeling van het gewas verloopt normaal. De maïsplanten zijn nog relatief groen, maar de kolven zijn goed gevuld en rijpen mooi af.

De aardappelen hadden in augustus te lijden van het natte en koude weer, maar de opbrengstverwachtingen zijn niettemin gunstig en de aardappelen zijn van goede kwaliteit. Wel worden er dit jaar knolinfecties door de aardappelplaag gemeld terwijl het eerder uitzonderlijk is dat de plaag zich doorzet tot in de knollen. Een dergelijk fenomeen komt gemiddeld slechts één keer om de tien jaar voor.

Momenteel krijgen heel wat percelen ook af te rekenen met andere ziekten zoals botrytis of alternaria. Een ander probleem is het soms lage drogestofgehalte van de knollen, vooral in het oosten van het land. Een laag drogestofgehalte houdt in dat er veel water in de aardappel moet verdampen bij de verwerking tot chips of frieten. Het rendement ligt dan lager en bij erg lage drogestofgehaltes, in de praktijk heeft men het ook over het onderwatergewicht, dreigen er kwaliteitsproblemen bij de verwerkte producten.

Bron: Belga / Agrometeorologische Berichten

Beeld: Loonwerk Defour

Volg VILT ook via