nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

17.09.2017 "Ook innovatie en diversiteit verdienen aandacht"

Zondag stonden 44 land- en tuinbouwers met hun gezinnen paraat om nieuwsgierige buurtbewoners weg te wijzen op hun bedrijf. Boerenbond en Landelijke Gilden organiseerden al voor de 35ste keer Dag van de Landbouw, “dé promotiedag van onze sector”. Dat er nood is aan openheid en dat de consument benieuwd is naar de oorsprong van zijn voedsel, blijkt uit het groeiend aantal bezoekers jaar na jaar. “We halen vaak ongewild het nieuws, met extremen of crisissen”, stelt voorzitter Sonja De Becker. “Maar op Dag van de Landbouw zetten we onze troeven in de verf: het familiale karakter van onze land- en tuinbouw, onze grote diversiteit en lokale verankering.”

Net als vorig jaar kozen Boerenbond en Landelijke Gilden voor de baseline ‘het begint bij ons’. “Daarmee willen we benadrukken dat land- en tuinbouwers aan de basis liggen van elk gevuld bord waarmee we onze magen vullen en elk boeket bloemen waarmee we onze huizen opfleuren. Daarvoor verdienen ze respect en waardering. Als die boodschap blijft hangen bij de 10.000den bezoekers die we verwachten, dan is onze actie geslaagd”, stelt De Becker tijdens de officiële opening zondagochtend op het anjerbedrijf van familie De Nijs in Erpe.

Ondanks het feit dat de 24.000 land- en tuinbouwbedrijven die Vlaanderen nog telt zichtbaar verspreid liggen over het Vlaamse land en meer dan 50.000 personen tewerkstellen, zijn er volgens De Becker heel wat mensen die de sector niet of onvoldoende kennen. “De belangstelling voor voedselproductie neemt nochtans toe, denk maar aan de vele volkstuinen, zelfplukboerderijen, enzovoort. We merken dat ook aan het groeiend aantal deelnemers op Dag van de Landbouw. Dat aantal stijgt elk jaar.”

Aan deze 35ste editie namen 44 bedrijfsleiders en hun gezinnen deel. Opnieuw waren hun bedrijven erg verscheiden, en opnieuw waren het de land- en tuinbouwers zelf die de mensen rondleidden. Erg belangrijk volgens De Becker, want het bewijst de grote diversiteit én het familiale karakter van de sector. “Er zijn zo veel bedrijfsvormen, teeltmethoden en teelten, manieren om producten af te zetten en te vermarkten. Al die landbouwsystemen verdienen respect, de ene is niet beter dan de andere”, klinkt het.

“Ondanks hun verscheidenheid hebben onze bedrijven bovendien één ding gemeen: ze worden gerund door families. Bij ons vind je geen boerderijen die uitgebaat worden door anonieme investeringsbedrijven of holdings. Het is niet omdat ze werken met hoogtechnologische systemen of vreemd kapitaal, dat het industriële bedrijven zijn. Industriële landbouw bestaat niet in Vlaanderen”, zet de voorzitter een verkeerde perceptie recht.

Ook minister van Landbouw Joke Schauvliege beklemtoonde het verscheiden karakter van de sector tijdens haar toespraak in Erpe. “Die diversiteit is onze sterkte. Alle landbouwmodellen moeten voldoende ontwikkelingskansen krijgen, want zonder bedrijven geen innovatie en dus ook geen verdere verduurzaming”, zegt ze. Of nog met een kwinkslag: “hoe meer kleur, hoe mooier het schilderij”. Na het anjerbedrijf in Erpe bezocht de minister nog een schapen- en geitenbedrijf in Nieuwkerken-Waas, een vleesveebedrijf met hoeveslagerij in Stabroek en een aardbeienbedrijf in Beveren-Waas.

Het anjerbedrijf waar de officiële opening plaatsvond, wordt gerund door Koen en Marian De Nijs. Na de toespraken van Sonja De Becker en Joke Schauvliege namen ze de genodigden, waaronder Europarlementslid Tom Vandenkendelaere, secretaris-generaal van het Departement Landbouw en Visserij Jules Van Liefferinge en Oost-Vlaams gedeputeerde Alexander Vercamer, op sleeptouw door hun serre van 12.000 m² met 22 verschillende kleuren anjers. Het bedrijf werd opgestart door het jonge bruidspaar in 2004 met 5.000 m² serre en werd sindsdien twee keer uitgebreid. Nu is het één van de grootste anjerbedrijven in België en Nederland.

Net voor ze het startschot gaf van de feestelijke dag, overliep De Becker kort de dossiers die de komende maanden op stapel staan. Er is de afhandeling van het fipronilschandaal, iets waar de voorzitter naar eigen zeggen een wrang gevoel aan heeft overgehouden. “Ondanks het feit dat onze pluimveehouders in deze zaak zelf slachtoffer waren, werd het gebeuren door sommige partijen aangegrepen om de hele veehouderij en het systeem van zelfcontrole in vraag te stellen. Gelukkig heeft de consument onze boodschap goed opgepikt: onze boeren trof geen schuld, en er was nooit gevaar voor de volksgezondheid. Dat zien we in de consumptiecijfers, er is nauwelijks sprake van een daling.” Nog over de fipronilcrisis zegt De Becker dat de steunmaatregelen van de federale regering op een vlotte en open manier worden uitgewerkt. Maar op een vergoeding is het wachten tot 2018, want het steunpakket moet nog voor goedkeuring langs Europa passeren.

Een tweede actueel thema dat de voorzitter aanhaalt, is dierenwelzijn. “De schokkende beelden uit de slachthuizen van Tielt en Izegem stralen negatief af op de hele sector. Het hakt er ook stevig in bij onze leden-veehouders. Zij beginnen te twijfelen: zijn we wel goed bezig? Om hen te steunen, organiseren we dit najaar extra vorming rond dierenwelzijn, en werken we aan twee dierenwelzijnscans. Een zelfscan waarbij de veehouder zelf een checklist kan aflopen met wettelijke en bovenwettelijke dierenwelzijnseisen, en een uitgebreidere bedrijfsscan die verbeterpunten aangeeft om het comfort voor dieren op het bedrijf te verbeteren. Aan die laatste werken we samen met het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO).”

Andere dossiers die op tafel liggen, zijn de uitrol van het flankerend beleid in de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) (“we zullen toekijken op de implementatie in de praktijk”), de concretisering van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (“we hopen op een sterk sturend Vlaams kader en ‘echte’ instrumenten voor lokale overheden”), de erkenning van de nachtvorst in april en de droogte deze zomer als ramp (“alles is klaar en ligt op de tafel van de Vlaamse overheid”), het uitwerken van extra maatregelen tegen extreme weersomstandigheden (“zoals extra waterbuffering en een weersverzekering”), de verlenging van de vergunning voor glyfosaat, de budgetdiscussie rond het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (“een moeilijke maar heel belangrijke discussie”), de eigen zwerfvuilactie en de uitbreiding van het duaal leren naar het BSO en TSO.

Een goedgevuld najaar dus, maar eerst werd genoten van een dag vol ‘goed nieuws’ en positieve aandacht. Want de diversiteit en innovatie in de sector verdienen evenveel aandacht als crisissen, tweet Europarlementslid Tom Vandenkendelaere

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via