nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

21.03.2017 Paardensector is deels aangewezen op hergebruik hoeves

In het Vlaams Parlement kaartte volksvertegenwoordiger Lode Ceyssens (CD&V) bij minister Joke Schauvliege aan dat de vergunningverlening aan paardenhouderij een moeilijke kwestie is in agrarisch gebied. Dat is niet nieuw, maar sinds de vernietiging van een omzendbrief uit 2002 met richtlijnen voor de beoordeling van stedenbouwkundige vergunningen stelt het probleem zich weer scherper. Ceyssens vreest dat een hele economische sector op de helling komt te staan, met uitzondering van paardenfokkerijen die als beroepslandbouw aanzien worden. Minister Joke Schauvliege verduidelijkt dat sport- en handelsstallen mogelijk zijn binnen bestaande (landbouw)bedrijfsgebouwen.

In de omzendbrief van 2002 stonden duidelijke richtlijnen voor de beoordeling van vergunningsaanvragen voor het bouwen van stallen door paardenhouders die geen landbouwbedrijf (b.v. paardenfokkerij of paardenmelkerij) uitbaten. Zo’n ministeriële omzendbrief geeft richtsnoeren aan de vergunningverlenende overheid voor de toepassing van de bestaande wetten, maar kan niet van de bestaande regelgeving afwijken. Op basis van de omzendbrief kan dus geen stedenbouwkundige vergunning verleend worden die strijdig is met de gewestplanvoorschriften, bijvoorbeeld door bouwwerken toe te laten in agrarisch gebied die niet verbonden zijn aan een professioneel landbouwbedrijf.

Een aantal van de 1.750 bedrijven die de economische ruggengraat vormen van de paardenhouderij in Vlaanderen komen daardoor in de knel wanneer zij nieuw willen bouwen. Al wat geen paardenfokkerij is, ervaart volgens Vlaams parlementslid Lode Ceyssens (CD&V) momenteel vergunningsproblemen bij een aanvraag voor nieuwbouw. Op zijn vraag verduidelijkt minister Joke Schauvliege wat er toelaatbaar is in het agrarisch gebied: “Het beroepsmatig kweken en daaraan gekoppelde verhandelen van paarden voor zover het om een werkelijke beroepsactiviteit gaat. Maneges vallen onder recreatieve infrastructuur en zijn toelaatbaar in recreatiegebied. Onder bepaalde voorwaarden kan een functiewijziging van bestaande gebouwen in agrarisch gebied toegelaten worden. Het gaat dan om hergebruik, nooit om nieuwbouw.”

Voor de volledigheid vermeldt Schauvliege ook de bouwmogelijkheden voor de individuele hobbyhouder van paarden: “Via het vrijstellingenbesluit zijn er voor de particuliere paardenhouder mogelijkheden om binnen bepaalde randvoorwaarden bijgebouwen, zoals stallen, op te richten bij de woning in woongebied of bij een vergunde zonevreemde woning in agrarisch gebied. Indien de weilanden in agrarisch gebied gelegen zijn, kunnen op de weide de nodige schuilhokken worden opgericht binnen de marges van wat vrijgesteld is van vergunning. Het hergebruik van het bestaande agrarische patrimonium voor wonen en het hergebruik van de bijbehorende landbouwgebouwen voor het houden van paarden kan toegelaten worden via het functiewijzigingsbesluit.”

Een aparte categorie zijn de sport- en handelsstallen die beroepsmatig worden uitgebaat, maar waarbij geen sprake is van beroepslandbouw, wel van handel en sport of recreatie. “Dergelijke paardenhouderijen zijn volgens de functiewijzigingsbesluiten mogelijk binnen bestaande bedrijfsgebouwen”, aldus de minister. De omzendbrief liet hier een mogelijkheid voor nieuwbouw, maar die bestaat nu niet meer omdat de omzendbrief niet standhield in een arrest van de Raad voor Vergunningsbetwistingen. Achter de inhoud van de omzendbrief, “die zeer goed in elkaar stak”, staat minister Schauvliege nog steeds. Daarom stelt ze een decretale verankering voor “om er op die manier voor te zorgen dat er op het terrein voldoende rechtszekerheid komt”.

Het antwoord van de minister lijkt aan te geven dat sport- en handelsstallen in bepaalde gevallen ook als beroepslandbouw aanzien kunnen worden, wat nieuwbouw wel mogelijk maakt in agrarisch gebied. Wanneer dat precies het geval is, wordt niet duidelijk. Schauvliege zegt enkel dat het dossier per dossier beoordeeld moet worden.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via