nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

15.10.2018 Onzekerheid over melkophaling zorgt voor onbehagen

Veel plezier hebben melkveehouders nog niet beleefd aan het postquotumtijdperk. 2017 was een behoorlijk goed jaar dankzij de hoge boterprijs die de melkprijs deed opveren na de zuivelcrisis (2015/2016). Dit jaar staat de melkprijs opnieuw onder druk en is er niet meteen beterschap in zicht. Wat sectorvakgroepvoorzitter Dirk Van de Keere (Boerenbond) zorgen baart, is dat de voederkost tezelfdertijd de hoogte in schiet. “Door de droogte is er minder gras en (kwaliteitsvolle) maïs. Bovendien wordt het krachtvoeder in snel tempo duurder onder invloed van de stijgende graanprijzen.” Een nieuw mestactieplan, een hervormd Europees landbouwbeleid en een voortvarend klimaatbeleid kunnen de kosten op een melkveebedrijf verder doen oplopen. Op de koop toe zijn melkveehouders onzeker of hun zuivelverwerker de melk blijft ophalen.

33,5 euro per 100 liter melk, dat is de reëel uitbetaalde prijs die producenten van het zogenaamde witte goud momenteel ontvangen. De zwakke notering is het gevolg van melkpoederprijzen die historisch laag zijn. De rendabiliteitsstijging op melkveebedrijven in 2017 was dus van korte duur. Op het hoogtepunt van de zuivelcrisis in 2016 heeft de Europese Commissie veel melkpoeder van de markt gehaald in een poging de melkprijs te ondersteunen. Die interventievoorraad moet ook een keer weer afgebouwd worden, en dat weegt sterk op de prijs van magere melkpoeder.

Aan opbrengstenzijde is 2018 niet zo’n drama als 2016, maar melkveehouder Dirk Van de Keere steekt niet weg dat iedereen hunkert naar een betere melkprijs. “De melkprijs is moeilijk te voorspellen omdat de notering onder meer afhangt van de weersomstandigheden in belangrijke productiegebieden. In Australië is het extreem droog en wordt de veestapel afgebouwd omdat er een tekort is aan voeder. Ook in eigen land en grote delen van Europa hield de droogte lelijk huis. In de melkproductiecijfers zien we daar niet meteen een weerslag van, maar dat lijkt een kwestie van tijd. Vroeg of laat zullen de melkveebedrijven met een krappe wintervoorraad aan ruwvoeder koeien moeten afstoten, of voeder moeten bijkopen.”

Zelf melkt Van de Keere samen met zijn echtgenote en zoon 230 koeien in Lochristi (Oost-Vlaanderen), en is hij ieder jaar aangewezen op het aankopen van ruwvoeder om de eigen opbrengst aan te vullen. In magere oogstjaren als 2016 en 2018 pakt dat minder goed uit. “De grasopbrengst is een tegenvaller. Voor maïs vreesden we in de zomer het ergste. Hier in het Meetjesland haalde de meeste maïs nog wel een behoorlijke lengte, maar de kolven ontbraken zodat de kwaliteit niet goed is. De weinige goede percelen maïs brachten de verkopers goed geld op, en kopers moesten er snel bij zijn.” De herinnering aan 2016 ligt nog vers in het geheugen. Ook toen was de maïsoogst ondermaats maar was wateroverlast de boosdoener, in plaats van een tekort aan water.

“Dat is twee keer in korte tijd dat een lage melkprijs samenvalt met een tegenvallende ruwvoederoogst. Lager moet de melkprijs nu echt niet meer worden want dan gebeuren er rampen”, houdt Van de Keere zijn hart vast. De reforme melkkoeien kunnen het bedrijfsresultaat dit jaar een beetje opkrikken omdat de slachthuizen er een behoorlijke prijs voor betalen. De melkveehouder weet dat dit in schril contrast staat met de prijsdruk die vleesveehouders ervaren. “De verklaring is wellicht dat de consument vaker voor verwerkt en goedkoper rundvlees kiest, in plaats van voor een biefstuk van Belgisch wit-blauw.”

Wat melkveehouders op dit moment extra verdienen aan hun slachtkoeien geven ze meteen weer uit aan duurder krachtvoeder. “In de tweede helft van 2018 steeg de prijs tot nu met 4 procent, en het lijkt erop dat krachtvoeder nog duurder wordt.” Om vat te krijgen op zijn kostprijs deelt Dirk Van de Keere informatie uit zijn bedrijfseconomische boekhouding met collega’s. “Een viertal keer per jaar komen we onder begeleiding van een Boerenbond-consulent samen met de bedrijfsleiderskring. Dat zijn altijd interessante bijeenkomsten, waarbij je soms schrikt van de onderlinge verschillen in aankoopprijzen en kosten.”

Wanneer de sectorvoorzitter praat met collega’s merkt hij dat er angst heerst omdat melkveehouders geraakt worden in de fundamentele reden van hun bestaan. “Leveranciers van private zuivelverwerkers zijn onzeker over de ophaling van hun melk.” Van de Keere verwijst naar de perikelen bij Danone en FrieslandCampina. Danone zette vier melkveehouders aan de deur, waaronder twee grote bedrijven met een productie die in de miljoenen liters melk loopt. De blijvers kregen te horen dat er grenzen gesteld worden aan hun groei zodat de fabriek in Rotselaar niet meer melk hoeft te ontvangen dan er verwerkt kan worden tot yoghurts. FrieslandCampina zegt geen leveranciers kwijt te willen – een grote sanering in het leveranciersbestand dateert nog maar van drie jaar geleden – maar laat geen onderhandelingsruimte over nieuwe leveringsvoorwaarden. Wie geen weidegang toepast, niet aan andere duurzaamheidscriteria voldoet, of de gewenste AA-kwaliteit niet kan leveren, moet naar andere afnemer op zoek.

Zelf levert Dirk Van de Keere zijn melk aan Inex, een relatief kleine zuivelverwerker uit het Oost-Vlaamse dorp Bavegem. “Net zoals de vanuit Nederland bestuurde coöperatie FrieslandCampina stuurt Inex aan op weidegang. De zuivelverwerker ervaart dat de Nederlandse retail om weidemelk vraagt. De melkveehouder uit Lochristi ziet het met lede ogen aan: “Je mag Vlaanderen niet vergelijken met Nederland. Melkveehouders beschikken hier niet over een grote huiskavel. Zelf heb ik bijvoorbeeld maar 12 hectare rond de boerderij ter beschikking, wat de helft te weinig is om het hele koppel te weiden.” Hij vraagt zich af of weidegang als productievoorwaarde een lang leven beschoren is. Ggo-vrije melk zou zomaar de volgende hype kunnen zijn, zegt Van de Keere met een verwijzing naar de VLOG-melk op de Duitse markt. VLOG staat voor ‘Verband Lebensmittel Ohne Gentechnik’.

Als Danone, FrieslandCampina en Inex gelijktijdig de achterdeur open zetten, is de vraag waar Vlaamse melkveehouders nog naar toe kunnen met hun melk. “In mijn regio zijn maar twee melkophalers actief, Inex en Milcobel. Wie geen weidegang kan toepassen en daarom weg wil bij Inex heeft dus geen keuze. Elders in Vlaanderen zijn Arla en Laiterie des Ardennes (LDA) nog opties.” In zulke onzekere tijden scoort de coöperatie Milcobel met de afzetzekerheid die ze biedt. “Op elk melkveebedrijf moet de melk binnen de drie dagen opgehaald worden voor verwerking. Een melkveehouder moet zeker kunnen zijn van de ophaling. Gaat de melk een keer aan een lagere prijs weg, dan is dat nog altijd minder erg dan dat je er mee blijft zitten.”

De enige zekerheid die een melkveehouder vandaag nog lijkt te hebben, is dat zijn kosten blijven stijgen. “De productievoorwaarden worden almaar strenger en we zien daar nooit wat van terug in de melkprijs”, analyseert Van de Keere. “Als dat zo doorgaat, dan zal dat in combinatie met de volatiliteit op de vrije markt voor een snelle daling van het aantal melkveebedrijven zorgen. Nu al zie je veel melkveehouders die niet meer investeren, maar aan zo laag mogelijke kosten hun bedrijf stilletjes laten uitdoven.”

Op de vraag wat de toekomst in petto heeft voor de blijvers, antwoordt de sectorvoorzitter met een verwijzing naar de vele uitdagingen die op de sector afkomen. Een nieuw mestactieplan is in de maak, het zesde al. “Voor de melkveehouderij is het heel belangrijk dat we de derogatie (meer dierlijke mest toepassen onder strikte voorwaarden, nvdr.) kunnen behouden. Dat mag niet verloren gaan vanwege tegenvallende resultaten op de MAP-meetpunten. Op derogatiepercelen wordt in het najaar zeker niet meer nitraatresidu gemeten dan op andere percelen.” Van de Keere hoopt ook op een verruiming van de bemestingsnorm voor grasland in MAP6 want, zo legt hij uit, hoe minder mest er toegediend wordt aan gras hoe minder eiwitrijk de graskuil is en hoe meer krachtvoeder aangekocht moet worden in de vorm van soja. Dat staat haaks op de wens van beleidsmakers om de veehouderij minder afhankelijk te maken van overzeese import van soja.

Zo ziet de melkveehouder wel meer tegenstrijdigheden tussen beleidsinitiatieven: “Aan de vergroeningsvoorwaarde gewasdiversificatie (drie of meer gewassen telen, nvdr.) wil men in het Europees landbouwbeleid na 2020 teeltrotatie toevoegen. Voor een melkveehouder is dat lastig want we zaaien gras na maïs en laten dat enkele jaren op hetzelfde perceel aanliggen om flinke grassneden te kunnen oogsten en de kosten van zaai te drukken. Dat tijdelijk gras zouden we jaarlijks moeten ploegen. Het tegenovergestelde dreigt te gebeuren met blijvend grasland, wat vanuit het klimaatbeleid nog strikter beschermd zou worden tegen ploegen. Krijg dat als bedrijfsleider allemaal maar eens op een rijtje, en dan moet je het nog verzoenen met je bedrijfsvoering ook.”

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via