nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

08.08.2017 Ook Nederlandse NVWA in slecht daglicht door fipronil

Ook in Nederland wordt de aanpak van de Nederlandse toezichthouder NVWA, de tegenhanger van ons Voedselagentschap, intussen bekritiseerd. Die zou op 19 juni al op de hoogte zijn geweest van de zaak, terwijl pas op 22 juli alarm werd geslagen. Als dat vroeger was gebeurd, was de schade voor de sector een stuk kleiner geweest. Die wordt door pluimveevakgroep LTO/NOP op 150 tot 300 miljoen euro geschat.

"In de periode tussen 19 juni en 22 juli zijn nog diverse stallen behandeld tegen bloedluizen door Chickfriend. Daarnaast zijn er in die periode in veel van de stallen die al eerder met het middel behandeld waren, een nieuw koppel jonge hennen gekomen, die nu ook belast zijn met fipronil. Deze schade had voorkomen kunnen worden als eerder was ingegrepen", klinkt het.

De analyse van de genomen stalen duurde volgens de organisatie bovendien te lang, door een gebrek aan personeel en onderzoekscapaciteit. En dan is er nog de communicatie, die ook in Nederland soms spaak liep. LTO/NOP pleit voor een calamiteitenfonds om gedupeerde pluimveehouders tegemoet te komen.

"Deze situatie kan in onze ogen niet gezien worden als een normaal bedrijfsrisico, aangezien de betreffende bedrijven in de veronderstelling waren aan de regels en normen te voldoen. Zij zijn onschuldig aan deze crisis en mogen dus niet voor de situatie opdraaien. Wij vrezen dat dit echter wel zal gebeuren indien er geen calamiteitenfonds komt", klinkt het.

In het Nederlanse parlement hebben staatssecretaris Van Dam (Landbouw) en minister Schippers (Volksgezondheid) de aanpak van NVWA verdedigd. "Volgens sommigen greep de toezichthouder te snel in, volgens anderen te traag", schrijft De Volkskrant.

De Nederlandse Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) maakt intussen bekend dat het de zaak zal onderzoeken. De Onderzoeksraad wil nagaan waarom het bestrijdingsmiddel niet eerder is opgemerkt en wat de rol van de pluimveesector en de overheid daarbij is geweest. Ook de wijze waarop de consument is geïnformeerd over de risico's wordt in het onderzoek meegenomen.

Het onderzoek richt zich niet direct op de vraag hoe groot het acute risico van fipronil in de voedselketen is, maar wel op hoe het voedselveiligheidssysteem functioneert. Onderzoeken van de raad zijn gericht op het verbeteren van de veiligheid en gaan niet in op schuld of aansprakelijkheid. Wanneer het onderzoek is afgerond, is nog niet duidelijk. Doorgaans gebeurt dat binnen een jaar.
 

Bron: Belga / De Standaard / Pluimvee.nl

Volg VILT ook via