nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

29.04.2019 Paardenhouderij drukt zijn stempel op Limburg

De provincie Limburg liet een doorlichting maken van de paardenhouderij op het eigen grondgebied. De resultaten werden toegelicht op de manege van springruiter en paardenfokker Ludo Philippaerts in de nieuwe fusiegemeente Oudsbergen. “De inzichten en aanbevelingen uit deze studie moeten het mogelijk maken om in te spelen op economische kansen en (inzake ruimtelijke ordening) weloverwogen beleidskeuzes te maken”, aldus gedeputeerde Inge Moors. De paardenhouderij drukt zijn stempel op het Limburgse landbouwgebied. Wat opvalt, is de grote concentratie in de regio rond de gemeenten Oudsbergen, Peer en Bocholt. Wereldvermaarde fokkers hebben van deze regio een ware hotspot gemaakt.

De paardenhouderij heeft in Limburg een sterke positie verworven dankzij sportieve successen, fokkerijen en een paardenkliniek met internationaal aanzien, hippische centra en een goede geografische ligging. De studie die in Oudsbergen voorgesteld werd, wil een beter beeld geven van de economische en ruimtelijke invloed van de sector op de omgeving. “Het is de eerste keer in Vlaanderen dat een dergelijke doorlichting van de paardensector op provinciaal niveau wordt gemaakt”, weet gedeputeerde Inge Moors.

Steeds meer particulieren houden paarden. Van de bijna 230.000 geregistreerde paarden in Vlaanderen, lopen er 37.000 in Limburg. “De sector is duidelijk in expansie met een zichtbare transformatie van het landschap tot gevolg”, zegt Moors. Zij vroeg aan een team van deskundigen van Antea Group en Policy Research Corporation om de belangrijkste bevindingen op te lijsten, een sterkte-zwakte analyse te maken en beleidsaanbevelingen te doen.

Uit het onderzoek blijkt dat het houden van paarden door een sterk ondernemerschap gedreven wordt. Het fokken van paardenrassen door erkende stamboekverenigingen maakt dat de sport- en recreatiepaarden internationaal erg in trek zijn. De uitvoerwaarde van de paarden is op vijf jaar tijd met 80 procent gestegen. Verder geven ook africhtingstallen, gespecialiseerde dierenartsenpraktijken, paardentransport, ruitersportwinkels en maneges gestalte aan de paardeneconomie. Het economische belang van de paardenhouderij kan ook doorgetrokken worden naar de recreatieve sector. Het 650 kilometer lange ruiter- en menroutenetwerk in Limburg is uniek voor Vlaanderen.

De sector kan opgedeeld worden in drie grote pijlers, stelt de studie. Een eerste pijler, de fokkerij, vertrekt vanuit stamboeken en fokkersverenigingen. Hier blijkt de provincie Limburg een sterke rol te spelen, met meer dan de helft van de Vlaamse veulens ingeschreven in een stamboek met een Limburgse zetel. Ook wat de centra voor voorplantingstechnieken betreft, is Limburg koploper. Voor de tweede pijler, sport en recreatie, beschikt Limburg naast stallingen over een aantal kwaliteitsvolle centra voor internationale en lokale wedstrijden. Opleiding vormt pijler drie en op dat vlak beschikt de provincie in Bilzen over een paardenhumaniora, waar 90 leerlingen een opleiding paardenverzorging, manegehouder of rijmeester kunnen volgen.

De ontwikkeling van de paardensector situeert zich in heel Limburg, voornamelijk in de agrarische zone. Wat opvalt is de grote concentratie in de regio rond de gemeenten Oudsbergen, Peer en Bocholt. Wereldvermaarde paardenhouderijen hebben van deze regio een ware hotspot gemaakt. Het uitgewerkte netwerk voor de recreatieve ruiter vormt hier eveneens een belangrijke aantrekkingspool. Ook Lummen, Lanaken en Hasselt weten paarden naar zich toe te trekken. In de streek rond Lummen zorgen een gerenommeerde paardenkliniek en de centra voor voortplantingstechnieken voor een grote densiteit in paardenactiviteit.

Gedeputeerde Inge Moors ziet kansen om de paardensector en haar faciliteiten in Limburg te promoten over provincie- en landsgrenzen heen. Ze verwijst naar de strategische ligging in Europa in combinatie met de aanwezigheid van een kwaliteit aan topfokkers, topevents, topruiters, veel kennis, een sterk ruiternetwerk en de expertise bij de provincie inzake de landschappelijke integratie van landbouwinfrastructuur. Al wil ze ook waakzaam zijn voor het ruimtebeslag in agrarisch gebied, voor de verdere versnippering van het landschap ook.

Aan een duidelijk regulerend kader voor de paardenhouderij in agrarisch gebied ontbreekte het nog, wat resulteert in ad hoc vergunningverlening met grote verschillen tussen dossiers en gemeenten. Volgens het gewestplan horen paardenhouderijen in principe thuis in recreatiegebied en niet in landbouwgebied, uitgezonderd de bedrijven met productiefunctie zoals paardenfokkerijen en -melkerijen en degenen die beschouwd worden als para-agrarische activiteit. Het huidige regelgevend kader is niet aangepast aan de grote mix aan activiteiten in de sector. De vraag naar nieuwe accomodatie voor paardenactiviteiten is groot in Limburg. Voor de provincie lijkt een regisseursrol weggelegd want voor recreatieve paardenhouderij is een zeker ruimtebeslag nodig maar alle faciliteiten (o.a. maneges en pensionstallen) dienen niet in elke gemeente aanwezig te zijn.

Vanuit deze sectoranalyse kan een gebiedsgericht afwegingskader worden opgesteld als verlengstuk op het provinciaal Beleidsplan Ruimte om zo de opmaak van ruimtelijke plannen op consequente wijze te kunnen adviseren. “Kortom: deze studie is geen eindpunt, maar een eerste aanzet om de paardenhouderij beleidsmatig op een hoger niveau te tillen”, besluit gedeputeerde Inge Moors. De studie maakt in dat verband melding van een stappenplan waarbij pilootgemeenten aangeduid zullen worden om een nieuw afwegingskader voor recreatieve paardenhouderij uit te testen. In die pilootgemeenten zal om te beginnen een volledige inventaris opgemaakt worden van de daar aanwezige maneges en pensionstallen en hun vergunningstoestand.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: provincie Limburg

Volg VILT ook via