nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

30.11.2017 "Oorzaak salmonellaresistentie in veehouderij"

Antibiotica die in de jaren 50 preventief in veevoeder werd gedaan, heeft waarschijnlijk bijgedragen aan de evolutie en verspreiding van antibioticaresistente salmonellabacteriën. Dat meldt het Instituut voor Tropische Geneeskunde (ITG). Het zijn onderzoekers van het Franse Institut Pasteur die tijdens een onderzoek naar historische salmonellabacteriën nagingen wat de rol is van ampicilline, een afgeleide van penicilline. “In de jaren 50 en 60 was het in de Verenigde Staten en Europa gebruikelijk om lage dosissen penicilline aan veevoeder toe te voegen om infecties te voorkomen”, zo klinkt het.

Er circuleerden al bacteriën die tegen ampicilline bestand waren voor dat antibioticum op de markt kwam. Een gevolg van overmatig antibioticagebruik in de veehouderij. Dat blijkt uit een studie van het Parijse Institut Pasteur waarin historische stalen van bacteriën op mensen, dieren, voeding en veevoeder genetisch geanalyseerd werden. De stalen dateren van 1911 tot 1969. Uit de analyse blijkt dat al in de jaren vijftig salmonellabacteriën circuleerden die tegen het antibioticum ampicilline resistent zijn. Dat kwam pas later, begin jaren zestig op de markt. Vandaag is het één van de meest gebruikte antibiotica.

De ‘vroegtijdige’ resistentie tegen ampicilline is volgens de onderzoekers zeer waarschijnlijk de schuld van een ander, gelijkaardig antibioticum. Dat werd al langer in lage dosissen gemengd onder het voeder voor gezonde dieren, zodat die sneller zouden groeien. Dat heeft het ontstaan en de verspreiding van bacteriën bevorderd, die later ook tegen ampicilline bestand bleken. De resistente bacteriën hebben mensen besmet. Tussen 1962 en 1964 kwam het in het Verenigd Koninkrijk tot de eerste uitbraken van salmonellabacteriën die tegen ampicilline resistent zijn.

“Dit onderzoek toont aan dat het niet voldoende is om alleen het antibioticagebruik bij mensen terug te dringen”, zegt Sandra Van Puyvelde, onderzoekster aan het Instituut voor Tropische Geneeskunde in Antwerpen. Samen met twee collega’s schreef ze over de studie een commentaarstuk, eveneens in The Lancet Infectious Diseases. “Het grootste deel van het antibioticagebruik wereldwijd, 70 procent, is toe te schrijven aan de veehouderij. In Europa en ook in ons land worden inspanningen gedaan om het preventief antibioticagebruik in de landbouw terug te dringen. In de lage- en middeninkomenslanden is het antibioticagebruik wel een groot probleem en dat heeft globale gevolgen.”

Van Puyvelde haalt aan dat resistentie tegen het antibioticum colistine, een van de laatste redmiddelen, vorig jaar voor het eerst in een pluimveebedrijf in China werd opgemerkt en intussen wereldwijd verspreid is. Jeroen Dewulf, voorzitter van het Belgische kenniscentrum voor antibioticagebruik en -resistentie bij dieren (Amcra) bevestigt dat de Aziatische landen en de VS achterlopen qua beleid. “Enkele landen in Azië beginnen nu antibiotica als groeibevorderaars voor dieren te verbieden. In Europa is dat al ruim tien jaar verboden.”

“Dat andere landen het slechter doen, neemt niet weg dat onze eigen inspanningen lonen”, benadrukt Dewulf wel. “De belangrijkste overdracht van resistentie bacteriën van dieren op mensen gebeurt via direct contact met rauw vlees of levende dieren. Het antibioticagebruik bij ons terugdringen, heeft rechtstreekse gevolgen voor ons eigen risico om besmet te raken met resistente bacteriën.” Net zoals onder meer de FAO pleiten ook de Franse onderzoekers voor een 'one-healthaanpak', een strategie waarbij wordt erkend dat de menselijke en dierlijke gezondheid onlosmakelijk verbonden zijn. 

Bron: De Standaard / Belga

Volg VILT ook via