nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

19.06.2017 Plan van aanpak voor hoogstamboomgaarden in Haspengouw

Van het oorspronkelijke areaal hoogstamboomgaarden in Haspengouw is maar een fractie meer over. Des te minder er zijn, des te meer de waarde ervan bij iedereen doordringt. Voor de professionele fruitteelt zijn hoogstambomen van weinig betekenis meer, maar het blijven waardevolle landschapselementen. Door hun aantrekkelijkheid voor dagjestoeristen hebben ze toch een economische waarde. Lokale actoren die al jarenlang voor het behoud van hoogstamboomgaarden ijveren, krijgen nu de steun van Vlaanderen in de vorm van een richtplan onroerend erfgoed dat moet uitmonden in een breed gedeelde visie en bijbehorend actieprogramma. Geen geschiktere plek voor Vlaams minister-president Geert Bourgeois om dat toe te lichten dan de hoogstamboomgaard op het kasteeldomein van Alden Biesen.

Vanaf het eind van de 19e eeuw werd het landschap in Haspengouw sterk gevormd door commerciële fruitteelt. Waar je nu overal laagstamplantages van appel en peer ziet, zorgden hoogstamboomgaarden toen voor een karakteristiek uitzicht. Van het oorspronkelijke areaal hoogstamfruit is maar een fractie meer over. Als relicten van het traditionele landschap hebben hoogstamboomgaarden een belangrijke culturele en landschappelijke waarde. Aantrekkelijk is vooral het beeld van de hoogstambomen waaronder het vee graast, omzoomd door meidoornhagen. De kenners waarderen deze hoogstamboomgaarden ook voor een aantal ecosysteemdiensten en hun waarde voor de natuur.

Vlaanderen bezit een voor Europa unieke genenbank aan oude fruitrassen, meer dan 3.500 soorten van voornamelijk appel, kers en peer vind je verspreid over heel Vlaanderen terug. De grootste concentratie hoogstamboomgaarden is te situeren in Haspengouw en de Voerstreek. Wie de grootste aaneengesloten hoogstamboomgaard met eigen ogen wil zien, brengt best eens een bezoek aan het kasteeldomein van Alden Biesen in Bilzen. Op termijn dreigt enkel dit soort hoogstamboomgaarden met een semi-beschermd statuut over te blijven want de afgelopen 50 jaar is hun aantal sterk afgenomen.

De storm die op 23 juni 2016 door Haspengouw raasde, deed de resterende boomgaarden geen deugd. Voor beschadigde bomen kan een eigenaar een kapvergunning krijgen, wat anders niet snel toegestaan wordt voor hoogstam fruitbomen. Het lijkt erop dat een aantal particuliere eigenaars daarvan gebruik, of beter misbruik, heeft gemaakt om meer bomen te kappen dan noodzakelijk. Bij de voorstelling van de intentieverklaring betuigde iedereen zijn liefde voor de hoogstam, maar was gedeputeerde van Leefmilieu Ludwig Vandenhove de enige die deze kritische kanttekening luidop maakte.

“Elk jaar worden er hoogstam fruitbomen aangeplant, maar ik vrees dat er meer worden uitgedaan. Hopelijk kunnen we met het ondertekenen van de intentieverklaring de zaken omkeren”, aldus Vandenhove. “Belangrijk lijkt mij dat eigenaars van een hoogstamboomgaard door de advies- en loketfunctie van het Regionaal Landschap bevrijd worden van zorgen. Al blijf ik er ook van overtuigd dat het in Vlaanderen vaak ontbreekt aan handhaving. Ik verwijs naar het vijftien jaar oude ruimtelijk uitvoeringsplan in Sint-Truiden dat een aantal hoogstamboomgaarden beschermde. Laat ons dat elders ook doen voor landschapsbepalende boomgaarden want ik vrees dat er na de storm in juni vorig jaar bomen gesneuveld zijn die hadden kunnen blijven staan.”

Ook Ann Digneffe van het Regionaal Landschap Haspengouw en Voeren geeft aan dat het dweilen is met de kraan open zolang er behalve geplant ook hoogstambomen gekapt worden. “Voor hun natuurwaarde worden ze niet erkend en hun landbouwcontext is weggevallen. Hoogstamboomgaarden dreigen daardoor tussen wal en schip te vallen. Ze hebben een nieuw verhaal en een stimulerend beleid nodig”, meent Digneffe. Dat komt er ook, en het neemt de vorm aan van een richtplan onroerend erfgoed. Zo’n richtplan is een relatief nieuw beleidsinstrument dat focust op de opmaak van een geïntegreerde langetermijnvisie voor een bepaald thema of gebied. Het is eerder al toegepast in de Westhoek, waar men op zoek ging naar relicten uit de Eerste Wereldoorlog om ze voor een erkenning als UNESCO-werelderfgoed voor te dragen.

Een soortgelijk richtplan zal het Agentschap Onroerend Erfgoed voor de hoogstamboomgaarden in Haspengouw in overleg opmaken. Hoogstamboomgaarden bevinden zich in het werkveld van verschillende beleidsdomeinen, -niveaus en verenigingen. Ze vragen dus om een geïntegreerde aanpak en het ondertekenen van de intentieverklaring door een 30-tal partnerorganisaties is een eerste stap in die richting. Zie het als een engagement om samen te werken aan de doelstellingen binnen dit project, ondertekend door 14 gemeenten uit Haspengouw, de provinciale en Vlaamse overheid, het Regionaal Landschap Haspengouw en Voeren, landbouw- en natuuronderzoekers, de intergemeentelijke diensten onroerend erfgoed en de Nationale Boomgaardenstichting.

Tegen eind 2018 moet deze brede samenwerking resulteren in een richtplan onroerend erfgoed met daaraan gekoppeld een actieprogramma. “We willen hoogstambomen koesteren als waardevolle, streekeigen landschapselementen en samenwerken aan een duurzame verankering van hoogstamboomgaarden in een dynamisch landschap”, luidt de projectdoelstelling. Dat ‘duurzaam verankeren’ zal met bestaande en eventueel nieuwe beleidsinstrumenten dienen te gebeuren.

Behalve op het behoud, onderhoud en (her)aanplanten van hoogstamboomgaarden wil men inzetten op sensibilisering en educatie. “We willen de zorg voor hoogstamboomgaarden vanzelfsprekend maken”, klinkt het, “en daarom zoeken we naar een meer billijke verdeling van de lasten en lusten die een hoogstamboomgaard met zich meebrengt en (economisch) leefbare modellen of alternatieve functies.” Inspirerend in dat verband is ‘Goedgeplukt.be’, een website die eigenaars van hoogstam fruitbomen in contact brengt met mensen die op zoek zijn naar plukvers fruit van eigen bodem. Daarover lees je later meer op VILT.be.

Draagvlak is heel belangrijk, zo benadrukt Vlaams minister-president Geert Bourgeois die bevoegd is voor onroerend erfgoed. Dat spreekt niet vanzelf want monumentendag trekt veel volk maar de Vlaming reageert niet noodzakelijk even enthousiast op een erfgoederkenning in de eigen achtertuin. Bourgeois verwijst naar de achterdocht die er oorspronkelijk in de Westhoek heerste ten aanzien van de erkenning van de frontzone als Werelderfgoed. “Dankzij een goede dialoog met de gemeenten en de landbouworganisaties hebben we een gedragen visie kunnen ontwikkelen. De intentieverklaring die we hier tekenen heeft al veel draagvlak”, constateert de minister-president. Waar het behalve een gedeelde visie nog toe leidt, is afwachten. Naar Truiens voorbeeld kan dat een RUP zijn dat de bestemming hoogstamboomgaard verankert, of een beheerovereenkomst met eigenaars, of een wettelijke erkenning als erfgoed waaraan subsidies verbonden zijn, of een andere en nog te verzinnen innovatieve oplossing.

Igor Philtjens, de voor toerisme bevoegde gedeputeerde in Limburg, onderstreept de economische waarde van een aantrekkelijk landschap met hoogstamboomgaarden. “In bloesemmaand april is het haast file op de fietspaden in de fruitstreek zodat we nu proberen om het dagjestoerisme te spreiden. Toeristen zoeken authenticiteit. Als een eigenaar van een B&B kan vertellen dat het appelsap dat hij schenkt gemaakt is van hoogstambomen uit de streek, dan is dat een verhaal dat blijft hangen. Veerle Schoenmaekers, schepen van leefmilieu in de stad Bilzen, beaamt dat het kasteeldomein van Alden Biesen niet zo’n mooie uitstraling zou hebben zonder het panorama van hoogstam fruitbomen. “In 1988 waren we de eerste gemeente om een toelage in te voeren voor hoogstamboomgaarden, welke benut werd voor 85 hectare ofwel bijna 4.000 bomen. De 16 hectare hoogstam fruitbomen in eigendom van de stad, overigens de grootste boomgaard in overheidseigendom, worden kwalitatief onderhouden door de Nationale Boomgaardenstichting.”

In het kader van het project ‘Fruitig Bilzen’ kan elke inwoner één gratis hoogstam fruitboom aanvragen zolang de voorraad strekt. Grotere boomgaarden worden gratis aangeplant of hersteld als dat het landschap waardevol maakt. Schoenmaekers verwijst ook naar het project ‘Bilzen de boom in’, waarbij kinderen van lagere scholen via een ecucatief project alle aspecten van de hoogstam ontdekken. Tot slot is er het ‘Biesonder appelsap’ dat past in korte-keten-landbouw en fairtrade. “De flesjes appelsap zijn een eigen initiatief van de stad Bilzen, zie het als city markteting, en op elk flesje vloeit 10 procent van de winst terug naar het behoud van de hoogstamboomgaarden in en rond Bilzen.”

Limburg gedeputeerde voor Landbouw Inge Moors besluit dat vanuit verschillende beleidsdomeinen samengewerkt wordt aan het behoud. Zelf verwijst ze naar de projectfinanciering voor de screening van hoogstamboomgaarden op het little-cherry-virus. Het Proefcentrum Fruitteelt stelt de diagnose, waarna aangetaste bomen gesnoeid of gekapt en weer aangeplant kunnen worden. Private eigenaars kunnen bij de Nationale Boomgaardenstichting een snoeicursus volgen zodat ze vaardig worden in het onderhoud van hun boomgaard. Het project ‘Fruitlandschap’ werpt vruchten af, voornamelijk in de vorm van 200 hectare hoogstamboomgaard die een broodnodige onderhoudsbeurt kregen en nu beter beheerd worden. Er zijn binnen dit project 1.550 hoogstam fruitbomen aangeplant en een even groot aantal werd gesnoeid.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via