nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

04.07.2017 Plantengezondheidsbarometer van FAVV verbeterde in 2016

In 2016 heeft het Voedselagentschap 6.038 analyses uitgevoerd op planten, plantaardige producten, grond en andere materialen die drager kunnen zijn van schadelijke organismen. Negen op de tien staalnemingen waren gunstig in het licht van de plantengezondheid. Niet-conforme resultaten waren voornamelijk te wijten aan de door fruittelers gevreesde plantenziekte bacterievuur en aan het grote aantal tripsen dat gevangen werd tijdens de monitoring. In het activiteitenverslag van het FAVV staan ook de resultaten van analyses van voedingswaren op pesticidenresiduen. Overschrijdingen van de wettelijke limieten zijn een zeldzaamheid.

In vergelijking met 2007 vertoont de barometer waaraan het Voedselagentschap de plantengezondheid afmeet een duidelijk positieve tendens, weliswaar met een terugval in 2015. Tussen 2015 en 2016 is de barometer opnieuw gestegen en wel met 18,9 procent. Dat heeft te maken met de verbeterde detectie van plantenziekten en schadelijke organismen, wat door het FAVV geïnterpreteerd wordt als een verhoogde waakzaamheid binnen de sector. De meerderheid van de ontvangen meldingen vloeien voort uit wetenschappelijk onderzoek naar plantenziekten. Ook gunstig voor de barometer is dat er meer bedrijven aan autocontrole doen. Ongunstig evolueert de indicator met betrekking tot de fytosanitaire controles bij invoer. De plotse sterfte bij eikenbomen wordt ook negatief in rekening gebracht.

Uit de meer dan 6.000 analyses van het FAVV in het kader van de bewaking van de plantengezondheid blijkt dat de vaakst voorkomende problemen bacterievuur en tripsen zijn. De monsternemingen gebeurden bij plantaardige producenten, bij handelaars en in bossen en openbaar groen. Een groot aantal staalnemingen in het kader van de aardappelpootgoedteelt vertrouwt het agentschap toe aan de gewesten.

Relatief weinig aandacht gaat in het activiteitenverslag van het FAVV naar de controle op pesticidenresiduen in voedingsmiddelen, terwijl dit regelmatig het onderwerp is van maatschappelijk debat. Op basis van het aantal overschrijdingen van de maximale residulimieten (MRL) kan je bezwaarlijk van een probleem spreken. Van de in totaal 4.133 stalen wees 2,3 procent op een probleem in de zin dat de MRL overschreden was. In die gevallen mag je niet stellen dat de voedselveiligheid in het gedrang komt want, zo legt het Voedselagentschap uit: “Een overschrijding van de MRL betekent niet noodzakelijk – en zelfs zelden – een gevaar voor de consument, maar wijst op een verkeerd gebruik van een bestrijdingsmiddel. Het zijn geen toxicologische limieten.”

Voedingswaren en diervoeders waarvan het residugehalte de MRL overschrijdt, mogen uit veiligheidsoverwegingen niet op de markt worden gebracht. Op 167 geteste stalen van babyvoeding deed zich dat nooit voor. Voor groenten, fruit, granen en plantaardige producten scoorde 97,8 procent van de 2.129 steekproefsgewijze monsters gunstig. Wordt er gericht gecontroleerd naar aanleiding van een klacht of controleplan dat problemen doet vermoeden, dan valt het percentage gunstige resultaten terug tot 70,6. Versterkte controles op voedingsimport resulteerden in 94,5 procent gunstige stalen. Voor verwerkte producten van plantaardige oorsprong, producten van dierlijke oorsprong en water flirten de controleresultaten met 100 procent.

Meer info: activiteitenverslag FAVV

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via