nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

25.09.2015 Pesticiden belanden nog te vaak in het oppervlaktewater

Toen de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) het ‘Jaarverslag Water 2014’ publiceerde, ging onze aandacht in eerste instantie uit naar de uitspoeling van nitraat en fosfaat naar het oppervlaktewater. Maar naast bemesting zorgt ook gewasbescherming in de landbouw voor waterverontreiniging. Let wel, voor deze vorm van verontreiniging treft ook de andere gebruikers van bestrijdingsmiddelen (huishoudens, bedrijven en overheden) schuld. Chemische gewasbeschermingsmiddelen of hun afbraakproducten kunnen toxisch zijn voor waterorganismen. De metingen in 2014 wijzen volgens VMM op een significante belasting van het oppervlaktewater, zelfs al zijn de meest milieupersistente pesticiden van de markt verdwenen en zijn de nieuwe middelen minder milieuschadelijk.

Zowel in grote als kleine waterlopen in Vlaanderen worden regelmatig pesticiden aangetroffen. Het gaat om chemische bestrijdingsmiddelen die door landbouwers, particulieren, bedrijven of openbare besturen ingezet worden tegen onkruiden, insecten of plantenziekten. Door drift of afspoeling kunnen ze in het oppervlaktewater terechtkomen en daar de waterorganismen schaden. Reeds 20 jaar meet de Vlaamse Milieumaatschappij de concentratie van pesticiden in oppervlaktewater - inmiddels zijn er circa 125 meetplaatsen - en meer recent ook in 25 rioolwaterzuiveringsinstallaties.

Het goede nieuws na de metingen in 2014 is dat een groot aantal van de opgespoorde bestrijdingsmiddelen niet of zelden aangetroffen worden in het oppervlaktewater. Van 27 chemische middelen vond VMM geen spoor terwijl 18 andere middelen in maximum vijf procent van de meetplaatsen aangetroffen worden. Het slechte nieuws is dat een beperkt aantal pesticiden voor heel wat normoverschrijdingen zorgt. De concentraties pesticiden in het oppervlaktewater worden afgemeten aan Vlaamse en Europese milieukwaliteitsnormen of, als die er niet zijn, aan de jaargemiddelde concentratie waarbij geen effect op het waterleven wordt verwacht en aan de maximum toelaatbare concentratie waarboven acute schadelijke effecten verwacht worden.

In 2014 waren de gemiddelde concentraties van het insecticide imidacloprid, één van de gecontesteerde neonicotinoïden, en van de herbiciden diflufenican en flufenacet in respectievelijk 100, 68 en 41 procent van de meetplaatsen te hoog. Voor het insecticide imidacloprid past daar de bedenking bij dat VMM de gemiddelde concentratie afmeet aan een niet door de EU erkende norm die het geleend heeft uit een Nederlandse labostudie, waarbij men op zoek gaat naar acht miljardste van een gram. De maximale concentraties van diflufenican en flufenacet waren in respectievelijk 72 en 37 procent van de meetplaatsen te hoog. Voor stoffen waarvoor gebruiksbeperkingen of verbodsbepalingen zijn ingevoerd, daalt op lange termijn de gemiddelde concentratie in oppervlaktewater.

Bij de metingen in rioolwaterzuiveringsinstallaties werd in de periode 2010-2014 ruim één op drie van de onderzochte pesticiden en afbraakproducten teruggevonden in meer dan vijf procent van de metingen. De vaakst aangetroffen stoffen zijn AMPA (afbraakstof van glyfosaat), glyfosaat zelf, oxadiazon, MCPA, diuron en mecoprop. Van 30 vaak gevonden stoffen werd de effluentconcentratie getoetst aan de normen voor oppervlaktewater. VMM: “Deze test houdt geen rekening met de verdunning die optreedt wanneer het effluent van een waterzuiveringsinstallatie geloosd wordt in het oppervlaktewater, maar geeft toch een indicatie.”

De individuele gemeten effluentconcentraties overschrijden bij 17 van deze 30 stoffen minstens één keer de maximum toelaatbare waarde. De jaargemiddelde milieukwaliteitsnorm werd nergens overschreden, vier van de 30 stoffen overschreden de waarde waarbij geen schadelijk effect verwacht wordt. Van diezelfde 30 vaak voorkomende stoffen in het effluent van rioolwaterzuiveringsinstallaties worden er 22 ook in meer dan de helft van de metingen in het oppervlaktewater vastgesteld. Tevens toont een vergelijking van influent- en effluentconcentraties dat de meeste van deze stoffen niet of slechts in zeer beperkte mate verwijderd worden tijdens de waterzuivering.

In het kader van een internationale meetcampagne naar glyfosaat, wereldwijd het meest gebruikte herbicide, en diens afbraakstof AMPA in het Maasbekken werden door VMM metingen uitgevoerd op het effluent van 13 rioolwaterzuiveringsinstallaties. Vijf jaar geleden werd bij de meeste metingen AMPA en glyfosaat teruggevonden. Daaruit bleken toen seizoensgebonden verschillen en dat wordt bevestigd door de metingen van 2010 tot 2014 in een bijna drie keer zo groot aantal rioolwaterzuiveringsinstallaties verspreid in Vlaanderen. Voor beide stoffen bevindt het hoogtepunt van het gebruik zich in de lente- en zomermaanden.

Alle meetresultaten indachtig komt de Vlaamse Milieumaatschappij tot het besluit dat pesticiden en hun afbraakproducten voor een significante belasting van het oppervlaktewater in Vlaanderen zorgen. Na zuivering zitten deze stoffen nog altijd in het effluent van rioolwaterzuiveringsinstallaties. Dat heeft mogelijk een belangrijk aandeel in de totale milieubelasting van het oppervlaktewater. Omdat deze vorm van waterverontreiniging een al lang aanslepend probleem is, hielden we de sector een spiegel voor. Phytofar, de organisatie die de gewasbeschermingsmiddelenindustrie in ons land vertegenwoordigt, antwoordde op onze prangende vragen. Daarover lees je morgen meer.

Meer info: VMM

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via