nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

19.05.2017 Opleidingscentrum Landwijzer viert 20ste verjaardag

Met een nieuwe promotiecampagne wil Landwijzer, het gespecialiseerde kennis- en vormingscentrum voor de biologische landbouw, zijn 20ste verjaardag in de kijker zetten. Tussen 1997 en 2015 volgden 189 mensen met succes het leertraject van Landwijzer. Maar liefst 65 procent daarvan is nu nog altijd actief in de biologische landbouw, vaak op kleinschalige bedrijven zoals CSA-boerderijen . De tweejarige opleiding trekt vooral mensen aan van 20 tot 45 jaar oud die niet zijn opgegroeid op een boerderij.

Gegroeid vanuit de Werkgroep van de biologisch-dynamische landbouw in Vlaanderen ontstaat Landwijzer vzw in 1997. In september van dat jaar start de eerste cyclus van de tweejarige opleiding Biologische en Biodynamische landbouw in nauwe samenwerking met een Nederlandse organisatie en het Vlaams Agrarisch Centrum (VAC). De samenwerking met die laatste organisatie maakt het mogelijk een officieel erkende en gesubsidieerde starterscursus door het Vlaams ministerie van Landbouw te integreren in de opleiding.

1999, het jaar van de dioxinecrisis en van de aanstelling van de eerste groene Vlaamse landbouwminister, Vera Dua, betekenen een doorbraak voor Landwijzer dat erkend wordt als gewestelijk vormingscentrum in de landbouw. In 2004 wordt de samenwerking met VAC stopgezet voor het inrichten van de starterscursussen en gaat Landwijzer in zee met NCBL, het vormingscentrum van Boerenbond. Die samenwerking duurt maar een jaar, want in 2005 erkent toenmalig Vlaams landbouwminister Yves Leterme Landwijzer als vormingscentrum dat zijn eigen starterscursussen mag inrichten.

Gaandeweg breidt het cursusaanbod van Landwijzer uit: een bijscholing voor biowinkeliers, de coördinatie van biobedrijfsnetwerken, zeiscursussen, een cursus natuurlijke bijenhouderij, korte cursussen rond brood bakken en trekpaarden, enz. In 2011 engageert Landwijzer zich in een coöperatief grondfonds voor de biologische landbouw en een jaar later kan het vormingscentrum de grote toestroom aan kandidaten voor de tweejarige opleiding niet de baas. Er wordt voortaan een selectieprocedure ingevoerd om het teveel aan cursisten te screenen op motivatie.

De naam opleiding heeft ook plaats moeten ruimen voor de naam leertraject. “Daarmee willen we de individuele leerweg die we stimuleren, sterker benadrukken”, klinkt het. Het leertraject bestaat uit één lesdag per week, naast enkele dagen stage op een biologisch bedrijf dat aansluit bij de interesse en toekomstplannen van de cursist. Gedurende zijn twee jaar opleiding werkt een cursist een eigen bedrijfsplan uit zodat hij er na afloop ook effectief kan in slagen om zijn droom waar te maken. Tot en met 2015 waren er 189 mensen die het leertraject met succes hebben afgerond. Zowat 65 procent van hen gaat ook effectief aan de slag in de biologische landbouw.

Die studenten komen meestal niet uit een landbouwersgezin en hebben eerst een andere opleiding, buiten de landbouw genoten. Sommigen hebben wel al een diploma land- of tuinbouwonderwijs of bio-ingenieur op zak, maar willen zich bijscholen op het vlak van biolandbouw, “wat nog steeds amper of niet aan bod komt in het gangbaar onderwijs”. Bioboeren in spe die niet uit een landbouwgezin komen, worstelen vaak met een zoektocht naar grond. “Dat is meteen ook de reden waarom ze vaak kiezen voor een kleinschalig bedrijf, zoals zelfoogstboerderijen. Oud-Landwijzerstudenten bewijzen dat het kleine areaal van een CSA-bedrijf een rendabele bedrijfsvoering niet in de weg hoeft te staan”, zegt Geert Iserbyt, coördinator en lesgever bij Landwijzer.

Het vormingscentrum is trots op zijn oud-studenten omdat ze de Vlaamse landbouwsector opfrissen en een nieuwe toekomst geven. “Wij durven nadenken over totaal nieuwe paden voor de Vlaamse landbouw. Veel Vlaamse boeren hebben geen opvolger. Scenario’s om bijvoorbeeld een buitenstaander te laten ‘ingroeien’ in het bedrijf lijken noodzakelijk. Het ziet er naar uit dat de biolandbouw in dit verhaal een voortrekkersrol gaat spelen, maar de hele landbouwsector kan hier de vruchten van plukken”, aldus Iserbyt. “Het verleden wijst immers uit dat de zogenaamde ‘nieuwe boeren’, eens aan het roer van een boerderij, vaak erg vernieuwende concepten uitdenken, bijvoorbeeld op het vlak van verbreding en verkoop. Dat sijpelt vervolgens door naar de gangbare landbouw. Zo weten ze als pioniers een hoopvolle maatschappelijke dynamiek te creëren”, luidt het.

Naar aanleiding van zijn jubileum pakt Landwijzer uit met een promotiecampagne waarin cursisten en oud-cursisten in beeld worden gebracht. “Samen tonen die een mooi en divers palet van vernieuwende waarden in de landbouw die Landwijzer met zijn leertraject wil ondersteunen.

Meer informatie: Landwijzer

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via