nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

24.02.2019 Openbaar onderzoek naar MAP6 is afgerond

Europa sprak reeds zijn vertrouwen uit in het ontwerp van mestactieplan (MAP6) waarmee de Vlaamse overheid de waterkwaliteitsdoelstellingen alsnog wil realiseren. Alle stakeholders mochten de voorbije weken hun bevindingen overmaken in het kader van het openbaar onderzoek. We zetten de commentaren even op een rij. Het Algemeen Boerensyndicaat en Boerenbond hebben er moeite mee dat landbouwers worden afgerekend op zaken die ze zelf niet in de hand hebben, zoals de weersomstandigheden. Om dezelfde reden is de gebiedsafbakening op basis van grondwaterkwaliteit voor hen een probleem want “er is geen 1-op-1-relatie met bemesting”. MAP6 geeft de milieubeweging dan weer weinig hoop op beterschap, zodat hun reactie om andere redenen kritisch is. Organisaties als Natuurpunt en de West-Vlaamse Milieufederatie willen dat “de druk van het mestvat” gehaald wordt, waarbij ‘mestvat’ synoniem staat voor veestapel.

 

Op de ontwerptekst van MAP6 konden alle stakeholders de voorbije weken opmerkingen formuleren in het kader van het openbaar onderzoek. “Een bijzonder harde noot om kraken”, zo omschrijft Boerenbond het nieuwe mestactieplan, dat heel wat verstrengingen van het mestbeleid bevat. Problematisch vindt de landbouworganisatie dat de sector afgerekend wordt op zaken die je als landbouwer niet in de hand hebt, zoals de droogte in 2017 en 2018 die een belangrijke impact had op de waterkwaliteit. Net daarom weerspiegelen de metingen van de waterkwaliteit de inspanningen van de landbouwers niet.
Het Algemeen Boerensyndicaat verwijst in dat verband naar Wallonië, waar de overheid een regeling voorziet om met dergelijke weersextremen rekening te houden bij de beoordeling van hoge gemeten nitraatwaarden. In Vlaanderen bestaat een soortgelijke ‘correctiefilter’ niet en dat heeft volgens ABS kwalijke gevolgen, zoals een onterechte inkleuring als gebiedstype 2 of 3. In zo’n gebied moet een landbouwer extra voorschriften naleven die zijn bedrijfsvoering bemoeilijken. Een reductie van de maximaal toegelaten bemesting zal daarbij het meeste pijn doen. Het boerensyndicaat ziet het nut daar niet van in als die landbouwer reeds volgens de regels van de kunst bemestte, maar de pech had dat in 2018 de plantengroei erg verstoord werd door de droogte. Een landbouwgewas dat langdurig droogtestress ervaart, neemt minder nutriënten op uit de bodem.
Waar ABS en Boerenbond ook allebei een probleem mee hebben, is het veel grotere gewicht dat nu toegekend wordt aan de grondwaterkwaliteit. Focusgebieden werden nog afgebakend op basis van de metingen in het oppervlaktewater. De nieuwe indeling in gebiedstypes (0, 1, 2 en 3) houdt met zowel de kwaliteit van oppervlakte- als die van grondwater rekening. “Onaanvaardbaar”, vinden de landbouworganisaties omdat volgens hen het verband tussen bemesting en de waterkwaliteit in diepere grondwaterlagen volstrekt onduidelijk is. Ze zien vele stoorzenders: het klimaat, de grondsoort, ondoordringbare lagen in de bodem, enz.
De landbouworganisaties vrezen dan ook dat de strenge beperkingen geen vruchten zullen afwerpen voor de grondwaterkwaliteit. In de wetenschap dat verschillende gebieden met een slechte grondwaterkwaliteit onder MAP5 te boek stonden als niet problematisch (niet-focusgebied), zullen een aantal landbouwers zich een hoedje schrikken. Volgens het Algemeen Boerensyndicaat riskeert de overheid op die manier het draagvlak voor het mestbeleid te ondermijnen. “Men gaat voorbij aan reeds gedane inspanningen. Hou daar meer rekening mee, alsook met de toestand van het oppervlaktewater en minder met die van het grondwater want water heeft een ‘reistijd’ naar diepere lagen.”
Op de dag dat het openbaar onderzoek sloot, stuurde de West-Vlaamse Milieufederatie (WMF) een persbericht uit die leest als een motie van wantrouwen in MAP6. Dat wantrouwen wordt extra gevoed door tussentijdse meetgegevens van de Vlaamse Milieumaatschappij. Halverwege het lopende meetjaar (2018-2019) vertoont één op drie MAP-meetpunten een overschrijding van de nitraatnorm. Met het vijfde mestactieplan hadden we eind vorig jaar op maximaal 5 procent moeten zitten. “Voor West-Vlaanderen verraden de cijfers een complete ramp”, zegt WMF-woordvoerder Bart Vanwildemeersch. “Het IJzerbekken klokt af op 65 procent en voor de Leie is 60 procent al bereikt. De herwerking van het mestbeleid moet maar eens grondig gebeuren.”
De West-Vlaamse Milieufederatie erkent dat de droge zomer van 2018 een rol speelt in de slechte meetresultaten, zoals het dat ook het jaar voordien deed. Maar de organisatie vindt dat de Vlaamse regering in het mestbeleid moet ingrijpen op de klimaatgrillen en betreurt dat “het ontwerp van MAP6 van klimaatbestendigheid geen speerpunt maakt.” Vorig jaar is er na de droogte door de Mestbank “heel vrijblijvend” aan landbouwers gevraagd om voorzichtig om te gaan met nabemesting. Dat moet volgens Vanwildemeersch dwingender. “Het nieuwe mestactieplan moet ook een antwoord bieden op werkelijke uitdagingen, en zich niet op maat van de industrie laten schrijven.”
Dat laatste is een vingerwijzing naar zowel de intensieve veehouderij als de groenteteelt in de kustprovincie waar WMF actief is. De varkenshouderij zorgt volgens de milieufederatie voor volle mestkelders en een grote (financiële) druk om dat op het land uit te rijden. Op varkensbedrijven wordt er nu immers weinig geld verdiend door de Afrikaanse varkenspest en het overaanbod op de markten. Mestverwerking blijft in crisistijd even duur. Na de zomer van vorig jaar was de nabemesting beter overgeslagen, maar dat zou om bovenstaande reden niet gebeurd zijn. Bij groenteteelt ligt het probleem volgens WMF bij het “overdadig gebruik van kunstmest” om aan de kwaliteitsverwachtingen van de verwerkende industrie te kunnen voldoen.
In de bezwaren die Natuurpunt tijdens het openbaar onderzoek overmaakte, lees je even grote twijfels omtrent de effectiviteit van MAP6. “Om de Europese Commissie ervan te overtuigen dat men nog op het goede spoor zit, heeft men zich ingegraven in een nóg complexer kluwen aan regels”, analyseert beleidsmedewerker Freek Verdonckt. “Om de pil te vergulden voor de landbouwsector werd het plan voorzien van uitwegen en versoepelingen die de effectiviteit hypothekeren. Wat overblijft, is matig onderbouwd en geeft weinig hoop op beterschap.” Bij twee basismaatregelen uit MAP6, de bemestingsreductie in gebieden met een slechte waterkwaliteit en het opdrijven van het areaal vanggewassen, heeft Verdonckt wel een goed gevoel. “Tenzij het net als in MAP5 misloopt in de uitvoering op het terrein.”
Natuurpunt roept de nieuwe minister van Landbouw op het ontwerpplan aan te passen. “Al meer dan vijf jaar komt er geen schot meer in de zaak, terwijl er nog een hele weg af te leggen is vooraleer onze waterlopen weer proper zijn. Dat mager resultaat is een symptoom van de economische malaise in het landbouwsysteem, dat steeds meer boeren aanzet om kostendrukkend de grenzen van ons leefmilieu af te tasten.” Verdonckt vindt dat de economische drijfveer achter de mestproblematiek vaak wordt onderschat. “MAP6 legt die analyse naast zich neer, en negeert daarnaast hardnekkig het verband tussen intensieve veehouderij en slechte waterkwaliteit.” Net als de West-Vlaamse Milieufederatie verwijst ook Natuurpunt naar de groenteteelt in openlucht als zijnde een sector die op economische en ecologische grenzen botst.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via