nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

20.05.2019 Phytofar ontleedt rol van wetenschap en communicatie

Vorige week vond in Leuven de algemene vergadering van Phytofar plaats. Centraal thema: Welke rol speelt wetenschap nog in het toelaten van technologie op de Europese markt? Hoe verhouden industrieel en academisch onderzoek zich tegenover elkaar? Verzwakken ze het vertrouwen in ‘De wetenschap’ bij het grote publiek of kunnen ze in het maatschappelijk debat dichter tot elkaar komen en dit vertrouwen juist versterken? Vele boeiende vragen waar de sector samen met haar gasten over discussieerde in het kader van gewasbescherming.

Francesca Tencalla van ToxMinds, een adviesbureau gespecialiseerd in ecotoxicologie, stelde in haar presentatie duidelijk dat academische wetenschap (fundamenteel en toegepast) en de onderzoeken vanuit de industrie elkaar aanvullen. “Er zijn voor- en nadelen aan beide vormen van onderzoek, maar ze moeten elkaar blijven voeden”, aldus Francesca Tencalla. “Regelgevend en academisch onderzoek tegenover elkaar plaatsen is een vals debat.”

In het daaropvolgende (echte) debat, werden verschillen en overeenkomsten tussen academische en regelgevende wetenschap onder de loep genomen. Philippe Baret, decaan van de landbouwfaculteit van UCL, stelde dat de echte uitdaging zit in het stoppen met polariseren. “Niet iedereen kan biologisch telen”, stelt hij. “Geïntegreerde landbouw (IPM) en biologische landbouw moeten samen bestaan. Het publiek én de industrie moeten van elkaar leren.” Hij pleitte ook voor het belang van de experten bij het evalueren van bijvoorbeeld een toelatingsdossier. “De experten en het afwegingskader waarbinnen ze werken, zijn belangrijker dan al de gegevens die de studies aanleveren. Daar zou dan ook moeten in geïnvesteerd worden.”

Kevin Heylen, adviseur bij Phytofar, legde de nadruk op de voor- en nadelen van transparantie. De industrie wordt steeds transparanter maar toch stijgt het vertrouwen van het publiek niet. “Begrippen als gevaar, risico, blootstelling en een aanvaardbare foutenmarge zijn belangrijk”, zei hij. “Politici, media en publiek begrijpen deze begrippen niet altijd en kunnen dus moeilijker het hele plaatje zien.” Hij benadrukte ook het belang van ‘weight of evidence’ waarbij de resultaten van verschillende studies, academische en andere, als het ware gewogen worden, en waarbij wetenschappelijke artikels - die soms haaks op elkaar staan - toch elk hun belang in het evaluatieproces van stoffen hebben.

Annie Demeyere, sectoradviseur gewasbescherming van het Departement Landbouw en Visserij benadrukte dat gewasbeschermingsmiddelen enkel toegelaten worden nadat onafhankelijke experten alle studies, die van de industrie én van de academische wereld, bekeken hebben. “De ambtenaren die de studies evalueren doen dat in eer en geweten”, zei ze. “Iedereen zoekt naar de waarheid, alle procedures zijn bekend op www.fytoweb.be en voor bepaalde dossiers bestaat er publieke consultatie, dus alles gebeurt open en transparant.”

In het tweede debat van de avond zochten specialisten naar de moeilijkheden bij het communiceren van de vaak ingewikkelde studies met de media. Voor Greet Riebbels, hoofd communicatie bij ILVO, blijft het moeilijk om wetenschappelijke resultaten uit de landbouwsector, die relevant zijn voor de maatschappij, over te brengen naar de pers. “Het goede nieuws is dat er wel interesse bestaat bij de algemene pers, maar dat in veel gevallen, de voorkennis over de sector ontbreekt”, stelt ze. “Dat is niet zo bij de landbouwpers die dankzij haar expertise in het domein, veel beter en correcter slaagt in de vertaalslag naar haar lezerspubliek. Bij de algemene pers zijn maar weinig journalisten die gegevens dubbel checken of ook de wetenschappelijke publicaties rond een onderwerp raadplegen.”

Dirk Draulans, journalist bij Knack, de tweede gast in het panel, gaf toe dat slecht nieuws, of negatieve berichten, vaker in de pers worden opgenomen dan positieve onderzoeksresultaten. “Positief nieuws is normaal en dus minder interessant dan negatieve berichten”, aldus Dirk Draulans. “De landbouwsector, en zeker de gewasbeschermingsmiddelenindustrie, zal zich volgens mij moeten neerleggen bij het feit dat ze altijd op de achtergrond zullen blijven en de communicatie niet zullen winnen. Ngo’s en anderen hebben nu eenmaal makkelijkere verhalen.”

Piet Vanthemsche, die de landbouwsector, de overheid en het politieke toneel van binnen en van buiten kent, vindt dat dit niet betekent dat je moet stoppen met communiceren. “De ‘onafhankelijke’ wetenschapper bestaat niet. En ‘de waarheid’ bestaat ook niet. Je moet blijven zoeken naar hoe je de maatschappij toch kan informeren. En dit moet collectief gebeuren, de sectoren moeten elkaar blijven ondersteunen en mogen niet opgeven.” Peter Jaeken, secretaris-generaal van Phytofar, sloot de avond af met een positief gevoel. “Maar Phytofar heeft ook nog veel werk voor de boeg. Die uitdagingen zullen we met beide handen aannemen”, besloot hij.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via