nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

26.05.2017 PCG en PCA kijken terug op 40- en 25-jarig bestaan

Het is feest bij de proefcentra in Kruishoutem: het Provinciaal Proefcentrum voor de Groenteteelt (PCG) mag 40 kaarsjes uitblazen en het Interprovinciaal Proefcentrum voor de Aardappelteelt (PCA) heeft 25 jaar op de teller. “Al die jaren vervullen beide proefcentra een brugfunctie tussen praktijk en meer fundamentele academische kennis. Zij zorgen voor een snelle doorstroming van kennis, los van commerciële belangen. Op die manier bereiden ze de landbouwbedrijven mee voor op nieuwe evoluties”, zei Oost-Vlaams gedeputeerde voor Landbouw Alexander Vercamer op de jubileumviering van de proefcentra.

Zowel PCG als PCA, allebei gevestigd in Kruishoutem, doen aan onderzoek en voorlichting. “Maar waar PCG iets meer gekend is omwille van het vele onderzoekswerk, is het PCA gekend omwille van de vele vormen van voorlichting die het aan zijn 1.200 leden biedt”, vertelt Vercamer. Ook de geschiedenis van beide proefcentra is niet gelijklopend. Waar PCG het levenslicht zag in 1977 werd het PCA in 1992 boven het doopvont gehouden en dus blazen ze dit jaar respectievelijk 40 en 25 kaarsjes uit.

PCG is gegroeid uit de vzw Tuinbouwwerkgroep Zuid-Vlaanderen. Die werd in 1977 opgericht om de omschakeling naar groenteteelt in de regio te promoten, te begeleiden en telers te helpen met teelttechnische aspecten. Het duurt tot 1985 toen een klein landbouwbedrijf op de huidige locatie in Kruishoutem wordt aangekocht met een areaal van 3,5 hectare. De vzw wordt dan ook herdoopt tot Provinciaal Proefcentrum voor de Groenteteelt Oost-Vlaanderen. Een loods wordt gebouwd, er wordt bijkomende grond aangekocht en een irrigatiesysteem aangelegd.

De groeispurt komt er in 1996 waarin het PCG tal van nieuwe projecten opstart die onder meer gefinancierd worden met GMO-middelen via de REO-veiling en later ook via veilingenkoepel LAVA. In 2000 wordt er volop bijgebouwd: een serrecomplex voor onderzoek in gangbare bladgewassen, een professioneel smaaklabo, een labo en de bestaande serre wordt omgeschakeld naar de biologische teelt. “Op dat moment liepen we echt voor in Vlaanderen”, herinnert de gedeputeerde zich nog. Ook met een systeem voor grondloze teelt, in 2003, is PCG op dat moment uniek.

In 2010 wordt gestart met een combinatieteelt onder glas van vruchtgewassen en visteelt, aquaponics genaamd. Vier jaar later komt er de opdeling van het onderzoek in diverse kenniseenheden: openluchtgroenten, groenteteelt onder beschutting, smaak- en consumentenonderzoek en innovatie. Die laatste kenniseenheid focust onder meer op nieuwe teelten, zoals yacon, bataat, eetbare bloemen, kruiden, enz., en nieuwe teelttechnieken. Vandaag werkt PCG aan 43 projecten via 14 mee-financierende instellingen en is het aantal personeelsleden gegroeid tot 38.

Het PCA, een samenwerking tussen zowel Oost- als West-Vlaanderen, is het enige praktijkcentrum in Vlaanderen dat uitsluitend gewijd is aan de aardappelteelt. Het is zowel gevestigd in Kruishoutem als in het West-Vlaamse Rumbeke-Beitem. Het proefcentrum zag het levenslicht in 1992 en is gegroeid vanuit het Landbouwcentrum Aardappelen (LCA). Na de regionalisering van de landbouwbevoegdheid bleef het LCA nog even nationaal werken, maar sinds 2004 garandeert het PCA de voortzetting van de activiteiten in Vlaanderen.

In 2003 rond het PCA de kaap van 1.000 leden en ondanks het feit dat het aantal land- en tuinbouwers stelselmatig afneemt, is het ledenaantal van het proefcentrum steeds gestegen. “De gestage groei van de aardappelverwerking en het areaal aardappelen is slechts een deel van de verklaring”, maakt de gedeputeerde zich sterk. Het onderzoek in het kader van de erkenning van nieuwe gewasbeschermingsmiddelen, de praktijkgids aardappelbewaring en het waarschuwingssysteem tegen de aardappelplaag spelen wellicht een grotere rol in de groei”, klinkt het. Vandaag telt het PCA 48 meetstations voor de aardappelplaag en is er een webapplicatie om de waarschuwingen op maat te maken.

Belangrijker dan de historiek is natuurlijk de toekomst. “We blijven ervan overtuigd dat aardappel- en groentetelers, -handelaars en -verwerkers, net als de toeleveranciers en de overheid, ook in de toekomst nood zullen blijven hebben aan onderzoek en voorlichting. Ons systeem van praktijkonderzoek gekoppeld aan voorlichting is uniek. Velen in de wereld benijden ons om dit open kennissysteem”, stelt Alexander Vercamer.

Momenteel tekenen zich een aantal tendensen en ontwikkelingen af binnen de sector en dat heeft ook zijn gevolgen voor het onderzoek bij beide proefcentra. Schaalvergroting, toegenomen aandacht voor precisielandbouw, de groei van bio, diversificatie, marktgericht produceren en ketengericht denken zijn daarvan een aantal voorbeelden. Volgens Bruno Gobin, directeur van beide proefcentra, volgden al een aantal aspecten hun weg naar de werking van PCG en PCA. “Het PCA is met precisielandbouw aan de slag en het PCG probeert actief te werken rond nieuwe technieken en concepten, zoals de combinatie van glasgroenten en visteelt”, stelt hij.

De twee proefcentra stellen hun diensten ter beschikking van toeleveranciers en afnemers, onder andere in het gebied van onderzoek naar de erkenning van gewasbeschermingsmiddelen. “Dat engagement willen zowel PCA als PCG blijven opnemen de komende jaren. We willen ook meer werk gaan maken van een ketengerichte aanpak. In Vlaanderen zijn we sterk in productie: we halen topopbrengsten per hectare en we slagen erin om topkwaliteit te telen. Maar in andere landen of delen van de wereld denken en handelen land- en tuinbouwers meer in functie van de keten. Dat kan in Vlaanderen nog beter en het is een uitdaging voor onze proefcentra om daarin een rol te spelen. We nodigen dan ook iedereen uit om dit samen met ons uit te werken”, aldus Gobin.

Het nauwe contact met de sector is dan ook een echte troef voor het PCA en PCG, meent de directeur. “We worden naar waarde geschat om onze onafhankelijkheid en openheid. Het is een dagelijkse betrachting van onze onderzoekers om dicht bij de sector te staan en een nauw contact te onderhouden. We doen ons best om een luisterend oor te bieden voor de noden en wensen vanuit de groente- en aardappelsector”, aldus nog Gobin.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via