nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

28.08.2017 "Overleg om oneerlijke handelspraktijken te vermijden"

Hoe pak je oneerlijke handelspraktijken best aan? Met strengere spelregels en een strak afgelijnd wettelijk kader? Met rondetafelgesprekken? En wie neemt idealiter het initiatief? De sector zelf? Lokale overheden? Europa? Nog tot 17 november kan iedereen zijn ideeën daarover kwijt via een brede bevraging die Europees landbouwcommissaris Phil Hogan heeft opgezet. In ons land deden onder meer Boerenbond en producentenorganisatie VPOV hun duit al in het zakje. Hoe kijken zij naar (on)eerlijke handelspraktijken? 

De Europese Commissie wil weten wat Europa denkt over oneerlijke handelspraktijken. Het lanceerde daarom een brede bevraging bij alle betrokken partijen – van burgers tot bedrijven en belangenorganisaties – om zoveel mogelijk meningen en ideeën te verzamelen. Ook Boerenbond deelde zijn visie en haalt daarin onder meer enkele cijfers aan die het verzamelde via een enquête uit 2015 bij de eigen leden. Daaruit bleek destijds dat liefst 87 procent van de land- en tuinbouwers in de loop van de vijf voorgaande jaren geconfronteerd werd met een of meer oneerlijke handelspraktijken, 56 procent met drie of meer.

Daarbij gingen de meest voorkomende, in volgorde van belangrijkheid, over eenzijdige prijsaanpassingen, eenzijdig opgelegde contractvoorwaarden, niet-correcte kwaliteitsbeoordelingen en onredelijke prijzen voor bijkomende dienstverlening. “Oneerlijke handelspraktijken hangen dus in de eerste plaats samen met ontbrekende, onduidelijke of te beperkte afspraken die nadien in het voordeel van de sterkste partij worden geïnterpreteerd”, aldus Boerenbond. “Het komt er dus in de eerste plaats op aan zo exhaustief mogelijk de agenda te zetten. Daarnaast is het cruciaal het onderhandelingsevenwicht te herstellen.”

Boerenbond verwijst onder meer naar de GMO-verordening, “die een duidelijke agenda bepaalt voor het interprofessionele overleg én voor het mandaat van producentenorganisaties, die instrumenteel zijn in het herstel van het onderhandelingsevenwicht”. Het is voor Boerenbond “essentieel” om ook voor de uiteindelijke contractuele relaties een duidelijke agenda te zetten, bijvoorbeeld aan de hand van een leidraad, richtsnoeren of beste praktijken.

Concreet vreest Boerenbond dat een wettelijke regeling “te beperkend” is voor beide partijen. De organisatie verduidelijkt dat het vooral het resultaat van een handelspraktijk is dat als oneerlijk wordt ervaren, “terwijl de praktijk op zich vast onderdeel is van commerciële onderhandelingen”. Interpretatie en overleg zijn volgens Boerenbond dan ook veel belangrijker dan een “zwart-wit kader”. Daarmee herbevestigt Boerenbond zijn geloof in het overlegmodel zoals het dat onder meer via het Ketenoverleg in de praktijk brengt.

“Het is cruciaal dat de ketenactoren komen tot overleg”, aldus de organisatie. “Evenwichtige afspraken zijn in dat model het resultaat van een proces van zelfregulerend precompetitief interprofessioneel overleg, collectief commercieel overleg en het afsluiten van individuele contracten, in die volgorde. De Europese regelgeving kan hiervoor het kader ontwikkelen, de agenda opstellen, goede praktijken aanreiken en voor alle partijen voor rechtszekerheid zorgen. Maar strikte reglementering maakt de discussie juridisch en houdt de partijen in een conflictmodel wat niet noodzakelijk tot het gewenste resultaat leidt.”

Ook VPOV, de Vlaamse producentenorganisatie van varkenshouders, liet zijn stem al horen en formuleerde enkele opmerkingen. Zo merkt de VPOV op dat er vaak een behoorlijke transparantie bestaat over de basisprijs, maar dat er over bijkomende kosten en aftrekposten vaak erg vaag wordt gecommuniceerd. Verder ziet de VPOV heel wat mogelijkheden voor zowel akker- en tuinbouwers als veehouders in termijnmarkten en varianten daarvan. Toegang tot zowel de dagmarkt als lange(re) termijnmarkten geeft de producent de kans om risico af te wegen tegenover eventuele opportuniteiten, zo klinkt het. Verder moet de voedingsindustrie en andere grote ketenspelers volgens de VPOV transparanter zijn in het delen van hun data in verband met kwaliteitsmonitoring, en ook tussen lidstaten zou er meer transparantie moeten bestaan omtrent bijvoorbeeld het slachtgewicht van varkens. 

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via