nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

26.02.2019 "Plantenbiotechnologen werken niet vanuit ivoren toren"

In een opiniestuk in De Standaard, getiteld ‘De absurditeit van een veldproef’, veroordelen middenveldorganisaties die ijveren voor ecologische landbouw de veldproef die plantenbiotechnologen van VIB met maïs gaan uitvoeren. Daarbij schilderen ze de betrokken wetenschappers af als wereldvreemde professoren die hypotheses uitdenken die losstaan van elke maatschappelijke realiteit. “De waarheid is anders”, reageren jonge wetenschappers van Universiteit Gent en KU Leuven. “We staan met beide voeten in de maatschappij en bundelen kennis en krachten om complexe problemen aan te pakken die verband houden met voedselvoorziening en klimaat.”

Het klimaat verandert, het weer wordt grilliger en extremer. Onze lucht-, bodem- en waterkwaliteit moeten verbeteren en de uitstoot van broeikasgassen moet aangepakt worden. Ons voedingspatroon moet anders en we streven naar een duurzamere landbouw met minder impact op het milieu. Met andere woorden, er zijn tal van uitdagingen die op ons afkomen en als maatschappij zullen we (een combinatie van) oplossingen nodig hebben om dit het hoofd te bieden.

Een groep wetenschappers van KU Leuven en Universiteit Gent wensen in de verf te zetten dat plantenonderzoek een cruciale rol zal spelen in die zoektocht naar oplossingen. “Een diepgaande kennis over hoe planten groeien en hoe ze zich aanpassen aan extreme omstandigheden, zoals de droge zomer van 2018, kan bijdragen tot het behoud van de opbrengst en het verduurzamen van de landbouw”, klinkt het. Hun schrijven is vooral een reactie op een opiniestuk dat in De Standaard verscheen van de hand van middenveldorganisaties, waaronder BioForum, biogrondfonds De Landgenoten en Wervel. Daarin werd scherpe kritiek geuit op het feit dat de Vlaamse overheid een veldproef met een genetisch gemodificeerd gewas financiert, “maïs bovendien, die vooral nut heeft voor de exportgerichte, intensieve veehouderij”.

Vooral storend voor de plantenwetenschappers is dat hun werk afgeschilderd wordt als de verkeerde oplossing voor problemen die complexer zijn dan biotechnologen ze blijkbaar begrijpen. Biotechnologisch plantenonderzoek zou voorbijgaan aan de maatschappelijke noden inzake landbouw en voeding. “Stigmatiserend en haaks op de waarheid”, zo pareren professoren en onderzoekers van Universiteit Gent en KU Leuven de kritiek. En ze leggen ook uit waarom: “Door de krachten te bundelen, kunnen we complexe problemen inzake landbouw en klimaat aanpakken. En we doen dit met de wapens die we hebben: kennis en onderzoek. Het basisprincipe van wetenschappelijk onderzoek draait immers rond vooruitgang, en rond het vergaren van fundamentele kennis om finaal tot oplossingen te komen voor complexe problemen.”

Die boodschap is breed gedragen en vindt ook steun buiten het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB). De schrijvers zijn professor Ive De Smet (VIB-UGent) en diens collega-professoren Barbara De Coninck (KU Leuven), Tina Kyndt (UGent), Daniël Van Damme (VIB-UGent), Bram Van de Poel (KU Leuven), Stephen Depuydt (VIB-UGent), Bert De Rybel (VIB-UGent), Nico De Storme (KU Leuven) en de onderzoekers Hilde Nelissen (VIB-UGent), Astrid Gadeyne (VIB-UGent) en Jelle Van Leene (VIB-UGent).

Lees ook: Wetenschappers kunnen en willen CRISPR niet meer missen

In Vlaanderen, de bakermat van plantenbiotechnologie, hebben plantenonderzoekers een internationale leiderspositie met toegang tot de meest moderne en vooruitstrevende technieken, waaronder ook de innovatieve CRISPR-techniek. Deze techniek kreeg al veel media-aandacht, vooral vanwege de kritiek die er op komt van buiten de academische wereld. Experten in plantenonderzoek zijn daarentegen fan: “De CRISPR-techniek laat toe om zeer gecontroleerd en specifiek planten te veredelen. Zo komen we tot gewassen met onder meer een verhoogde opbrengst, betere voedingswaarde of verhoogde resistentie tegen ziektes. Tot op heden, via meer klassieke veredelingstechnieken, kostte dit veel meer tijd en lukte dit niet met dezelfde efficiëntie.”

BioForum en co schreven dat een ggo-veldproef één van de laatste stappen is voor een eventuele commercialisering van het gemodificeerde gewas. Dat gaat volgens VIB voorbij aan het opzet van de veldproef met CRISPR-maïs. “Daarmee willen we nagaan wat de impact van een behandeling of specifieke genetische verandering is op de groei van een plant onder condities die belangrijk zijn voor onze landbouw. Een (ggo-)veldproef wordt vooraf gegaan door jaren onderzoek in het labo, alsook een strenge selectie, gebaseerd op overtuigende wetenschappelijke criteria. Het is een noodzakelijk eindpunt van een jarenlange studie waaraan verschillende wetenschappers hebben samengewerkt. In het veld wordt een plant immers blootgesteld aan de natuurlijke omgeving, die heel anders is dan wat in een laboratorium wordt nagebootst. Zo leren we of de positieve bevindingen in het labo ook doorgetrokken kunnen worden naar het veld.”

De veldproef met maïs waarnaar gerefereerd wordt, heeft als doel om te onderzoeken wat het effect op plantengroei is van DNA-schade, zoals veroorzaakt door UV-straling. Van een nakende commercialisering van een ggo-gewas is volgens de VIB-wetenschappers geen sprake omdat de maïs niet meer is dan de modelplant waarop fundamenteel onderzoek gebeurt. Onderzoek dat wil achterhalen hoe planten met veranderende omgevingscondities omgaan. De klimaatmarsen en de luide vraag naar dringende oplossingen voor het klimaatprobleem motiveren ook plantenwetenschappers om nog intenser op zoek te gaan naar oplossingen. “We pleiten er dan ook voor om niet selectief te zijn in de zoektocht naar oplossingen, en innovatie te omarmen”, weerklinkt het aan de universiteiten van Gent en Leuven. “Technologische vooruitgang en meer kennis van planten, moeten hand in hand gaan met andere waardevolle oplossingen om onze toekomst te verzekeren.”

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: VIB

Volg VILT ook via