nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

21.08.2018 Overheid versoepelt eisen voor biologisch rundveevoeder

Door de droogte is de opbrengst van voedergewassen een tegenvaller van formaat op rundveebedrijven. Net zoals hun collega’s met een gangbaar melkvee- of vleesveebedrijf kampen bioboeren met een ruwvoedertekort. Op een biobedrijf is dat extra lastig omdat alle voeder dat bijgekocht wordt biologisch moet zijn. Door een versoepeling toe te staan met betrekking tot ruwvoeder afkomstig van percelen in omschakeling worden veehouders een beetje uit de nood geholpen door de Vlaamse overheid. Of biokoeien hiermee voldoende voeder hebben om de winter door te komen, is zeer de vraag.

Bioboeren en landbouwers met een bedrijf in omschakeling naar bio kunnen een versoepeling aanvragen voor het beperkte gebruik van niet-biologische veevoeders. Deze noodmaatregel komt er vanwege de uitzonderlijke droogte en blijft van kracht tot 30 juni 2019. Op rundveebedrijven wordt nu reeds de wintervoorraad aangesproken zodat sectororganisatie BioForum verwacht dat het ruwvoedertekort later dit jaar nijpend wordt. De Vlaamse overheid zocht mee naar een oplossing en staat nu toe dat een veehouder meer veevoeder benut dat afkomstig is van percelen in het eerste jaar van omschakeling naar bio.

Het toegelaten percentage voeders van percelen in het eerste jaar van omschakeling wordt opgetrokken van 20 naar 40 procent van het voederverbruik op jaarbasis. Dit geldt voor alle types ruwvoeders maar wordt wel afhankelijk gemaakt van een voorafgaande aanvraag. De toestemming van de overheid wordt gekoppeld aan een aantal voorwaarden waaruit moet blijken dat de veehouder in kwestie onvoldoende voeder heeft om de winter te overbruggen hoewel hij voldoende inspanningen deed om de opbrengstverliezen op eigen percelen te compenseren.

In vergelijking met hun gangbare collega's telen biologische rundveehouders meer granen, gras-klaver en luzerne en minder maïs. Dat komt hen door de droogte goed uit want vooral de maïsopbrengst is dit jaar ondermaats. Toch oogt de situatie op biobedrijven niet zoveel gunstiger. "De grasgroei heeft zodanig geleden onder de droogte dat van de meeste grasklaverpercelen tot dusver maar de helft van een normale opbrengst is gemaaid, zeker indien het aandeel rode klaver krap is", weet zelfstandig bedrijfsadviseur Wim Govaerts. "Tel je alle ruwvoeders samen, dan is er op vele bedrijven een derde te weinig geoogst."

Govaerts merkt dat sommige bedrijven hun wintervoorraad reeds aanspreken. "Het meest kwetsbaar zijn de melkveebedrijven die recent omschakelden naar bio en verplicht waren om hun gangbaar geteelde gras- en maïskuilen volledig op te werken zodat ze geen historische voorraad kunnen aanspreken." De bedrijfsadviseur verwacht dat de versoepeling in de aanwending van 'omschakelingsvoeder' weinig soelaas zal bieden omdat het over een beperkt aantal percelen gaat. "Een druppel op een hete plaat", aldus Govaerts, die rekent op een goede inventarisatie van het tekort op bedrijfsniveau zodat aan de overheid duidelijk kan worden gemaakt dat er meer nodig is.

"Het voeder voor herkauwers dient nu 100 procent biologisch te zijn, waar er vroeger tot 10 procent gangbare componenten (bietenpulp, bierdraf, etc.) aan een rantsoen toegevoegd mochten worden. Misschien is het een optie om zulke historische regels tijdelijk terug toe te laten om de bedrijven een beetje ademruimte te geven inzake (ruw)voervoorziening", zoekt hij mee naar een oplossing.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Loonwerk Defour

Volg VILT ook via