nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

23.04.2019 Pittige discussie over klimaat-proof zijn van landbouw

Europees commissaris voor klimaatbeleid Miguel Arias Cañete tekende present voor het Forum for the Future of Agriculture in Brussel. Op vraag van de organisatoren, eigenaarskoepel ELO en toeleverancier Syngenta, kwam hij het beleidskader en de rol van landbouw in de strijd tegen de klimaatverandering toelichten. Wie hem bezig hoorde, zal vertrouwen geput hebben uit de boodschap dat we bezig zijn het probleem aan te pakken. Het ultieme doel, een klimaatneutraal Europa in 2050, schept een grote opportuniteit voor landbouwers want zij kunnen de biomassa telen die nodig is. Tijdens het paneldebat dat volgde, stookte Belgisch Europarlementslid Philippe Lamberts (Ecolo) onrust in de zaal want hij vindt dat we ons in slaap laten wiegen. “CO2-neutraal worden in 2050 gaat ons helemaal niet lukken. Daar is een paradigmashift voor nodig, ook in de landbouw.”

Doen we genoeg als reactie op de klimaatverandering die zonder twijfel de grootste uitdaging voor de toekomst van onze planeet is? Met die vraag openden de organisatoren van het Forum for the Future of Agriculture de discussie. Syngenta en de European Landowners Organization (ELO) konden bevoegd EU-commissaris Miguel Arias Cañete strikken. Hij maakte duidelijk dat het beleidskader op punt staat en het niet aan ambitie ontbreekt. Europa was de drijvende kracht achter de internationaal bindende klimaatafspraken die in 2015 in Parijs werden gemaakt. “Alle sectoren, ook landbouw, moeten bijdragen aan de doelstellingen die gezet zijn voor 2030.” Gelukkig is er al een hele weg afgelegd. Cañete vermeldt een reductie met 23 procent van de CO2-emissies (tussen 1990 en 2011, nvdr.) en bijna 18 procent van de stikstofemissies door landbouw dankzij het Europese (landbouw)beleid.

Landbouw is één van de economische sectoren die de negatieve gevolgen van klimaatopwarming het snelst zal voelen. Binnen de op stapel zijnde hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid staan klimaatmaatregelen daarom centraal. Cañete: “Landbouw kan niet volledig emissievrij zijn. Koeien stoten immers methaan uit bij het herkauwen en planten zullen altijd meststoffen nodig hebben. Toch kan de uitstoot van de sector volgens onze analyses nog met een derde omlaag, bijvoorbeeld door het verhogen van de efficiëntie van bemesting. Bovendien kunnen landbouwers met aangepast management koolstof opslaan in de bodem. Dat is een unieke mogelijkheid en bijgevolg een economische opportuniteit voor de sector. Op zulke win-winoplossingen mikt de Europese Commissie.”

De EU-commissaris voorspelt een mooie toekomst voor landbouwers die de bevolking van voedsel blijven voorzien terwijl ze de biodiversiteit en het klimaat redden. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan, en niet iedereen heeft er even goede hoop op dat het ook kan lukken. Het daaropvolgende panelgesprek werd bijvoorbeeld ingeleid met het meest recente IPCC-rapport over de klimaatverandering. Wetenschappers voorspellen een catastrofe wanneer de aarde harder opwarmt dan anderhalve graad boven het pre-industriële niveau. Er rest ons nog 12 jaar om te vermijden dat dit doemscenario onomkeerbaar wordt. “Wanneer we meteen starten, moet de mondiale broeikasgasemissie ieder jaar met 5 procent omlaag.”

Namens het directoraat-generaal Milieu van de Europese Commissie wijst Daniel Calleja Crespo op de tempoversnelling die nodig is. “Landbouw lukte tussen 1980 en 2011 in een emissiereductie van 23 procent, maar worstelt sindsdien met het verder verlagen van zijn uitstoot. Er rest ons nog weinig tijd. De laatste hervormingen van het landbouwbeleid waren onvoldoende efficiënt op milieuvlak. We kunnen er niet blindelings op vertrouwen dat het nieuwe GLB beter zal zijn dan al zijn voorgangers. Dat is de verantwoordelijkheid van de EU-instellingen en elkeen die er verder aan bijdraagt.”

De landbouwstem werd vertolkt door Jean-Marc Bournigal, afgevaardigd door een Franse federatie van graantelers (AGPB). Waar het volgens Bournigal nog altijd aan ontbreekt, is aandacht voor de bijdrage van landbouw aan de oplossing voor het klimaatprobleem via koolstofopslag in de bodem. Zijn uiteenzetting laat zich samenvatten als “meer en beter produceren want de wereldbevolking groeit nog”. In het licht van de klimaatverandering kan dat, alsnog Bournigal, alleen lukken door middel van innovatie: veredeling, digitalisering, robotisering, biocontrole van plagen, enz. “Europa kan dat financieel ondersteunen. Wat nu nog vaak ontbreekt, is consistentie in het beleid. Een meer holistische kijk is nodig opdat boeren aan de doelstellingen kunnen beantwoorden.”

Landgenoot Philippe Lamberts, Europees parlementslid voor Ecolo, ging daar hard tegenin want in zijn ogen bepleit Bournigal namens de Franse graanfederatie de status quo. “We moeten landbouw herdenken in termen van ecosysteemdiensten. We hebben een landbouwbeleid nodig dat gericht is op het voeden van Europa, en niet van de wereld. Ik ben niet optimistisch over de richting die het GLB en de landbouwsector uitgaat. Het heersende paradigma is dat landbouwbedrijven steeds groter worden. Ze gebruiken chemische hulpmiddelen die afgeleiden zijn van olie. Wetenschappelijke studies waarschuwen voor het uitsterven van insecten en vogels. Op deze manier gaan we de doelstellingen niet halen. De milieu- en klimaatdoelstellingen zijn een gegeven. Dat het huidige beleid schaalvergroting in landbouw stimuleert, is ook een feit en geen ideologie. Wat wel ideologie is, dat is het idee dat geliberaliseerde wereldmarkten de meest efficiënte manier zijn om onze samenleving te organiseren.”

Het beeld dat er te weinig gebeurt, is volgens Jean-Marc Bournigal onterecht. Hij wijst op de milieucertificering van primaire productie in Frankrijk die onder meer in regels rond biodiversiteit en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen voorziet. Lamberts laat zich niet paaien: “Dat blijft meer van hetzelfde want wie wil telen voor de wereldmarkt moet competitief zijn en kunnen opboksen tegen gigantische landbouwbedrijven in andere werelddelen. In dat geval evolueert landbouw hier zoals in de Verenigde Staten en Rusland: meer automatisering, meer chemische hulpmiddelen en minder biodiversiteit. Dat is niet de paradigmashift die we nodig hebben. Het klopt dat technologie zal helpen, maar als ingenieur ken ik ook de grenzen ervan. Boeren voelen zich gevangen in een systeem dat de landeigenaars en Cargills van deze wereld blijven verdedigen.”

Bournigal repliceerde daarop dat zijn meer productieve zienswijze niet belet dat een deel van het landbouwinkomen uit de markt zal worden gehaald en een ander deel uit de maatschappelijke vergoeding voor het leveren van ecosysteemdiensten. Uit het publiek kwam de suggestie om een CO2-taks in te voeren, ook op de import van voedingswaren. “Met de opbrengst kan je landbouwers financieel helpen om ‘local for local’ te produceren.” Voor de Europese Commissie reageerde Daniel Calleja Crespo dat een CO2-taks op tafel lag, maar onvoldoende draagvlak genoot. “De Commissie kan wel een voorstel doen, maar over zo’n belastingmaatregel moeten alle lidstaten het eens zijn. Rationeel is er geen bezwaar tegen, ook niet tegen het laten terugvloeien van de opbrengst naar sectoren zoals landbouw die daarmee de emissies kunnen reduceren.”

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Martin Harwood

Volg VILT ook via