nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

05.01.2016 Oost-Europeanen verzetten steeds meer werk op boerderij

Het aandeel Oost-Europeanen dat regulier tewerkgesteld is op Vlaamse land- en tuinbouwbedrijven neemt toe: van 13 procent in 2010 naar 19 procent in 2013. Ze komen voornamelijk uit Polen, Roemenië en Bulgarije. In de tuinbouw waren er ook 58.150 seizoenarbeiders aan het werk. Het aandeel Belgen bij de seizoenarbeiders is in de periode 2010-2014 gedaald van 27 naar 14 procent terwijl er veel meer Oost-Europeanen tijdelijk aan de slag zijn in fruitplantages en serres. Hoeveel is moeilijk te zeggen omdat de nationaliteit van een grote groep buitenlandse seizoenarbeiders niet gespecifieerd is. Dat alles komen we te weten door de actualisatie van een rapport van de Vlaamse landbouwadministratie uit 2012.

In 2013 werkten 7.071 werknemers met een arbeidscontract op Vlaamse land- en tuinbouwbedrijven. Daarvan zijn er 5.311 aan de slag in de tuinbouw (fruit, sierteelt, boomkwekerijen, intensieve groenteteelt) en 1.760 in de landbouw (akkerbouw, veehouderij, gemengde bedrijven). Van alle arbeidskrachten heeft 62 procent de Belgische nationaliteit. De groeiende groep Oost-Europeanen (19% in 2013) komt vooral uit Polen, Roemenië en Bulgarije. Meer dan de helft van de regulier tewerkgestelden van vreemde herkomst is tussen 20 en 35 jaar oud.

Met 5.936 arbeiders is de reguliere tewerkstelling in de tuinbouw in 2013 omvangrijker dan in de landbouw. Hier zien we bijna een halvering van de Belgische tewerkstelling maar een verdrievoudiging van het aantal buitenlandse tewerkgestelden over dezelfde periode 2004-2014. Indien deze trend zich doorzet, zal in de volgende jaren de buitenlandse tewerkstelling de Belgische overschrijden, zoals dat reeds het geval is bij seizoenarbeid.

Iets meer dan de helft (55%) van de 58.150 seizoenarbeiders in de tuinbouw is tewerkgesteld in de pitfruitteelt en nog eens 28 procent in de intensieve groenteteelt. Seizoenarbeid komt op akkerbouw- en veebedrijven weinig voor. In 2014 ging het om amper 138 tewerkgestelden op 63 landbouwbedrijven. De helft van die bedrijven ligt in West-Vlaanderen. Verschillen in welvaartspeil en nettoloon tussen de Oost-Europese landen en België en de vrij korte afstand tot ons land zijn factoren die de Oost-Europese arbeidsmigranten aantrekken. Net zoals bij de regulier tewerkgestelden komen de meeste seizoenarbeiders uit Polen, Roemenië en Bulgarije.

Omgerekend naar voltijdse arbeidsequivalenten stelde de Vlaamse land- en tuinbouw 13.241 VTE tewerk in 2013, op 4.547 bedrijven. De land- en tuinbouwsector stelt 2,8 procent van alle buitenlandse werkkrachten in Vlaanderen tewerk. Oost-Europese en Turkse vrouwen vormen de grootste groep, met een aandeel van respectievelijk 15 en 11 procent in de buitenlandse agrarische tewerkstelling. Bij het opsporen van sociale fraude gebeurden er een 400-tal controles (op een totaal van 15.101, nvdr.) op Belgische land- en tuinbouwbedrijven. Bij de 2.993 gecontroleerde werknemers werden 377 inbreuken vastgesteld, meestal in verband met het niet in orde zijn met de Dimona-aangiftes voor seizoenarbeiders.

De cijfers in het rapport zijn afkomstig van de Waarborg & Sociale Fondsen Land- en Tuinbouw (paritaire comités 144 en 145) en van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid. Het paritair comité 144 omvat bijvoorbeeld ook diverse activiteiten in de paardensector terwijl paritair comité 145 de tewerkstelling in de aanleg en het onderhoud van parken en tuinen links laat liggen.

Meer info: Departement Landbouw en Visserij

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via