nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

15.03.2019 Palmolie kan niet meer als biobrandstof dienen

De Europese Commissie heeft beslist om palmolie niet langer als een duurzame grondstof voor biobrandstof te bestempelen. Brussel wil het gebruik ervan tussen 2023 en 2030 uitfaseren. De Commissie verbiedt palmolie niet, schrijft De Standaard, maar ze zal niet meer worden meegerekend om het verplichte aandeel biobrandstof in de brandstoftank te halen. De lidstaten krijgen twee maanden om verzet aan te tekenen tegen de beslissing. Europa maakt ook een uitzondering voor gecertificeerde palmolie, afkomstig van plantages kleiner dan twee hectare. De Commissie hoopte zo de kerk in het midden te houden tussen de druk van milieuorganisaties – die al lang hun pijlen op palmolie richten – en het behoud van de handelsrelaties met de producerende landen.

Beleid om de economie te vergroenen, heeft soms perverse effecten. Het gebruik van palmolie in biobrandstoffen is daar een sprekend voorbeeld van. Om de CO2-uitstoot van het Europese transport te drukken, vaardigde Europa tien jaar geleden een richtlijn uit: tegen 2020 moet tien procent van de diesel en benzine in de brandstoftank van plantaardige oorsprong, zoals soja of maïs, zijn. Ook olie uit oliepalmen maakte daardoor een steile opmars in de brandstoftank – ondertussen wordt de helft van de in Europa gebruikte palmolie in biobrandstof gemengd. Omdat al die gewassen tijdens hun groei evenveel CO2 opnemen als ze uitstoten bij de verbranding, worden biobrandstoffen als klimaatneutraal beschouwd.

Tot daar de theorie. Want biobrandstoffen liggen al langer onder vuur omdat voor de teelt kostbare (landbouw)grond wordt geofferd. Zeker palmolie heeft een slechte reputatie. Voor de productie ervan – vooral in Indonesië en Maleisië – zijn al grote gebieden tropische woud gekapt. Met dramatische gevolgen voor het milieu en de biodiversiteit. Dat maakt palmolie allesbehalve klimaatvriendelijk. Integendeel, volgens een studie van de Europese Commissie uit 2016 bleek dat palmolie door de productie en het verbranden tot drie keer slechter is voor het klimaat dan fossiele diesel.

Daarom wil Europa een einde maken aan dat perverse effect. De Commissie heeft beslist om palmolie niet langer als een duurzame grondstof voor biobrandstof te bestempelen. Europa maakt wel een uitzondering voor gecertificeerde palmolie, afkomstig van plantages kleiner dan twee hectare. Met de uitzonderingen voor gecertificeerde palmolie lijkt Europa de producenten alvast niet te kunnen paaien. Zij voelen nu al de gevolgen van een palmolieban in landen als Noorwegen, die niet op Brussel hebben gewacht. “De maatregel houdt geen rekening met de grote inspanningen die worden gemaakt om duurzame palmolie te verzekeren”, reageerde Mahendra Siregar, directeur van de Raad voor palmolieproducerende landen.

Zowel Indonesië als Maleisië kondigde al tegenmaatregelen aan. En de palmolieproducenten zullen de Europese maatregel ook aanvechten bij de Wereldhandelsorganisatie. Volgens hen is er sprake van 'discriminatie'. Want de beperking geldt alleen voor palmolie, terwijl ook sommige andere biobrandstoffen het klimaat schaden. Milieuorganisaties zijn dan wel blij dat palmolie niet langer als 'duurzaam' wordt bestempeld, maar ook zij verwijten de Commissie dat biobrandstof op basis van soja, bijvoorbeeld, buiten schot blijft. “Er bestaat niet zoiets als groene soja-biodiesel”, reageert Laura Buffet van de Europese milieukoepel Transport & Environment. “De brandstof van de toekomst is niet gebaseerd op voedsel.”

Bron: De Standaard

Beeld: 11.11.11

Volg VILT ook via