nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

Vlaamse hardfruitsector verkeert in crisis
25.04.2019  Overaanbod appel en peer maakt telers onzeker over toekomst

De fruitsector is in crisis. Dat wordt nu officieel erkend door federaal landbouwminister Denis Ducarme. Hoe is het zover kunnen komen dat er zelfs met hardfruit geen geld meer verdiend wordt? De export van Conférence-peren stokte door de handelsoorlog met Rusland die in de zomer van 2014 losbarstte. Nog meer oorzaken komen bovendrijven in de analyse die KU Leuven van de fruitsector maakte in het kader van het SUFISA-project: de Europese markt wordt overspoeld met (Poolse) appels en in eigen land eet de consument tegen alle gezondheidsadviezen in minder appels en peren. Van de bijna duizend hardfruittelers in ons land werden er 137 bevraagd rond de jaarwisseling 2017-2018. Hun anderhalf jaar oude antwoorden verraden dat ze al even niet meer geloven in appelteelt, maar specialisatie in perenteelt werd nog altijd gezien als een goede bedrijfsstrategie voor de toekomst. Werd, want met de huidige verkoopprijzen en bewaarproblemen regeert de moedeloosheid.

Minister van Landbouw Denis Ducarme geeft fruitbedrijven in moeilijkheden een beetje ademruimte door geen of verminderde sociale bijdragen te innen dit jaar. De erkenning als sector in crisis kan een oplossing betekenen voor acute liquiditeitsproblemen, maar verandert structureel niets. Door de aanslepende crisis is er al veel inkt gevloeid over een economisch duurzame toekomst voor de fruitsector. De sectorvakgroep Fruit van Boerenbond stelde een actieplan op. Eén jaar later, na een ronde tafel met alle betrokkenen, volgde een Vlaamse toekomststrategie voor de hardfruitsector die afgeklopt werd door 14 organisaties. Boerenbond en het Algemeen Boerensyndicaat schaarden zich daarachter, evenals het coöperatieve veilingwezen, de handel en het onderzoek. Truiens schepen van Fruitteelt en Europarlementslid Hilde Vautmans (Open Vld) vond enkele dagen geleden honderd fruittelers bereid om die denkoefening over te doen, wat resulteerde in een negenpuntenplan.

De meest complete analyse van het reilen en zeilen in de hardfruitsector komt misschien wel van de KU Leuven. Als trekker van het Europese SUFISA-project coördineerde een team landbouweconomen onder leiding van professor Erik Mathijs de zoektocht naar een duurzame toekomst voor landbouw in 11 verschillende lidstaten. Specifiek voor onze regio werd de oefening gemaakt voor twee deelsectoren: hardfruit en suikerbieten. Om een beeld te krijgen van de fruitsector werd een oproep naar telers verspreid om deel te nemen aan een enquête. Van de bijna duizend fruittelers in Vlaanderen, waarvan driekwart een gespecialiseerd fruitbedrijf runt, reageerden er 137. In vergelijking met de totale populatie telt de steekproef – wellicht door het digitale karakter van de enquête – meer jonge fruittelers. De oververtegenwoordiging van grotere fruitbedrijven die gespecialiseerd zijn in perenteelt vloeit daaruit voort.

Perenplantages verdringen appelbomen
Die specialisatie in perenteelt wordt uitgelokt door teleurstellende prijzen voor appels. Ieder jaar worden onrendabele appelplantages gerooid om plaats te maken voor Conference-peren. Dat is altijd goed gegaan, maar het fundament onder het succes van de Belgische peer was niet stevig. Telers en handel hadden al hun eieren – of beter gezegd peren – in dezelfde mand gelegd. De Russen waren een graag gezien koperspubliek tot president Poetin internationale sancties beantwoordde met een handelsboycot tegen landbouw- en voedingsproducten uit het Westen.

Toen Rusland in de zomer van 2014 de deuren sloot voor Europese groenten en fruit importeerde het maar liefst 39 procent van alle Belgische peren en 11 procent van onze appels. Vijf jaar later weten we dat de handelsoorlog niet van korte duur is, en al even lang loopt de afzet van appels en peren stroef. De consumptie in eigen land neemt af, onder meer omdat uitheemse fruitsoorten vaker gekocht worden. Bovendien ondervinden Belgische appels concurrentie van Pink Lady. Als verklaring voor de malaise op de appelmarkt verwijst KU Leuven ook naar Polen. Daar neemt de productie zienderogen toe. Tussen 2000 en 2013 verzesvoudigde de export van Poolse appels.

In het eindrapport wordt dieper ingegaan op de concurrentie uit Polen: “Dit werd mogelijk door de toetreding van Polen tot de EU in 2004, die Poolse appeltelers toegang gaf tot enerzijds de interne markt en anderzijds directe inkomenssteun. Poolse producentenorganisaties (PO) kregen bovendien toegang tot subsidies voor operationele programma’s, net zoals Belgische PO’s. Aangezien deze subsidies in nieuwe lidstaten een tijd lang niet begrensd geweest zijn op 4,1 procent van de omzet van een PO kunnen zij proportioneel heel grote investeringen gestimuleerd hebben. Belgische fruittelers en andere stakeholders spreken daarom vaak over oneerlijke concurrentie vanuit Oost-Europa.”

appel_geVILT.jpg

Slechte prijzen zijn grotere ramp dan kleinere oogst
Na het Russische embargo zakte de appelprijs diep weg. Rusland was immers de bestemming voor één op de tien Belgische appels en zelfs één op de vijf Poolse appels. Nadien zochten de Polen noodgedwongen meer afzet op de interne markt en dat stortte de appelmarkt in een diepe crisis. De boycot zindert nog steeds na en ondertussen zorgt de Brexit al voor een nieuw doembeeld. Mogelijk krijgen de appel- en ook de perenprijzen een nieuwe klap te verwerken.

Eén doelstelling binnen het SUFISA-onderzoek was fruittelers zelf vragen naar het belang dat ze hechten aan de verschillende bedreigingen. Dalende marktprijzen boezemen de respondenten het meeste angst in, gevolgd door oogstrisico’s zoals weersextremen of ziekten en plagen. Opvallend, leden van producentenorganisaties (veilingen en andere) geven aan dat zulke externe factoren hun verkoopstrategie sterker beïnvloeden. Dat kunnen de Leuvense onderzoekers moeilijk verklaren. Wel duidelijk is waarom gespecialiseerde perentelers de weergoden minder vrezen. Het weer heeft nu eenmaal meer impact op de opbrengst en kwaliteit van appels. Denk aan seizoen 2017, toen de perelaars na de vorstschade tijdens de bloei toch een vrij behoorlijke opbrengst gaven. De appeloogst was dat seizoen dramatisch klein.

Aan alle deelnemers van de enquête werd gevraagd hoe ze hun bedrijf zien evolueren de komende vijf jaar. Liefst 55 procent van de respondenten wil groeien, terwijl slechts 4 procent aan krimpen en 10 procent aan stoppen denkt. “Opmerkelijk”, aldus de onderzoekers, “aangezien de algemene teneur rond de rendabiliteit van hardfruit erg negatief is.” Blijkbaar zien weinig fruittelers een oplossing in het afbouwen van hun productie. Voorzichtigheid is wel geboden bij deze conclusie want de groep jonge fruittelers (35-45 jaar) is oververtegenwoordigd in de enquête.

Meer peren produceren als leidende strategie
Als strategie voor de toekomst scoort ‘meer peren produceren’ het hoogst (46% van de respondenten). Meer appels produceren is het minst populair, en weerspiegelt de dalende trend van het appelareaal. Andere toekomststrategieën die telers willen hanteren, zijn het uitbouwen van nieuwe afzetkanalen (36%), het diversifiëren van het aanbod (34%), het uitbouwen van nieuwe samenwerkingen met andere ketenspelers (31%) of het creëren van meer toegevoegde waarde (29%). Voor dat laatste werden residuvrij en biologisch telen als voorbeelden gegeven. Verzekeren tegen productieverliezen scoort laag. Zes op de tien respondenten doet dat liever niet. Dat lijkt weinig bemoedigend voor de implementatie van de brede weersverzekering die dit najaar het (landbouw)rampenfonds vervangt. De Vlaamse regering koos er namelijk voor om weersextremen te helpen opvangen via het subsidiëren van de premie van een private weersverzekering.

conferencepeer_geVILT.jpg

Van de deelnemers aan de SUFISA-enquête is 84 procent lid van een producentenorganisatie: Belgische Fruitveiling, BelOrta, Limburgse Tuinbouwveiling, New Green of Green Diamond. In vergelijking met de Poolse appelsector en de Italiaanse perensector, die ook bestudeerd werden in het SUFISA-project, is de Vlaamse hardfruitsector sterk georganiseerd in producentenorganisaties. Dat geeft telers uitzicht op een betere onderhandelingspositie tegenover andere ketenspelers. “Het geeft hen een voorsprong op hun Poolse en Italiaanse collega’s, die de beperkte organisatie van hun sectoren als één van de grootste knelpunten beschouwen”, citeren de landbouweconomen van KU Leuven uit de bevindingen van collega-onderzoekers.

Lees ook: “Coöperaties vormen de ultieme bescherming”

Veilingen krijgen het zwaar te verduren
Toch heerst er in Vlaanderen al jaren controverse rond PO’s. Tijdens de focusgroepen en diepte-interviews kwam één en ander boven water: frustraties rond transparantie en verkoopkeuzes, rond een gebrek aan inspraak in het bestuur, omtrent de kosten die telers aangerekend worden, enz. Het viel de onderzoekers evenwel op dat zowel de ondervraagde fruittelers als andere stakeholders samenwerking tussen producenten toch als noodzakelijk beschouwen. Ook opmerkelijk is dat de groep ontevreden PO-leden minder gebruik maakt van de commerciële diensten die de PO aanbiedt, zoals contact leggen tussen een teler en mogelijke afnemer. Het is ook deze groep die de commissie voor de PO vaker te hoog vindt, en vlugger de intentie heeft om de PO te verlaten als de eigen bedrijfsomvang dit zou toelaten.

Het SUFISA-onderzoeksteam wijst op de voor- en nadelen van de grootte van de Belgische Fruitveiling en BelOrta: toegenomen kostenefficiëntie en onderhandelingsmacht gaan gepaard met meer heterogeniteit bij de producenten, wat de organisatie van een PO bemoeilijkt. Zij zien dit als gedeeltelijke verklaring voor de sterke ontevredenheid die leeft bij een deel van de fruittelers. Die ontevredenheid was ten tijde van de enquête het sterkst omtrent inspraak in het bestuur van de PO. Als mogelijke oplossingen suggereren de onderzoekers: externe bestuursleden opnemen in de raad van bestuur, en het verzekeren van de vertegenwoordiging van verschillende types leden, naargelang bijvoorbeeld bedrijfsgrootte, type producten en productiemethoden. Ook in de dienstverlening aan telers kan nog meer rekening gehouden worden met de verschillende bedrijfsprofielen. Omdat risicomijdende telers meer tevreden zijn over de dienstverlening van hun PO dichten de onderzoekers PO’s een positieve rol toe bij het beheersen van risico’s.

fruitbedrijf_geVILT.jpg

De inkomsten van een hardfruitteler zijn niet alleen afhankelijk van zijn keuze voor lidmaatschap van een PO. Ook de keuze voor verkoopkanalen kan een verschil maken. Binnen grote PO’s als BFV en BelOrta zorgen verschillende verkoopkanalen voor een variatie aan mogelijkheden. Uit de enquête blijkt dat leden van PO’s in gelijke mate gebruik maken van drie grote verkoopkanalen: bilaterale verkoop met bemiddeling van het verkoopteam van de PO (53%), veiling op de klok (51%), en bilaterale verkoop op eigen initiatief, na de oogst (49%). Stamverkoop, de verkoop op eigen initiatief waarbij vóór de oogst al een overeenkomst wordt gesloten met de koper, is minder gebruikelijk (13%). Bij de kleinere groep niet-PO-leden, is verkoop aan de groothandel veruit het meest gebruikte (80%) verkoopkanaal.

Gevraagd naar de tevredenheid over hun belangrijkste verkoopkanaal antwoorden de meeste telers behoorlijk positief. Meer eigen initiatief bij de verkoop vergroot, ook bij PO-leden, de tevredenheid. Telers die hun oogst vooral via de veilingklok verkopen, zijn positief over de stabiliteit van prijzen maar zijn dat veel minder over de kosten voor hun rekening.

Handelsembargo Rusland is niet de enige verklaring voor overaanbod
Het onderzoeksrapport besluit als volgt: “De laatste jaren zorgen een aantal uitdagingen er voor dat een groot deel van de hardfruittelers niet de opbrengsten haalt die ze zelf noodzakelijk achten. Vraag en aanbod van appels en peren spelen hier een belangrijke rol in. Aan de vraagzijde is het wegvallen van de Russische markt nog niet volledig opgevangen. Er zijn echter ook andere tendensen die een situatie van overaanbod in de hand werken. De intentie om op steeds grotere schaal hardfruit te gaan produceren bij een deel van de hardfruittelers is er daar één van. Eén op de drie deelnemers aan de SUFISA-enquête is (of was) dat zinnens. De verschuiving van gemengde bedrijven met appel- en perenteelt naar hoofdzakelijk gespecialiseerde perenteelt kan ook tot een overaanbod Conference-peren leiden, indien het aantal nieuwe afzetmarkten niet voldoende meegroeit. Uitgaande van hun hogere rendabiliteit is het opmerkelijk dat clubrassen niet populairder zijn bij appeltelers. Op korte termijn is de Brexit een nieuwe bedreiging voor de vraag naar Conference-peren.”

In de bijbehorende beleidsnota van het SUFISA-onderzoeksteam staan de conclusie en aanbevelingen te lezen: “De Vlaamse hardfruitsector worstelt met problemen die een collectieve oplossing op sectorniveau vergen, zoals het overaanbod van appel en peer en de lage kwaliteit in de appelproductie. Zowel in het geval van appels als peren slaagt de sector er niet in om het aanbod bij te sturen naar andere marktsegmenten, of naar lagere niveaus in de verzadigde marktsegmenten. Dit kan gedeeltelijk verklaard worden door de lange termijn waarop de investering in boomgaarden terugverdiend wordt. Stoppen heeft een erg hoge kost. Om hun rendabiliteit te verbeteren, passen fruittelers reeds vier strategieën toe. Ze specialiseren zich in Conference-perenteelt, stappen over naar clubrassen, doen aan kwaliteitsbewaking of schaalvergroting op bedrijfsniveau. Met de kwaliteitsbewaking van appels blijft de sector moeite hebben, en schaalvergroting stoot bij de grootste fruitbedrijven op grenzen, met name de beschikbaarheid van seizoenarbeid en het korte tijdsvenster waarin men kwaliteitsvol fruit kan oogsten.”

Meer info: SUFISA 

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via