nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

14.04.2017 Parlement wil dat EU echt werk maakt van voedselverlies

In de Europese Unie gaat er jaarlijks circa 88 miljoen ton voedsel verloren, ofwel zo’n 173 kilo per persoon. Dat blijft de beleidsmakers bezighouden: de EU streeft naar minder voedselverlies en -verspilling, vooralsnog zonder bindende doelstelling, en de lidstaten ambiëren hetzelfde. In een auditrapport van de Rekenkamer staat echter te lezen dat Europa te weinig doet en acties beter gecoördineerd moeten worden. De milieucommissie vraagt om er werk van te maken en doet een aantal concrete voorstellen, zoals een einde maken aan de verwarring die heerst omtrent de aanduidingen ‘ten minste houdbaar tot’ en ‘te gebruiken tot’.

Wereldwijd gaat ongeveer een derde van de landbouwproductie verloren of wordt het, erger nog, verspild. Dit brengt enorme economische en milieukosten met zich mee. Mondiaal is door de Verenigde Naties de ambitie uitgesproken om het voedselverlies te reduceren in heel de keten en te halveren op het niveau van distributie en consument tegen 2030.

Ook de Europese Unie wil er wat aan doen want hier gaat jaarlijks 88 miljoen ton voedsel verloren. Per inwoner is dat 173 kilo, met uitschieters in de Lage Landen. In de cijfers die de milieucommissie van het Europees Parlement hanteert, zijn Nederland (541 kilo per persoon) en België (345 kilo) namelijk de slechtste leerlingen van de klas. Al moet je dan de vraag durven stellen hoe nauwkeurig de andere lidstaten het voedselverlies op hun grondgebied rapporteren. Bovendien is onduidelijk wat onvermijdbaar voedselverlies is, en wat zonde van de verspilling lijkt.

Overtuigen kunnen de Europese beleidsmaatregelen in de strijd tegen voedselverlies vooralsnog niet. De Europese Rekenkamer was er na een audit alleszins niet van onder de indruk. “De tot dusver genomen maatregelen blijven versnipperd. Het ontbreekt aan coördinatie door de Europese Commissie”, klonk het begin dit jaar. Volgens de auditeurs worden de in hun verslag genoemde problemen niet geheel verholpen door de oprichting van een EU-platform rond voedselverlies waaraan tientallen landen en organisaties deelnemen. Een groot probleem blijft het ontbreken van een gemeenschappelijke definitie van de term ‘voedselverspilling’ en de afwezigheid van een referentiewaarde waaraan de vooruitgang afgemeten kan worden.

Op die manier slagen we er in de EU niet in om veel vooruitgang te boeken in de strijd tegen voedselverlies, ondanks herhaalde oproepen in die zin van het Europees Parlement, de Raad, het Comité van de Regio’s, de G20 en andere partijen. Eén van de verbeterpunten die de Europese Rekenkamer suggereerde, was het wegnemen van de juridische belemmeringen die bestaan voor voedselschenkingen. Dat wordt nu opgepikt in de milieucommissie van het Europees Parlement, die in een unaniem goedgekeurd rapport zelf een aantal mogelijke maatregelen naar voor schuift om de voedselverspilling te halveren tegen 2030.

In de wetenschap dat het probleem zich in ontwikkelde landen vooral aan het eind van de voedselketen situeert (handel en consument), stelt het Kroatische Europarlementslid Biljana Borzan in haar rapport voor om werk te maken van de etikettering van voedingswaren en het informeren van de consument. “De meeste consumenten kennen het verschil niet tussen ‘te gebruiken tot’ en ‘ten minste houdbaar tot’”, signaleert ze een belangrijk probleem. Voor bepaalde producten kan de houdbaarheidsdatum mogelijk verwijderd worden zonder gezondheidsrisico. Aan de Commissie om dat te onderzoeken.

Verder vraagt het rapport om de wetgevende obstakels voor voedselverspilling uit de weg te ruimen, zonder afbreuk te doen aan de voedselveiligheid. In dat verband wordt ook aan een BTW-vrijstelling gedacht. De milieucommissie herinnert de lidstaten er aan dat de ambitie moet zijn om het voedselverlies met 30 procent terug te dringen in 2025, en met 50 procent tegen 2030. Dat is de (bindende) doelstelling die het Europees Parlement voor ogen heeft in de onderhandelingen over het wetsvoorstel circulaire economie. Het rapport van Borzan maakt één en ander meer concreet en zal volgende maand in Straatsburg voorgelegd worden aan het voltallige parlement.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via