nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

07.03.2019 Phytofar haalt deels zijn gram bij Grondwettelijk Hof

De onkruidbestrijder glyfosaat kreeg een nieuwe, zij het dan in tijd ingekorte, markttoelating van Europa. In eigen regio kwam het echter tot een verbod op particulier gebruik, “uit voorzorg”, verklaarde toenmalig minister Joke Schauvliege. De twee andere gewesten deden hetzelfde. En het federale beleidsniveau volgde schoorvoetend met een verbod op de verkoop aan particulieren want een tijdlang was onduidelijkheid troef. De Belgische gewasbeschermingsmiddelenindustrie begreep niet waarom de regionale overheden niet meer vertrouwen stelden in het Europese systeem van risicobeoordeling. Sectorfederatie Phytofar stapte naar het Grondwettelijk Hof “op zoek naar antwoorden en duidelijkheid”. Die kreeg het eind vorige maand, en Phytofar verwelkomt de klare taal van het Hof.

In twee arresten van 28 februari heeft het Grondwettelijk Hof duidelijke bakens uitgezet wat betreft de interactie tussen de bevoegdheid van de federale overheid over het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen enerzijds en de bevoegdheden van de gewesten over milieu anderzijds. Phytofar, de belangenverdediger van de Belgische gewasbeschermingsmiddelenindustrie, stapte naar de rechter toen tussen de gewesten een soort van wedloop startte om het gebruik van glyfosaat in te perken. Ze rechtvaardigden dat op basis van het voorzorgsprincipe, want Europa had de onkruidbestrijder onder de loep genomen en een nieuwe markttoelating gegeven. Aan glyfosaat kleeft de kwalijke reputatie ‘waarschijnlijk kankerverwekkend’ sinds een advies van het WHO-agentschap IARC. Dat vermoeden woog te licht voor EFSA, ECHA en de andere specialisten die zich er op EU-niveau over bogen.

Phytofar verwijst in zijn persbericht niet expliciet naar glyfosaat maar heeft het over “diverse initiatieven van de verschillende gewesten in België die een waar kluwen maakten van de reglementering rond gewasbeschermingsmiddelen”. Het signaal van het Grondwettelijk Hof naar de gewesten is volgens Phytofar duidelijk: respecteer de productwetgeving en hanteer een geïntegreerde aanpak voor het milieubeleid in België. De gewasbeschermingsmiddelenindustrie is blij met die uitspraak want het is een stap in de richting van meer duidelijkheid in een complex juridisch kluwen waar Europese, federale en regionale regelgeving elkaar kruisen. Zelf zegt Phytofar te streven naar éénduidige regelgeving. “We betreuren dat we daartoe een hele reeks juridische procedures hebben moeten aanspannen.”

Een algemeen gebruiksverbod op het grondgebied van een gewest strookt volgens Phytofar niet met de arresten van het Hof. “Daardoor riskeren producten die de federale overheid op de markt heeft toegelaten, de toegang tot die markt te verliezen. Dergelijk milieubeleid van een gewest is niet verenigbaar met federale loyauteit. De Raad van State zal nu bepalen wat de concrete weerslag van deze uitspraak zal zijn voor de procedures inzake specifieke producten die lopende zijn.” De beroepsvereniging verwijst ook naar recente mededelingen van de Europese Commissie aan het Brussels Hoofdstedelijk gewest hieromtrent en besluit: “De rechtszekerheid voor consumenten, producenten en overheden zal snel worden hersteld.”

Verificatie van de arresten leert dat beide beroepen tot vernietiging die Phytofar instelde tegen de decreetswijzigingen door het Vlaamse en Waalse gewest verworpen zijn. Inhoudelijk haalt de gewasbeschermingsmiddelenindustrie er toch genoegdoening uit omdat het Hof hen voor een stuk gelijk geeft wat de bevoegdheidspuzzel betreft. Het beginsel van federale loyauteit wordt als volgt uitgelegd: “Om belangenconflicten te vermijden, mogen de verschillende overheden bij de uitoefening van hun bevoegdheden het evenwicht van de federale constructie in haar geheel niet verstoren.” Elke wetgever dient er met andere woorden over te waken dat hij de bevoegdheden die een ander beleidsniveau uitoefent niet onmogelijk of overdreven moeilijk maakt. Een algemeen gebruiksverbod op het grondgebied van een gewest heeft een marktuitsluitend effect, en maakt het voor de federale overheid onmogelijk om zijn bevoegdheid inzake productnormering uit te oefenen.

Peter Jaeken, secretaris-generaal van Phytofar, wenst nog te verduidelijken dat het hen niet te doen is om glyfosaat maar wel om opheldering over het feit of er in België nog een vierde stap vereist is om gewasbeschermingsmiddelen te kunnen gebruiken. “Specifiek voor België gaat het dan om de bevoegdheidsverdeling tussen federaal en regionaal, maar achterliggend gaat het over de zone waar de verordening voor op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen stopt en waar de richtlijn voor duurzaam gebruik van diezelfde middelen begint. De uitspraak van het Grondwettelijk Hof is één etappe in dit proces. Het had theoretisch het eindstation kunnen zijn maar de volgende rit is richting Raad van State voor de uitvoeringsbesluiten. Die worden nu bepalend hoe loyaal België de Europese wetgeving toepast en in welke mate landbouwers hierdoor getroffen worden, bijvoorbeeld op vlak toegang tot innovatie en zaadkeuze.”

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Phytofar

Volg VILT ook via