nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

11.05.2018 PED-epidemie gaat onverminderd door in Nederland

De Porcine Epidemische Diarree-epidemie (PED) blijft zich verder verspreiden in Nederland. Dat blijkt uit de cijfers van de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) van het tweede halfjaar van 2017. Het overgrote deel van de besmettingen wordt vastgesteld in het zuiden van Nederland, een regio die een concentratie van varkensbedrijven kent. Ook in ons land werden in 2016 en 2017 door Diergezondheidszorg Vlaanderen (DGZ) en Dialab enkele keren PED in meststalen vastgesteld. Het ging daarbij om de milde variant. 

In het zuiden van Nederland blijft een milde variant van de Porcine Epidemische Diarree-epidemie (PED) zich verder verspreiden, zo blijkt uit cijfers van de Gezondheidsdienst voor Dieren. PED is geen aangifteplichtige ziekte, en dus zegt de Gezondheidsdienst er meteen ook bij dat er niet met zekerheid kan vastgesteld worden hoeveel bedrijven besmet zijn. Wel zou het gaan om “wekelijkse nieuwe besmettingen”. In ons land stelde DGZ de voorbije jaren ook verschillende PED-diagnoses vast, vermoedelijk afkomstig van uit Nederland ingevoerde varkens.

DGZ berekende eerder dat het verlies door een PED-besmetting kan oplopen tot 207 euro per zeug en 6,5 euro per vleesvarken. Het is daarom belangrijk om maximaal in te zetten op bioveiligheid, in de eerste plaats door een goede scheiding van besmette en niet-besmette diergroepen binnen een varkensbedrijf. Daarnaast zijn er nog een hele resem andere tips, zoals het beperken van het aantal bezoekers, het correct gebruikmaken van de hygiënesluis, ongediertebestrijding, enzovoort.

Het belangrijkste symptoom van PED is de waterige diarree bij verschillende leeftijdsgroepen. Symptomen treden op 1 tot 5 dagen na besmetting. Zowel het aantal dieren dat ziek wordt als het sterftepercentage kan sterk variëren en is afhankelijk van het virus en de immuniteit van de dieren. Vooral bij de agressieve stammen kan de impact enorm zijn, zoals dat in 2014 in de Verenigde Staten het geval was. Bij biggen kan de sterfte oplopen tot meer dan 80 procent, bij vleesvarkens ligt het sterftepercentage rond de 5 procent maar zorgt een tragere groei voor het grootste verlies. 

Bron: eigen verslaggeving

In samenwerking met: Boerderij

Volg VILT ook via