nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

Hoe kan je de open ruimte open houden en ze door boeren laten beheren?
13.11.2018  Pilootprojecten Productief Landschap

Een productief landschap met duurzame voedselproductie vergt investeringen in blauwe klimaatdiensten, transformatiebegeleiding voor landbouwers, voedselregisseurs die tijd en ruimte krijgen om actief aan openruimteprojecten en hun voedselverhaal te sleutelen, een kader voor agrarische herbestemming en ook het gebruik van stedelijke ruimte als productieve ruimte. Dat besluiten landbouwonderzoeksinstituut ILVO, het Team Vlaams Bouwmeester, het Departement Omgeving en het Departement Landbouw en Visserij na vijf jaar 'Pilootprojecten Productief Landschap'. In dat traject gingen zij op zoek naar inspirerende voorbeelden van innovatieve landbouw met meerwaarde voor landschap en samenleving. Het doel? Open ruimte open houden en de landbouwer nieuwe perspectieven bieden als belangrijke beheerder van het landschap. Centraal stonden vijf actuele ruimtelijke uitdagingen: hergebruik van hoeves, water, schaalsprong, kringlopen en stedelijke landbouwparken.

Vraag naar strategische allianties tussen landbouw, landschap en ontwerp
Op het platteland en in de open ruimte komen tal van ruimtelijke en maatschappelijke uitdagingen samen. Met de verwachte bevolkingstoename stijgt de vraag naar voedsel, duurzame energievoorziening en nood aan recreatiemogelijkheden. Maar door de toenemende verstedelijking is er tegelijk steeds meer druk op ruimte en dus minder ruimte om aan landbouw te doen. De klimaatverandering zorgt bovendien voor meer overstromingen en langere periodes van droogte. De bodemkwaliteit staat onder druk en de grondprijzen pieken.

Om op deze uitdagingen een antwoord te bieden, is creativiteit nodig. Landbouw heeft als belangrijkste beheerder van de open ruimte nood aan goede ontwerpen, voorbeelden van vernieuwende bedrijfsvoering met een kwalitatieve meerwaarde voor landschap en samenleving. Maar de wereld van de ontwerpers en die van landbouwers liggen ver uit elkaar. Elke Vanempten: “Een strategische alliantie tussen landbouw, landschap en ontwerp dringt zich op. Het is vanuit dit idee dat de toenmalige minister van Landbouw samen met ILVO, het Team Vlaams Bouwmeester en de departementen Omgeving en Landbouw en Visserij in 2013 het traject Pilootprojecten Productief Landschap in het leven heeft geroepen.”

Pilootprojecten Productief Landschap
Dat traject startte met een verkennend onderzoek uitgevoerd door Architecture Workroom Brussels (AWB) en Maat-Ontwerpers. Dit leverde vijf mogelijke werkvelden op: de herbestemming van (voormalig en bestaand) landbouwpatrimonium, de schaalsprong binnen landbouwbedrijven, het inzetten van kringlopen, een duurzaam en gecoördineerd waterbeheer en het potentieel van landbouwparken in verstedelijkt Vlaanderen.

In februari 2014 volgde de oproep om pilootprojecten in te dienen: een open uitnodiging aan landbouwers, landbouwbedrijven, landbouworganisaties en andere spelers met een sterke affiniteit voor landbouw en open ruimte. Men zocht én vond ambitieuze projecten die vernieuwende bedrijfsvoering combineren met een kwalitatieve wisselwerking met het landschap en de samenleving. Uit 40 ideeën en 28 finale kandidaat-dossiers werden er uiteindelijk vijf geselecteerd:

       1. Collectieve bioboerderij en pachthoeve De Kijfelaar in Herentals
       2. Landbouwpark Tuinen van Stene in Oostende
       3. Vleesveeboerderij Hoeve De Waterkant in Herk-de-Stad
       4. Dakserre Agrotopia van Inagro op de REO-veiling in Roeselare
       5. Stadslandbouw op een voormalig woonuitbreidingsgebied in Maasmechelen

In de loop van 2015 en 2016 kreeg elk van die projecten begeleiding van adviseurs en experts. Samen gingen de landbouwers, projectregisseurs en ontwerpteams aan de slag, met als doel de effectieve uitvoering van de innovatieprojecten op het terrein en tegelijk lessen trekken uit de opgedane ervaringen.

Wat hebben de pilootprojecten ons geleerd?
Het stedelijk karakter van Vlaanderen biedt behalve uitdagingen ook heel wat kansen. Op het platteland en in de open ruimte worden oplossingen gezocht voor de veelal stedelijke vraagstukken zoals klimaat, energie en voedselvoorziening. Steden herontdekken almaar vaker de open ruimte in hun omgeving. De Pilootprojecten leren dan ook dat een structurele werking rond voedsellandschappen noodzakelijk en dringend is. Bovendien kunnen veel nuttige synergiën ontstaan door de werelden van landbouw en ontwerp samen te brengen. Ontwerp van die open, rurale ruimte in Vlaanderen is een nog grotendeels ongekende discipline waarin veel potentieel zit.

Er zijn met andere woorden heel wat mogelijkheden voor een veerkrachtige landbouw in Vlaanderen, maar ook heel wat werkpunten. Er zijn kansen op ruimtelijk vlak, zoals onderbenutte dakoppervlakken van (toekomstige) bedrijventerreinen of vrijkomende hoeves die actieve of nieuwe landbouwers duurzame perspectieven kunnen bieden. Maar evengoed zijn er kansen op landbouwkundig vlak, waar een nieuwe generatie landbouwers op zoek is naar grond, gebouwen en samenwerkingsverbanden. Ook op beleidsmatig vlak zijn er tot slot kansen, want heel wat goedbedoelde initiatieven en regels kunnen de noodzakelijke innovatie bemoeilijken. Elke Vanempten: “Die kansen benutten vergt een volgehouden proactieve houding, samengelegde budgetten en gecoördineerde – al dan niet sectorale – initiatieven.”

Manifest van het Productief Landschap: vijf aanbevelingen
Deze lessen werden door de partners ILVO, Team Vlaams Bouwmeester, het Departement Omgeving en het Departement Landbouw en Visserij omgezet in een manifest met vijf aanbevelingen. Een productief landschap met duurzame voedselproductie vergt volgens dat manifest:

  1. Blauwe klimaatdiensten: Maak werk van blauwe klimaatdiensten zoals wateropvang op landbouwpercelen met het oog op een betere waterkwaliteit en beter waterbeheer en waterbeheersing. Creëer een kader op maat en begeleiding voor landbouwers en zorg voor een systemische aanpak, zodat de investeringen in klimaatdiensten echt renderen.
  2. Transformatiebegeleiding: Breng cumulatieve effecten die druk uitoefenen op landbouwruimte in beeld. Ontwikkel mechanismen waarmee landbouwers een faire kans krijgen om voort te boeren op een plek waar hun landbouwactiviteit maatschappelijk gewenst is. Voorzie in onafhankelijke en ontwerpende begeleiding, zodat gebiedsgericht, systemisch en effectief flankerend werk kan worden gemaakt van de overgang naar een maatschappelijk gewenste, duurzame en economisch rendabele landbouwbedrijfsvoering.
  3. Een voedselregisseur: Zet een structurele werking op rond (stedelijke) openruimteprojecten en creëer een netwerk van stedelijke voedselregisseurs die tijd en ruimte krijgen om actief aan openruimteprojecten en hun voedselverhaal te sleutelen. Om stadsnabije voedselproductie in Vlaanderen echt kansen te geven moet bij stads- of stadsrandontwikkeling structureler gewerkt worden rond voedsel dan vandaag het geval is.
  4. Agrarische reconversie: Benut het bestaand en toekomstig agrarisch patrimonium zo optimaal mogelijk, ook en in de eerste plaats door landbouw zelf. Doorbreek de cirkel van niet-landbouwkundig hergebruik door de criteria te actualiseren van wat landbouw is en stimuleer omkeerbaar bouwen en andere maatregelen voor landbouwreconversie.
  5. Productieve stedelijke ruimte: Stedelijke verticale oppervlakte zoals daken biedt nog heel wat perspectieven voor productieve ruimte. Faciliteer dus meervoudig ruimtegebruik door via regelgeving voedselproductie op daken en in andere stedelijke ruimtes mogelijk te maken en zorg voor inbedding van voedsel in stedelijke visievorming.

ILVO-onderzoekster Elke Vanempten: “De landbouwsector verandert voortdurend, net als de maatschappij. Globalisering, klimaatverandering, verduurzaming, verstedelijking en bevolkingsgroei zijn enkele trends die ruimte vragen en impact hebben op de landbouwbedrijvigheid. De landbouwer moet zich noodzakelijkerwijs continu aanpassen, maar die aanpassingen worden bemoeilijkt omdat individuele belangen niet altijd stroken met collectieve belangen en omdat beslissingen van private en publieke partijen het speelveld kunnen inperken. De aanbevelingen in dit manifest kunnen daar een oplossing voor bieden.”

Wat nu?
Voorlopig komt er geen Pilootprojecten Productief Landschap 2.0, maar de partners zijn wel benieuwd naar wat de actuele ruimtelijke vragen uit de landbouwsector zijn. Op welke vlakken is er nog het meeste nood aan ondersteuning? Met andere woorden: als landbouwers vandaag een pilootproject zouden indienen, wat zou dan het werkveld zijn?

Bron: |

Beeld: Tim Van de Velde

In samenwerking met: ILVO

Volg VILT ook via