nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

12.10.2017 Pesticidenrichtlijn werpt niet in elk land vruchten af

De Europese richtlijn die een duurzaam gebruik van gewasbeschermingsmiddelen nastreeft, is niet in alle lidstaten even goed geïmplementeerd. Daardoor is de milieu- en gezondheidswinst minder groot dan te verwachten was. Sproeien vanuit de lucht was sowieso al erg ongebruikelijk zodat andere beleidsaanpassingen van grotere betekenis zijn. Bijvoorbeeld het verbieden of minimaliseren van het pesticidengebruik op openbaar domein. Over de opleiding en certificering van professionele gebruikers en de keuring van spuittoestellen lijkt de Commissie nog tamelijk tevreden, over de handhaving van ‘geïntegreerde gewasbescherming’ heel wat minder.

De Europese Commissie heeft tegen het licht laten houden hoe goed de lidstaten de EU-richtlijn duurzaam gebruik van gewasbeschermingsmiddelen naleven. Op bepaalde punten doen zij dat goed, op andere is men te laks zodat de Commissie niet geheel tevreden is over de implementatie van de richtlijn. Die is “onregelmatig”, zo staat te lezen in de persmededeling, en daardoor realiseert de richtlijn niet de milieu- en gezondheidswinst waarvoor ze ontworpen was. Heel wat lidstaten hebben ook de deadline niet gerespecteerd, en kwamen pas na 2014 op de proppen met een actieplan. “Ik weet uit eerste hand dat burgers bezorgd zijn over de impact van pesticidengebruik op hun gezondheid en op het milieu”, zegt Europees gezondheidscommissaris Vytenis Andriukaitis. “Ik blijf de lidstaten ondersteunen en aanmoedigen bij het implementeren van maatregelen die de risico’s verkleinen.”

Eén van de grotere risico’s waar de lidstaten in navolging van de EU-richtlijn komaf mee willen maken, is het sproeien vanuit de lucht. Beelden van vliegtuigen voorzien van een spuittoestel die laag over een akker vliegen, komen haast altijd uit Amerika en voor zover het hier al gebeurde, kan dat nu niet meer. Behoudens in een beperkt aantal gevallen die bijzonder streng gereglementeerd zijn. “Het areaal dat vanuit de lucht gesproeid wordt is klein, vermindert nog en wordt goed gecontroleerd”, zo staat te lezen. Die strenge reglementering is overigens wel een hinderpaal voor de drone-industrie, die mogelijkheden ziet om bijvoorbeeld drones bespuitingen te laten uitvoeren in wijngaarden op steile hellingen, maar dat is een ander verhaal.

Een grotere gedragsverandering vereiste het nul- of zeer beperkt gebruik van herbiciden op het openbaar domein, in ziekenhuizen en op plekken waar kinderen spelen zoals sportterreinen en de speelplaats van scholen. Onkruid wordt daar nu op andere manieren bestreden. De Commissie vindt het moeilijk om te beoordelen of de lidstaten hun werk op dat vlak goed doen omdat het vaak ontbreekt aan meetbare doelstellingen in de nationale actieplannen. Dat gebrek aan monitoring geldt overigens ook voor de bescherming van de waterkwaliteit tegen verontreiniging met pesticiden. Op dat vlak gebeuren er wel inspanningen, en er wordt eveneens gesensibiliseerd rond het veilig stockeren en gebruiken van gewasbeschermingsmiddelen, en het correct afvoeren van de lege verpakkingen. Het verslag van de controlemissies in zes lidstaten (Denemarken, Duitsland, Italië, Nederland, Polen en Zweden) zet een aantal goede praktijken in de kijker.

Conform de richtlijn maken lidstaten een onderscheid tussen particuliere en professionele gebruikers van gewasbeschermingsmiddelen. Die laatste zijn meer ervaren, en als gevolg van de EU-richtlijn ook beter getraind om de risico’s van chemische gewasbeschermingsmiddelen in te schatten en deze producten correct te gebruiken. In elke lidstaat moeten boeren en tuinders namelijk over een certificaat beschikken om überhaupt nog te mogen sproeien. In België heet dat de fytolicentie, en net zoals in andere landen is het behoud daarvan gekoppeld aan het volgen van opleidingen. Tegen de deadline van november 2013 had elke lidstaat zo’n systeem van opleiding en certificering in de steigers staan. Tot op heden hebben al vier miljoen professionelen in Europa een opleiding rond duurzaam gebruik van gewasbeschermingsmiddelen gevolgd. Vier van de zes bezochte lidstaten (Denemarken, Duitsland, Nederland en Polen) waken er goed over dat de doelgroep bereikt wordt. In andere lidstaten is niet duidelijk of al wie een fytolicentie nodig heeft er daadwerkelijk ook over beschikt.

In 26 van de 28 lidstaten is er een keuringssysteem voor spuittoestellen in voege. Er rijden momenteel zo’n 900.000 spuittoestellen rond die getest en goedgekeurd zijn voor een accurate en veilige toepassing van chemische middelen. Sommige nationale overheden beschikken niet over betrouwbare cijfers omtrent het totale aantal spuittoestellen, maar in minstens 11 lidstaten zou minder dan de helft van de spuittoestellen gekeurd zijn. Nog minder tevreden lijkt men in Brussel over de implementatie van geïntegreerde gewasbescherming (IPM). De Commissie begrijpt niet dat het zo lastig gaat omdat het aantal laag-risico en biologische gewasbeschermingsmiddelen op de Europese markt sedert 2009 verdubbeld is. Op het niveau van de telers wordt blijkbaar niet systematisch genoeg gecontroleerd op de naleving van IPM-principes. Geïntegreerde gewasbescherming houdt bijvoorbeeld in dat een landbouwer pas (chemisch of anderszins) ingrijpt wanneer schadedrempels overschreden zijn. Dat vereist het monitoren van ziekten en plagen, in plaats van standaardbespuitingen op een vast tijdstip.

Algemeen stelt de Commissie dat lidstaten de kwaliteit van hun actieplannen moeten verbeteren, met behulp van specifieke en meetbare doelstellingen en indicatoren voor de lange termijn. Samen met het rapport werd ook een website gepubliceerd die links bevat naar de informatie die lidstaten online zetten over duurzaam gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. De Commissie hoopt zo kennisuitwisseling te bevorderen, en al die info nog beter beschikbaar te maken voor landbouwers en voor het grote publiek. Het evaluatierapport is gebaseerd op het opvragen van nationale actieplannen en bijbehorende data, en op de reeds eerder vermelde controlemissies in zes lidstaten. Het Belgische actieplan is ‘NAPAN’ gedoopt, bestaat uit maatregelen van de federale overheid (b.v. fytolicentie) en maatregelen van de gewesten (b.v. IPM, voorlichting en keuring spuittoestellen). In het Europese evaluatieverslag lezen we er weinig over, behalve dan dat België beschikt over duidelijke doelstellingen om de risico’s die gewasbeschermingsmiddelen met zich meebrengen te verkleinen.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Loonwerk Defour

Volg VILT ook via