nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

25.01.2016 "Plattelandsbeleid moet een stuk kosteneffectiever"

Hoewel de meerderheid van de plattelandsprojecten die op overheidssubsidies kunnen rekenen tot op zekere hoogte wel blijk geven van enige rendabiliteit en bijdragen aan het landschap en de biodiversiteit, ligt het kostenniveau bij 75 procent van die projecten onredelijk hoog of is het onvoldoende onderbouwd. Dat is het strenge oordeel van de Europese Rekenkamer, die de kosteneffectiviteit van het Europese plattelandsbeleid onder de loep nam voor de periode 2007-2013, en dat in Portugal, Denemarken, het Verenigd Koninkrijk en Italië. Tijdens die periode vloeide ongeveer 830 miljoen euro publieke middelen naar plattelandsprojecten.

Eerst het goede nieuws: uit een revisie van de Europese Rekenkamer blijkt dat de Europese plattelandssteun wezenlijk heeft bijgedragen tot de doelstellingen die vooropgesteld waren: het duurzaam gebruik van landbouwgrond en de bescherming van het landschap en de biodiversiteit. Het geld dat daarvoor opzij gezet wordt, heeft van Europa de weinig wervende term niet-productieve investeringen (NPI’s) meegekregen. Dat zijn investeringen die geen aanzienlijke baten, inkomsten of opbrengsten opleveren, noch de waarde van het bedrijf van de begunstigde aanzienlijk vergroten, maar wel een positieve impact hebben op het milieu. 

Voor het Europese plattelandsbeleid werd tussen 2007 en 2013 ongeveer 860 miljoen euro overheidsgeld aan NPI’s besteed. De Rekenkamer heeft in een nieuw rapport onderzocht hoe kosteneffectief de milieudoelstellingen uit dat beleidsprogramma gerealiseerd zijn. De controleurs bezochten vier lidstaten die samen 80 procent van het totaal uitgaven: Portugal, Denemarken, het Verenigd Koninkrijk (Engeland) en Italië (Apulië). Wat blijkt? Slechts 5 van de 28 gecontroleerde projecten bleken kosteneffectief te zijn.

Onrustwekkend is dat de Rekenkamer concludeert dat de problemen op het vlak van de redelijkheid van de NPI-kosten heel waarschijnlijk niet beperkt zijn tot de onderzochte gevallen, aangezien de problemen voortkwamen uit gebreken in de beheers- en controlesystemen van de lidstaten. Zo werden investeringskosten bijvoorbeeld vergoed op basis van eenheidskosten die veel hoger waren dan de feitelijke marktkosten of werd onvoldoende gecontroleerd hoe reëel de geclaimde kosten waren. 

In andere gevallen werd vastgesteld dat de duurste offertes voor de investering geaccepteerd werden zonder enige onderbouwing of de voorgestelde kosten met benchmarks te vergelijken. Daarnaast vond de Rekenkamer in alle gecontroleerde lidstaten verschillende gevallen waar aan NPI’s met duidelijk rendabele elementen de maximale steunpercentages waren toegekend die voor dit soort investeringen waren vastgelegd, wat in de meeste gevallen betekende dat ze volledig met overheidsgeld werden gefinancierd.

Dat er ruimte is voor verbetering met het oog op de besteding van het plattelandsgeld voor de huidige programmaperiode 2014-2020, lijkt dus wel heel erg duidelijk. Daarom formuleerde de Rekenkamer ook enkele aanbevelingen. Zo spoort ze de Commissie aan om meer toezicht uit te oefenen, en wordt ook van de lidstaten verwacht dat ze in hun evaluatieplannen een uitgebreidere beoordeling opnemen van de mate waarin NPI’s worden uitgevoerd in synergie met andere maatregelen voor plattelandsontwikkeling of milieuregelingen.

Verder vindt de Rekenkamer dat de lidstaten alle criteria openbaar moeten maken, net als de bewijsstukken waaruit de naleving van de criteria systematisch kan geverifieerd worden. De Commissie moet striktere richtsnoeren voorzien wat de selectiecriteria betreft en moet ook nauwlettender in het oog houden of de NPI’s wel degelijk voldoende bijdragen aan het realiseren van de Europese agromilieudoelstellingen waarvoor ze in het leven zijn geroepen. Ook meer verfijnde resultaatindicatoren, een sterkere focus op de rentabiliteit en gerichtere controlemechanismes om misbruik tegen te gaan moeten het plattelandsbeleid kosteneffectiever maken, aldus de Rekenkamer.

Meer info: Europese Rekenkamer

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via